Het raadselachtige boek Prediker

Toespraak bij de presentatie van de HSV-Studiebijbel op 31 oktober 2014 door Prof. Dr. Mart-Jan Paul

Het raadselachtige boek Prediker

Prof. dr. Mart-Jan Paul

Het is een groot voorrecht dat wij in Nederland de Bijbel in onze taal beschikbaar hebben. Evenals de aanwezigen op de Pinksterdag mogen wij de grote werken van God in onze eigen taal vernemen (Hand. 2:11). Toch zijn er bij het lezen van een Bijbelvertaling hindernissen te overwinnen. Dat betreft in de eerste plaats de grote kloof in tijd en cultuur. Wij westerlingen moeten moeite doen om de oosterse manieren van spreken in een geheel andere samenleving te begrijpen. Ten tweede is er een vertaalprobleem. Geen enkele vertaling van de Bijbel doet volledig recht aan de grondtaal. Dat geldt vooral het Hebreeuws, omdat niet alle woorden en taalconstructies duidelijk zijn, en omdat er soms diverse vertaalkeuzes zijn. Bovendien hebben de woorden in de grondtalen eigen betekenisnuances die verloren kunnen gaan in de vertaling. Ten derde is de inhoud van de Bijbel soms moeilijk te begrijpen. Goddelijke openbaring in mensenwoorden gaat ons verstand te boven en de schrijfstijl is voor ons lang niet altijd toegankelijk. Petrus merkt op dat er in de brieven van Paulus zaken zijn die moeilijk te begrijpen zijn. Onkundige en onstandvastige mensen kunnen de inhoud ervan verdraaien, net als bij de andere Schriften gebeurt (2 Petr. 3:15-16). In die situatie is het wenselijk dat de inhoud toegelicht wordt. Het werk van de Heilige Geest is nodig om ons duistere verstand te verlichten en de woorden toe te passen in ons leven. Daarbij schakelt de Geest gewoonlijk mensen in, zoals ook gebeurde toen de evangelist Filippus een kamerheer uit Ethiopië uitleg gaf over Jesaja 53 (Hand. 8:26-40). Om deze reden juich ik het toe dat een toelichting op de Herziene Statenvertaling ter beschikking komt.

IJdelheid en vluchtigheid
Om iets te laten zien van de moeilijkheden bij de vertaling van de Bijbel en van de betekenis van een toelichting heb ik het boek Prediker gekozen. De verschillende interpretaties van dit boek hangen voor een groot deel af van de uitleg van het sleutelwoord dat in de Statenvertaling met ‘ijdelheid’ is weergeven en in de Herziene Statenvertaling met ‘vluchtigheid’. Het Hebreeuwse woord is hèbèl en de basisbetekenis is zoveel als ‘adem’ of ‘damp’. Dat dit woord een sleutelfunctie vervult, is duidelijk vanuit de structuur. Na de inleidende woorden over Prediker ‘de zoon van David, koning in Jeruzalem’ gebruikt de schrijver vijf keer het sleutelwoord. Uitgaande van de basisbetekenis staat er: ‘Damp der dampen, zegt Prediker, damp der dampen, alles is damp’. Daarna komt een uitgebreid betoog in twaalf hoofdstukken om de betekenis van deze raadselachtige uitspraak duidelijk te maken. Dat betoog sluit af in 12:8 met ‘Damp der dampen, zegt de Prediker, alles is damp’. Daarna volgt nog een slotwoord over het belang God te dienen.
Het woord voor ‘damp’ komt 38 keer voor in het boek. Hoe moeten we dit vertalen? De Statenvertaling kiest voor ‘ijdelheid’ en geeft in de kanttekening de toelichting dat Salomo hiermee te kennen geeft dat alle aardse dingen ons niet kunnen helpen om tot de ware gelukzaligheid te komen. De Nieuwe Bijbelvertaling accepteert de negatieve lading van het begrip en sluit aan bij de betekenis ‘damp’, met als resultaat ‘lucht en leegte’. De HSV kiest met ‘vluchtigheid’ voor een andere insteek, want iets dat vluchtig is hoeft niet negatief te zijn. Het is zelfs zo dat onze vluchtige adem noodzakelijk is voor ons leven.

