1 Johannes 2
De eerste algemene brief van de apostel Johannes

HSV

1Mijn kinderen, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt. En als iemand gezondigd heeft: wij hebben 1 Tim. 2:5; Hebr. 7:25een Voorspraak2:1 Voorspraak - Ook te vertalen als advocaat, pleitbezorger, verdediger; zie ook Joh. 14:16. bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige.

2En Hij is Rom. 3:25; 2 Kor. 5:18; Kol. 1:20; 1 Joh. 4:10een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zondenJoh. 4:42; 1 Joh. 4:14van de hele wereld.

Christus' geboden in acht nemen

3En hierdoor weten wij dat wij Hem kennen, namelijk als wij Zijn geboden in acht nemen.

41 Joh. 4:20Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet in acht neemt, is een leugenaar en in hem is de waarheid niet.

5Maar ieder die Zijn woord in acht neemt, in hem is werkelijk de liefde van God volmaakt geworden. Joh. 13:35Hierdoor weten wij dat wij in Hem zijn.

6Wie zegt in Hem te blijven, Joh. 13:15; 1 Petr. 2:21moet ook zelf zo wandelen als Hij gewandeld heeft.

De broeders liefhebben

7Broeders, ik schrijf u 2 Joh. vs. 5geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat u vanaf het begin hebt gehad; dit oude gebod is het woord dat u vanaf het begin hebt gehoord.

8Toch schrijf ik u Joh. 13:34; 15:12een nieuw gebod, dat waar is in Hem en in u, want de duisternis gaat voorbij en het ware licht schijnt reeds.

9Wie zegt dat hij in het licht is en zijn broeder haat, die is tot nog toe in de duisternis.

101 Joh. 3:14Wie zijn broeder liefheeft, Joh. 12:35blijft in het licht, en er is in hem niets dat anderen doet struikelen.

11Maar wie zijn broeder haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis, en weet niet waar hij heen gaat, omdat de duisternis zijn ogen verblind heeft.

De wereld niet liefhebben

12Luk. 24:47; Hand. 4:12; 13:38Ik schrijf u, lieve kinderen, want de zonden zijn u vergeven omwille van Zijn Naam.

13Ik schrijf u, vaders, omdat u Hem kent Die er vanaf het begin is. Ik schrijf u, jonge mannen, omdat u de boze hebt overwonnen. Ik schrijf u, kinderen, omdat u de Vader kent.

14Ik heb u geschreven, vaders, omdat u Hem kent Die er vanaf het begin is. Ik heb u geschreven, jonge mannen, omdat u sterk bent en het Woord van God in u blijft en u de boze hebt overwonnen.

15Rom. 12:2Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Gal. 1:10; Jak. 4:4Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem.

16Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.

17Ps. 90:10; Jes. 40:6; 1 Kor. 7:31; Jak. 1:10; 4:14; 1 Petr. 1:24En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

De antichrist

18Kinderen, het is het laatste uur; Matt. 24:5; 2 Thess. 2:3en zoals u gehoord hebt dat de antichrist eraan komt, zijn er ook nu al veel antichristen gekomen, waaruit wij weten dat het het laatste uur is.

19Ps. 41:10; Hand. 20:30Zij zijn uit ons midden weggegaan, maar zij waren niet uit ons; want als zij uit ons geweest waren, dan zouden zij bij ons gebleven zijn. 1 Kor. 11:19Maar het moest openbaar worden dat zij niet allen uit ons zijn.

20Ps. 45:8; 133:2; 2 Kor. 1:21; Hebr. 1:9Maar u hebt de zalving van de Heilige en u weet alles.

21Ik heb u niet geschreven omdat u de waarheid niet kent, maar omdat u die kent, en omdat er geen leugen uit de waarheid is.

22Wie is de leugenaar anders dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Dat is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.

23Luk. 12:9; 2 Tim. 2:12Ieder die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet.

In Christus blijven

24Laat wat u vanaf het begin gehoord hebt, in u blijven. Als in u blijft wat u vanaf het begin gehoord hebt, dan zult ook u in de Zoon en in de Vader blijven.

25En dit is de belofte die Hij ons heeft beloofd: het eeuwige leven.

26Deze dingen heb ik u geschreven met betrekking tot hen die u misleiden.

27Jer. 31:34; Hebr. 8:11En wat u betreft, de zalving die u van Hem hebt ontvangen, blijft in u, en u hebt het niet nodig dat iemand u onderwijst; maar zoals deze zalving u onderwijst met betrekking tot alle dingen – en die zalving is waar en is geen leugen – en zoals ze u heeft onderwezen, zo moet u in Hem blijven.

