2 Kronieken 1
Het tweede boek Kronieken

HSV

Salomo bidt om wijsheid

1Salomo, de zoon van David, 1 Kon. 2:46verstevigde zijn positie in zijn koninkrijk, want de HEERE, zijn God, was met hem, en maakte hem buitengewoon machtig.

2Salomo sprak tot heel Israël, tot de bevelhebbers van duizend en van honderd, en tot de rechters, en tot elke leider in heel Israël, de hoofden van de families.

3En Salomo en heel de gemeente met hem 1 Kon. 3:4gingen op weg naar de offerhoogte die in Gibeon was, 1 Kron. 16:39; 21:29omdat daar de tent van ontmoeting van God stond, die Mozes, de dienaar van de HEERE, in de woestijn gemaakt had.

4David 2 Sam. 6:2,17; 1 Kron. 16:1had de ark van God echter uit Kirjath-Jearim overgebracht naar de plaats die David ervoor had gereedgemaakt, want hij had er in Jeruzalem een tent voor opgezet.

5En het koperen altaar dat Ex. 38:1Bezaleël, de zoon van Uri, de zoon van Hur, gemaakt had, had hij voor de tabernakel van de HEERE gezet. En Salomo bezocht dat met de gemeente.

6En Salomo offerde daar, voor het aangezicht van de HEERE, op het koperen altaar dat bij de tent van ontmoeting hoorde. Duizend brandoffers bracht hij daarop.

7In die nacht verscheen God aan Salomo en zei tegen hem: Vraag wat Ik u geven zal.

8Salomo zei tegen God: Ú hebt aan mijn vader David grote goedertierenheid bewezen, 1 Kron. 28:5en mij in zijn plaats koning gemaakt.

9Nu dan, HEERE God, laat Uw woord tot mijn vader David bewaarheid worden! Ú hebt mij 1 Kon. 3:7immers koning gemaakt over een volk, talrijk als het stof van de aarde.

101 Kon. 3:9,11,12Geef mij nu wijsheid en kennis, zodat ik voor de ogen van dit volk uitga en inga, want wie zou over dit grote volk van U kunnen rechtspreken?

11Toen zei God tegen Salomo: Omdat dit in uw hart geweest is en u geen rijkdom, bezittingen en eer gevraagd hebt, of het leven van wie u haat, of zelfs niet een lang leven1:11 een lang leven - Letterlijk: vele dagen. gevraagd hebt, maar wijsheid en kennis voor uzelf gevraagd hebt, zodat u over Mijn volk, waarover Ik u koning gemaakt heb, zou kunnen rechtspreken,

12daarom is de wijsheid en de kennis aan u gegeven. Verder zal Ik u rijkdom, bezittingen en eer geven, zoveel als 1 Kon. 3:13; 1 Kron. 29:25; 2 Kron. 9:22de koningen vóór u niet gehad hebben en zoveel als de koningen na u niet zullen hebben.

13Zo kwam Salomo in Jeruzalem, van de offerhoogte die te Gibeon is, van voor de tent van ontmoeting, en hij regeerde over Israël.

14Verder 1 Kon. 4:26; 10:26; 2 Kron. 9:25verzamelde Salomo strijdwagens en ruiters. Hij had veertienhonderd strijdwagens en twaalfduizend ruiters. Hij bracht ze onder in de wagensteden en bij de koning in Jeruzalem.

15De koning maakte het zilver en het goud in Jeruzalem zo overvloedig als stenen, en de ceders maakte hij zo talrijk als de wilde vijgenbomen die in het Laagland voorkomen.

16En 1 Kon. 10:28; 2 Kron. 9:28de aanvoer van de paarden die Salomo had, was uit Egypte en uit Kewe. Kooplieden van de koning namen ze tegen een bepaalde prijs uit Kewe mee.

17Een wagen werd uit Egypte uitgevoerd1:17 werd … uitgevoerd - Letterlijk: zij kwamen op en gingen uit. voor zeshonderd zilverstukken en een paard voor honderdvijftig. Zo voerden ze die door hun tussenkomst1:17 tussenkomst - Letterlijk: hand. uit naar alle koningen van de Hethieten en de koningen van Syrië.

