Hebreeën 11
De brief van de apostel Paulus aan de Hebreeën

HSV

Geloofsgetuigen

1Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet.

2Hierdoor immers hebben de ouden een goed getuigenis gekregen.

3Door het geloof zien wij in Gen. 1:1; Ps. 33:6; Joh. 1:10; Efez. 3:9; Kol. 1:16dat de wereld tot stand gebracht is door het Woord van God, Rom. 4:17; Kol. 1:16en wel zo dat de dingen die men ziet, niet ontstaan zijn uit wat zichtbaar is.

4Door het geloof Gen. 4:4heeft Abel God een beter offer gebracht dan Kaïn. Daardoor Matt. 23:35kreeg hij getuigenis dat hij rechtvaardig was; dit heeft God met het oog op zijn gaven getuigd. En door dit geloof spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.

5Door het geloof werd Gen. 5:24Henoch weggenomen, opdat hij de dood niet zou zien. En hij werd niet gevonden, omdat God hem weggenomen had. Vóór zijn wegneming kreeg hij namelijk het getuigenis dat hij God behaagde.

6Zonder geloof is het echter onmogelijk God te behagen. Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, en dat Hij beloont wie Hem zoeken.

7Door het geloof heeft Gen. 6:13Noach, toen hij een aanwijzing van God ontvangen had van de dingen die nog niet te zien waren, uit ontzag voor God de ark gebouwd, tot redding van zijn gezin. Daardoor heeft hij de wereld veroordeeld en is hij een erfgenaam geworden van de rechtvaardigheid die overeenkomstig het geloof is.

8Door het geloof is Gen. 12:4Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam geweest om weg te gaan naar de plaats die hij tot een erfdeel ontvangen zou. En hij is weggegaan zonder te weten waar hij komen zou.

9Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land van de belofte als in een vreemd land en heeft hij in tenten gewoond, met Izak en Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte.

10Want hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Ontwerper en Bouwer is.

11Door het geloof heeft ook Gen. 17:19; 21:2Sara zelf kracht ontvangen om zwanger te worden11:11 om zwanger te worden - Letterlijk: tot grondlegging van zaad. en een kind te baren, Luk. 1:36ondanks haar hoge ouderdom, omdat zij Hem getrouw heeft geacht Die het beloofd had.

12Daarom zijn er zelfs uit één man en dat uit iemand wiens kracht al gestorven was, zovelen geboren Gen. 15:5; 22:17; Rom. 4:18als de sterren van de hemel in menigte en als het zand op het strand van de zee, dat niet te tellen is.

13Joh. 8:53Deze allen zijn in het geloof gestorven. Zij hebben de vervulling van de beloften niet verkregen, maar hebben die vanuit de verte gezien en geloofd en begroet, en zij hebben beleden Gen. 23:4; 47:9dat zij vreemdelingen en bijwoners op de aarde waren.

14Want wie zulke dingen zeggen, laten duidelijk blijken dat zij een vaderland zoeken.

15En als zij aan het vaderland gedacht hadden vanwaaruit zij weggegaan waren, zouden zij gelegenheid gehad hebben om terug te keren.

16Maar nu verlangen zij naar een beter, dat is naar een hemels vaderland. Daarom schaamt God Zich niet voor hen Ex. 3:6; Matt. 22:32; Hand. 7:32om hun God genoemd te worden. Want Hij had voor hen een stad gereedgemaakt.

17Gen. 22:10Door het geloof heeft Abraham, toen hij door God op de proef gesteld werd, Izak geofferd. En hij, die de beloften ontvangen had, heeft zijn eniggeborene geofferd.

18Tegen hem was gezegd: Gen. 21:12; Rom. 9:7; Gal. 3:29Dat van Izak11:18 Dat van Izak - Letterlijk: In Izak. zal uw nageslacht genoemd worden. Hij overlegde bij zichzelf dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken.

19En hij kreeg hem als het ware daaruit ook terug.

20Gen. 27:28,39Door het geloof heeft Izak zijn zonen Jakob en Ezau gezegend, met betrekking tot toekomstige dingen.