Wie nagaat wat recente Bijbelverklaarders naar voren brengen, komt de volgende voorstellen tegen (vertaald in het Nederlands): zonder betekenis, absurd, onbegrijpelijk, onkenbaar, ironie, raadselachtig, tijdelijk, voorbijgaand. Naast de gebruikelijke negatieve duidingen, valt ‘raadselachtig’ op: als iets raadselachtig is, hoeft dat niet zinloos te zijn, maar de betekenis is niet direct duidelijk.
In feite zijn er drie hoofdkeuzes in interpretatie: de eerste is in negatieve zin ‘ijdelheid’ of hedendaagse synoniemen daarvan, de tweede is ‘raadselachtig’ en de derde is ‘vluchtig’. De HSV heeft gekozen voor de laatste mogelijkheid.
Wat zegt nu de HSV-Studiebijbel? Daar staat als toelichting: ‘Hoewel ‘vluchtig(heid)’ heel duidelijk een kernwoord is in heel dit boek, is het een berucht woord om te vertalen. Letterlijk betekent het woord ‘damp’ (zie aant. bij 1:2) en roept het een beeld op van iets voorbijgaands, iets vergankelijks, iets ongrijpbaars, met verschillende nuances die uit de context duidelijk moeten worden. Als het gebruikt wordt voor menselijk gedrag of pleziertjes en vreugden van het aardse leven, geeft het aan: ‘de gedaante van deze wereld gaat voorbij’ (1 Kor. 7:31). Als het gebruikt wordt voor de donkere werkelijkheden van het leven in een gevallen wereld (bv. de dood), dan drukt het frustratie, woede of rouw uit. Gaat het om Predikers poging alle dingen te doorgronden, dan drukt het iets uit wat voor hem niet te bevatten en onnaspeurbaar is (bv. Pred. 1:14-15). Dit laatstgenoemde gebruik is vooral belangrijk, want het boek presenteert zich voornamelijk als een zoektocht om het hele leven ‘na te speuren’ (zie vooral 1:12-18). Belangrijk is dat de oude vertaling ‘ijdelheid’ te negatief is. Niet alles is zinloos, maar veel is raadselachtig, tijdelijk en ongrijpbaar als we dat ‘onder de zon’ bezien.’ Tot zover de toelichting.
De HSV-Studiebijbel gaat ook in op de boodschappen van het boek en vermeldt ook: ‘Het feit dat alles even ‘vluchtig’ is, moet mensen ertoe brengen hun heil bij God te zoeken, want Zijn werk is voor eeuwig (3:14) en Hij is een ‘rots’ voor allen die bij Hem schuilen (bv. Ps. 18:3; 62:9; 94:22). M.a.w. het roept mensen ertoe op om ‘vrees’ en ‘ontzag’ voor God te hebben (zie aant. bij Pred. 3:14; 5:6; 12:13-14; vgl. ook 7:18 en 8:12-13).’ Er komt een gericht en ‘God zal alle daden van de mensen beoordelen (11:9; 12:14)’.
Op deze wijze krijgt de lezer een toelichting op de veelzijdigheid van het Hebreeuwse grondwoord.