SV

1

Sálomo offert te Gíbeon

1En Sálomo, de zoon van David, 1 Kon. 2:46.werd versterkt in zijn koninkrijk, want de HEERE, zijn God, was met hem, en maakte hem ten hoogste groot.

2En Sálomo sprak tot het ganse Israël, tot de oversten der duizenden en der honderden, en tot de richteren, en tot alle oversten in gans Israël, de hoofden der vaderen;

3En zij 1 Kon. 3:4.gingen henen, Sálomo en de ganse gemeente met hem, naar de hoogte, die te Gíbeon was; 1 Kron. 16:39. 21:29.want daar was de tent der samenkomst Gods, die Mozes, de knecht des HEEREN, in de woestijn gemaakt had.

4(Maar de ark Gods 2 Sam. 6:2, 17. 1 Kron. 16:1.had David van Kirjath-Jeárim opgebracht, ter plaatse, die David voor haar bereid had; want hij had voor haar een tent te Jeruzalem gespannen.)

5Ook was het koperen altaar, dat Ex. 38:1.Bezáleël, de zoon van Uri, den zoon van Hur, gemaakt had, aldaar voor den tabernakel des HEEREN; Sálomo nu en de gemeente bezochten hetzelve.

6En Sálomo offerde daar, voor het aangezicht des HEEREN, op het koperen altaar, dat aan de tent der samenkomst was; en hij offerde daarop duizend brandofferen.

7In dienzelfden nacht verscheen God aan Sálomo; en Hij zeide tot hem: Begeer, wat Ik u geven zal.

8En Sálomo zeide tot God: Gij hebt aan mijn vader David grote weldadigheid gedaan; 1 Kron. 28:5.en Gij hebt mij koning gemaakt in zijn plaats;

9Nu, HEERE God, laat Uw woord waar worden, gedaan aan mijn vader David; 1 Kon. 3:7.want Gij hebt mij koning gemaakt over een volk, menigvuldig als het stof der aarde;

101 Kon. 3:9, 11, 12.Geef mij nu wijsheid en wetenschap, dat ik voor het aangezicht van dit volk uitga en inga; want wie zou dit Uw groot volk kunnen richten?

11Toen zeide God tot Sálomo: Daarom, dat dit in uw hart geweest is, en gij niet begeerd hebt rijkdom, goederen, noch eer, noch de ziel uwer haters, noch ook vele dagen begeerd hebt; maar wijsheid en wetenschap voor u begeerd hebt, opdat gij Mijn volk mocht richten, waarover Ik u koning gemaakt heb;

12De wijsheid, en de wetenschap is u gegeven; daartoe zal Ik u rijkdom, en goederen, en eer geven, dergelijke 1 Kon. 3:13. 1 Kron. 29:25. 2 Kron. 9:22.geen koningen, die vóór u geweest zijn, gehad hebben, en na u zal dergelijke niet zijn.

13Alzo kwam Sálomo te Jeruzalem, van de hoogte, die te Gíbeon is, van voor de tent der samenkomst; en hij regeerde over Israël.

14En Sálomo 1 Kon. 4:26. 10:26. 2 Kron. 9:25.vergaderde wagenen en ruiteren, zodat hij duizend en vierhonderd wagenen, en twaalf duizend ruiteren had; en hij legde ze in de wagensteden, en bij den koning te Jeruzalem.

15En de koning maakte het zilver en het goud in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als wilde vijgebomen, die in de laagten zijn, in menigte.

16En 1 Kon. 10:28. 2 Kron. 9:28.het uitbrengen der paarden was hetgeen Sálomo uit Egypte had; en aangaande het linnengaren, de kooplieden des konings namen het linnengaren voor den prijs.

17En zij brachten op, en voerden een wagen uit van Egypte voor zeshonderd sikkelen zilvers, en een paard voor eenhonderd en vijftig; en alzo voerden zij die door hun hand uit, voor alle koningen der Hethieten, en voor de koningen van Syrië.