1 Timotheüs 1
De eerste brief van de apostel Paulus aan Timotheüs

HSV

Afzender, geadresseerde, groet

1Paulus, een apostel van Jezus Christus, Hand. 9:15overeenkomstig het bevel van God, onze Zaligmaker, en van de Heere Jezus Christus, Kol. 1:27onze hoop,

2Hand. 16:1; 1 Thess. 3:2aan Timotheüs, mijn oprechte 1 Kor. 4:17zoon in het geloof: Gal. 1:3; 1 Petr. 1:2genade, barmhartigheid en vrede zij u van God, onze Vader, en van Christus Jezus, onze Heere.

De betekenis van de wet

3Ik herinner u eraan hoe ik u, toen ik Hand. 20:1naar Macedonië reisde, ertoe opgeroepen heb in Efeze te blijven om sommigen te bevelen geen andere leer te onderwijzen,

41 Tim. 4:7; 6:20; 2 Tim. 2:16; Tit. 1:14; 3:9zich ook niet bezig te houden met verzinsels en eindeloze geslachtsregisters, die meer 1 Tim. 6:4twistgesprekken opleveren dan door God gewerkte opbouw in het geloof.

5Rom. 13:8; Gal. 5:14Het einddoel nu van het gebod is liefde die voortkomt uit een rein hart, een goed geweten en een ongeveinsd geloof.

6Sommigen zijn daarvan afgeweken en hebben zich gewend tot zinloos gepraat.

7Zij willen leraars van de wet zijn en hebben geen inzicht in wat zij zeggen en evenmin in wat zij zo sterk benadrukken.

8Maar wij weten Rom. 7:12dat de wet goed is, als men die wettig gebruikt,

9en als men dit weet: dat de wet niet bestemd is Gal. 5:23voor de rechtvaardige, maar voor wettelozen en voor opstandigen, goddelozen en zondaars, onheiligen en onreinen, voor hen die vader of moeder vermoorden, voor doodslagers,

10voor ontuchtplegers, voor mannen die met mannen slapen, voor mensenhandelaars, leugenaars, meinedigen en als er iets anders tegen de gezonde leer is,

11overeenkomstig het Evangelie van de heerlijkheid van 1 Tim. 6:15de zalige God, 1 Thess. 2:4dat mij toevertrouwd is.

Gods genade, aan Paulus bewezen

12En ik dank Hem Die mij kracht gegeven heeft, namelijk Christus Jezus, onze Heere, dat Hij mij trouw geacht heeft, toen Hij mij een plaats gaf in de bediening,

13Hand. 8:3; 9:1; 22:4; 26:9; 1 Kor. 15:9; Gal. 1:13mij, die vroeger een godslasteraar was, een vervolger en een verdrukker. Maar mij is barmhartigheid bewezen, Joh. 9:39,41; Hand. 3:17omdat ik het in onwetendheid gedaan heb, in ongeloof.

14De genade van onze Heere is echter zeer overvloedig geweest, met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus.

15Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard Matt. 9:13; Mark. 2:17; Luk. 5:32; 19:10; 1 Joh. 3:5dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaars zalig te maken, van wie ik de voornaamste ben.

16Maar daarom is mij barmhartigheid bewezen, opdat Jezus Christus in mij, de voornaamste van de zondaars, al Zijn geduld zou tonen, tot een voorbeeld voor hen die later in Hem zouden geloven tot het eeuwige leven.Lankmoedig vs. geduld: Het begrip lankmoedig is zo verouderd dat niemand meer goed weet wat het betekent. Het gevolg is dat mensen betekenissen aan het woord gaan toekennen die het feitelijk niet bezit. Het Griekse grondwoord is makrothumia. Heel letterlijk betekent het traag tot toorn. Het wordt zowel van mensen (Hand 26:3) als van God (Rom 2:4) gezegd. Iemand die deze eigenschap heeft kan dus veel dulden zonder boos te worden. Vandaar dat de HSV voor geduldig heeft gekozen.

17De Koning nu der eeuwen, de onvergankelijke, de onzichtbare, de alleen wijze God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

Opwekking tot de goede strijd

18Dit gebod leg ik u op, mijn zoon Timotheüs, in overeenstemming met de profetieën die voorheen over u uitgesproken zijn,1:18 die voorheen over u uitgesproken zijn - Letterlijk: die u voorgegaan zijn. opdat u 1 Tim. 6:12in deze dingen de goede strijd strijdt.