Wie nog meer wil weten, kan terecht in uitvoeriger Bijbelcommentaren. Dan wordt duidelijk dat de Joden het boek Prediker op het Loofhuttenfeest lezen, en vooral positief uitleggen met het oog op de vele zegeningen die God in dit leven geeft. Dan wordt ook duidelijk dat de betekenis ‘ijdelheid’ met name bij Hiëronymus vandaan komt, de vertaler van de Vulgata (ca. 420). Hij koos voor het Latijnse woord ‘vanitas’. Hij raadde een vrouwe Blesilla de verachting van de wereld aan en gebruikte daarvoor het boek Prediker. Thomas à Kempis schreef eeuwen later in zijn beroemde boekje De navolging van Christus (ca. 1424) over het onderwerp: ‘Het navolgen van Christus en het verachten van alle ijdelheden op aarde’. Hoeveel waarheidselementen er ook zitten in een dergelijke uitspraak op zichzelf, dit is toch niet wat Prediker bedoelde. Dit geschrift gaat vooral in op het dagelijkse leven van de mens ‘onder de zon’ en observeert dat daarin de zin van het leven niet ontdekt kan worden. Dan blijven er teveel raadsels. De oplossing ligt echter in de openbaring van God en in de belangrijke aansporing God te vrezen (in de zin van ‘ontzag hebben en liefhebben’) en Zijn geboden te onderhouden (12:13). Alles komt namelijk straks in het gericht, in dit leven of na dit leven. Al het verborgene, hetzij goed, hetzij kwaad, komt straks openbaar.
Naar mijn overtuiging is Prediker geen fundamentele twijfelaar of protestfiguur tegen de bestaande wijsheid. Hij gaat uit van het bestaan van God, en van de tempeldienst, en het goddelijke gericht. Hij observeert echter het leven op zichzelf en ziet hoeveel streven van de mens najagen van wind is en de betekenis van het leven niet duidelijk maakt.

In diverse opzichten is de vertaling ‘vluchtigheid’ in de HSV een verbetering ten opzichte van een negatievere vertaling van het begrip hèbèl. Toch is het lastig die betekenis overal aan te nemen. In 2:21-23 staat hèbèl parallel met ‘een groot kwaad’. Het feit dat iemand alles over moet geven aan een volgende generatie is niet vluchtig, maar wel schrijnend. Daarna is sprake van een man die voortdurend zwoegt en veel verdriet ervaart. Zelfs ‘s nachts komt hij niet tot rust. In dat geval is de bedoeling negatiever dan het woordje ‘vluchtig’ aangeeft.
Wat mij na bestudering van de gangbare vertalingen verbaast, is dat iedereen een woord dat beeldspraak is (‘adem’ of ‘damp’) weergeeft met een abstract begrip. Prediker speelt met het motto-woord en beperkt zich niet tot één betekenis. Het is daarom mogelijk de concordantie in het vertalen los te laten, en vanuit het verband steeds de passende betekenis te zoeken. Dit kan met behulp van het zinsverband, de synoniemen en de tegenovergestelde betekenissen. Maar waarom zouden we de beeldspraak niet laten staan? Waarom moet een vertaler een keuze maken als de auteur een scala aan betekenissen gebruikt? Wat mij betreft zou het woord ‘damp’ mogen blijven staan. Maar ik besef dat de Nederlandse vertalingen dat niet doen.

Bijbel in Gewone Taal
Uiteraard was ik benieuwd welke keuze de Bijbel in Gewone Taal maakt. Daar staat: ‘Alles gaat voorbij, zegt Prediker. Er is niets dat blijft. Het is allemaal zinloos.’ Het is boeiend dat de eerste twee uitdrukkingen lijken op de HSV, met de keuze voor het voorbijgaande en tijdelijke. De slotwoorden trekken echter de conclusie dat alles zinloos is, en dat is naar mijn overtuiging niet juist. Het leven ‘onder de zon’ als schepselen van God is wel raadselachtig, maar bepaald niet zinloos.

Ten slotte
Vanmiddag komt slechts één sleutelwoord in één Bijbelboek aan de orde. Hopelijk stimuleert dit om de Bijbel niet slechts vluchtig te lezen, maar om ook verklaringen ter hand te nemen en te overdenken. De HSV-Studiebijbel bevat in compacte vorm veel informatie. Van harte hoop ik dat die zal helpen de Bijbel beter te begrijpen en zo Gods stem tot ons beter te vernemen.