Psalmen 130
 
   Zesde boetpsalm
 1 Een pelgrimslied.
   Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE;
 2 Heere, hoor naar mijn stem.
   Laat Uw oren opmerkzaam zijn
      op mijn luide smeekbeden.
 3  Als U, HEERE, op de ongerechtigheden let,
      Heere, wie zal staande blijven?
 4 Maar  bij U is vergeving,
      opdat U gevreesd wordt.
 5  Ik verwacht de HEERE,  mijn ziel verwacht Hem
      en ik hoop op Zijn woord.
 6  Mijn ziel wacht op de Heere,
      meer dan wachters op de morgen,
         wachters op de morgen.
 7 Laat Israël hopen op de HEERE,
      want bij de HEERE is goedertierenheid
         en bij Hem is veel verlossing.
 8 Ja, Hij zal Israël verlossen
      van al zijn ongerechtigheden.