191 Tim. 3:9En behoud het geloof en een goed geweten. Sommigen hebben dit verworpen en hebben in het geloof schipbreuk geleden.

20Tot hen behoren 2 Tim. 2:17Hymeneüs en 2 Tim. 4:14Alexander, 1 Kor. 5:5die ik aan de satan overgegeven heb, opdat zij zouden leren niet meer te lasteren.

SV

Opschrift en groet

1Paulus, een apostel van Jezus Christus, Hand. 9:15.naar het bevel van God, onzen Zaligmaker, en den Heere Jezus Christus, Kol. 1:27.Die onze Hope is,

2Hand. 16:1. 1 Thess. 3:2.Aan Timótheüs, mijn oprechten 1 Kor. 4:17.zoon in het geloof; Gal. 1:3. 1 Petr. 1:2.genade, barmhartigheid, vrede zij u van God, onzen Vader, en Christus Jezus, onzen Heere.

Waarschuwing tegen dwaalleringen

3Gelijk ik u vermaand heb, dat gij te Éfeze zoudt blijven, als ik Hand. 20:1.naar Macedónië reisde, zo vermaan ik het u nog, opdat gij sommigen beveelt geen andere leer te leren;

41 Tim. 4:7. 6:20. 2 Tim. 2:16. Tit. 1:14. 3:9.Noch zich te begeven tot fabelen en oneindelijke geslachtsrekeningen, welke meer 1 Tim. 6:4.twistvragen voortbrengen dan stichting Gods, die in het geloof is.

5Rom. 13:8. Gal. 5:14.Maar het einde des gebods is liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten, en uit een ongeveinsd geloof.

6Van dewelke sommigen afgeweken zijnde, zich gewend hebben tot ijdelspreking;

7Willende leraars der wet zijn, niet verstaande, noch wat zij zeggen, noch wat zij bevestigen.

8Doch wij weten, Rom. 7:12.dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt;

9En hij dit weet, Gal. 5:23.dat den rechtvaardigen de wet niet is gezet, maar den onrechtvaardigen en den halsstarrigen, den goddelozen en den zondaren, den onheiligen en den ongoddelijken, den vadermoorders en den moedermoorders, den doodslagers,

10Den hoereerders, dien, die bij mannen liggen, den mensendieven, den leugenaars, den meinedigen, en zo er iets anders tegen de gezonde leer is;

11Naar het Evangelie der heerlijkheid 1 Tim. 6:15.des zaligen Gods, 1 Thess. 2:4.dat mij toebetrouwd is.

Paulus dankt voor zijn bekering

12En ik dank Hem, Die mij bekrachtigd heeft, namelijk Christus Jezus, onzen Heere, dat Hij mij getrouw geacht heeft, mij in de bediening gesteld hebbende;

13Hand. 8:3. 9:1. 22:4. 26:9. 1 Kor. 15:9. Gal. 1:13.Die te voren een godslasteraar was, en een vervolger, en een verdrukker; maar mij is barmhartigheid geschied, Joh. 9:39, 41. Hand. 3:17.dewijl ik het onwetende gedaan heb in mijn ongelovigheid.

14Doch de genade onzes Heeren is zeer overvloedig geweest, met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus.

15Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, Matt. 9:13. Mark. 2:17. Luk. 5:32. 19:10. 1 Joh. 3:5.dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.

16Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven.

17Den Koning nu der eeuwen, den onverderfelijken, den onzienlijken, den alleen wijzen God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

Opwekking tot moedig strijden

18Dit gebod beveel ik u, mijn zoon Timótheüs, dat gij naar de profetieën, die van u voorgegaan zijn, 1 Tim. 6:12.in dezelve den goeden strijd strijdt;

191 Tim. 3:9.Houdende het geloof, en een goed geweten, hetwelk sommigen verstoten hebbende, van het geloof schipbreuk geleden hebben;

20Onder welken is 2 Tim. 2:17.Hymenéüs en 2 Tim. 4:14.Alexander, 1 Kor. 5:5.die ik den satan overgegeven heb, opdat zij zouden leren niet meer te lasteren.