28En nu, lieve kinderen, blijf in Hem, Mark. 8:38; 1 Joh. 3:2opdat wij vrijmoedigheid hebben, wanneer Hij geopenbaard zal worden, en niet door Hem beschaamd gemaakt worden bij Zijn komst.

29Als u weet dat Hij rechtvaardig is, dan weet u dat ieder die de rechtvaardigheid doet, uit Hem geboren is.

SV

2

Christus, de verzoening voor onze zonden

1Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben 1 Tim. 2:5. Hebr. 7:25.een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige;

2En Hij is Rom. 3:25. 2 Kor. 5:18. Kol. 1:20. 1 Joh. 4:10.een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zondenJoh. 4:42. 1 Joh. 4:14.der gehele wereld.

Het gebod der liefde, een oud en nieuw gebod

3En hieraan kennen wij, dat wij Hem gekend hebben, zo wij Zijn geboden bewaren.

41 Joh. 4:20.Die daar zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, die is een leugenaar, en in dien is de waarheid niet;

5Maar zo wie Zijn Woord bewaart, in dien is waarlijk de liefde Gods volmaakt geworden; Joh. 13:35.hieraan kennen wij, dat wij in Hem zijn.

6Die zegt, dat hij in Hem blijft, Joh. 13:15. 1 Petr. 2:21.die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft.

7Broeders! Ik schrijf u 2 Joh. vs. 5.geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat gij van den beginne gehad hebt; dit oud gebod is het woord, dat gij van den beginne gehoord hebt.

8Wederom schrijf ik u Joh. 13:34. 15:12.een nieuw gebod: hetgeen waarachtig is in Hem, zij ook in u waarachtig; want de duisternis gaat voorbij, en het waarachtige licht schijnt nu.

9Die zegt, dat hij in het licht is, en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nog toe.

101 Joh. 3:14.Die zijn broeder liefheeft, Joh. 12:35.blijft in het licht, en geen ergernis is in hem.

11Maar die zijn broeder haat, is in de duisternis, en wandelt in de duisternis, en weet niet, waar hij henengaat; want de duisternis heeft zijn ogen verblind.

12Luk. 24:47. Hand. 4:12. 13:38.Ik schrijf u, kinderkens, want de zonden zijn u vergeven om Zijns Naams wil.

13Ik schrijf u, vaders! want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik schrijf u, jongelingen, want gij hebt den boze overwonnen. Ik schrijf u, kinderen, want gij hebt den Vader gekend.

14Ik heb u geschreven, vaders, want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik heb u geschreven, jongelingen, want gij zijt sterk, en het Woord Gods blijft in u, en gij hebt den boze overwonnen.

15Rom. 12:2.Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; Gal. 1:10. Jak. 4:4.zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem.

16Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.

17Ps. 90:10. Jes. 40:6. 1 Kor. 7:31. Jak. 1:10. 4:14. 1 Petr. 1:24.En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die den wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.

De antichrist

18Kinderkens, het is de laatste ure; Matt. 24:5. 2 Thess. 2:3.en gelijk gij gehoord hebt, dat de antichrist komt, zo zijn ook nu vele antichristen geworden; waaruit wij kennen, dat het de laatste ure is.

19Ps. 41:10. Hand. 20:30.Zij zijn uit ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zo zouden zij met ons gebleven zijn; 1 Kor. 11:19.maar dit is geschied, opdat zij zouden openbaar worden, dat zij niet allen uit ons zijn.

20Ps. 45:8. 133:2. 2 Kor. 1:21. Hebr. 1:9.Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen.

21Ik heb u niet geschreven, omdat gij de waarheid niet weet, maar omdat gij die weet, en omdat geen leugen uit de waarheid is.

22Wie is de leugenaar, dan die loochent, dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.

23Luk. 12:9. 2 Tim. 2:12.Een iegelijk, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet.

24Hetgeen gijlieden dan van den beginne gehoord hebt, dat blijve in u. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, zo zult gij ook in den Zoon en in den Vader blijven.

25En dit is de belofte, die Hij ons beloofd heeft, namelijk het eeuwige leven.

26Dit heb ik u geschreven van degenen, die u verleiden.

27Jer. 31:34. Hebr. 8:11.En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult gij in Hem blijven.

28En nu, kinderkens, blijft in Hem; Mark. 8:38. 1 Joh. 3:2.opdat, wanneer Hij zal geopenbaard zijn, wij vrijmoedigheid hebben, en wij van Hem niet beschaamd gemaakt worden in Zijn toekomst.

29Indien gij weet, dat Hij rechtvaardig is, zo weet gij, dat een iegelijk, die de rechtvaardigheid doet, uit Hem geboren is.