21Gen. 48:15Door het geloof heeft Jakob bij zijn sterven ieder van de zonen van Jozef gezegend Gen. 47:31en hij boog zich in aanbidding neer, terwijl hij leunde op het uiteinde van zijn staf.

22Gen. 50:24Door het geloof heeft Jozef bij zijn sterven melding gemaakt van de uittocht van de Israëlieten en heeft hij een opdracht gegeven in verband met zijn gebeente.

23Ex. 2:2; Hand. 7:20Door het geloof werd Mozes, toen hij geboren was, drie maanden lang door zijn ouders verborgen, omdat zij zagen dat het een heel bijzonder kind was. En zij waren niet bevreesd voor het bevel van de koning.

24Door het geloof heeft Mozes, toen hij groot geworden was, geweigerd een zoon van de dochter van de farao genoemd te worden.

25Ps. 84:11Hij koos ervoor liever met het volk van God slecht behandeld te worden dan voor een ogenblik het genot van de zonde te hebben.

26Hij beschouwde de smaad van Christus als grotere rijkdom dan de schatten in Egypte, want hij had het loon voor ogen.

27Door het geloof heeft hij Egypte verlaten zonder bevreesd te zijn voor de toorn van de koning. Want hij bleef standvastig, als zag hij de Onzichtbare.

28Ex. 12:21Door het geloof heeft hij het Pascha ingesteld en het besprenkelen met het bloed, opdat de verderver van de eerstgeborenen hen niet zou treffen.

29Ex. 14:22Door het geloof zijn zij door de Rode Zee gegaan als over het droge. Toen de Egyptenaren dat ook probeerden te doen, zijn ze verdronken.

30Joz. 6:20Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen, nadat ze tot zeven dagen toe omringd waren geweest.

31Joz. 6:23; Jak. 2:25Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, Joz. 2:1omdat zij de verkenners met vrede had ontvangen.

32En wat zal ik nog meer zeggen? Want de tijd ontbreekt mij om te vertellen over Richt. 6:11Gideon, Richt. 4:6Barak, Richt. 13:24Simson, Richt. 11:1; 12:7Jefta, 1 Sam. 17:45David en 1 Sam. 12:20Samuel en de profeten.

33Zij hebben door het geloof koninkrijken overwonnen, gerechtigheid in praktijk gebracht, beloften verkregen, Richt. 14:6; 1 Sam. 17:34; Dan. 6:23muilen van leeuwen gesloten.

34Dan. 3:25Zij hebben de kracht van het vuur geblust, zij zijn aan 1 Sam. 20:1; 1 Kon. 19:3; 2 Kon. 6:16de scherpte van het zwaard ontkomen, Job 42:10; Ps. 6:9; Jes. 38:21zij hebben in zwakheid kracht ontvangen, zij zijn machtig geworden in de oorlog, legers van vreemden hebben zij op de vlucht gejaagd.

351 Kon. 17:23; 2 Kon. 4:36Vrouwen hebben hun doden teruggekregen door opstanding uit de dood. Hand. 22:25Maar anderen zijn gefolterd en namen de aangeboden verlossing niet aan, opdat zij een betere opstanding verkrijgen zouden.

36En weer anderen hebben spot en geselslagen verdragen, ja zelfs Jer. 20:2boeien en gevangenis.

371 Kon. 21:13Zij zijn gestenigd, in stukken gezaagd, in verzoeking gebracht, met het zwaard ter dood gebracht. Zij hebben rondgelopen 2 Kon. 1:8; Matt. 3:4in schapenvachten en geitenvellen. Zij leden gebrek, werden verdrukt en mishandeld.

38De wereld was hen niet waard. Zij dwaalden rond in afgelegen plaatsen en verbleven op bergen, in grotten en in holen in de aarde.

39En deze allen hebben, hoewel zij door het geloof een goed getuigenis van God gekregen hebben, de vervulling van de belofte niet verkregen,

40daar God met het oog op ons iets beters voorzien had, opdat zij zonder ons niet tot de volmaaktheid zouden komen.

11

Het geloof en zijn kracht. Voorbeelden uit het Oude Testament

1Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet.

2Want door hetzelve hebben de ouden getuigenis bekomen.

3Door het geloof verstaan wij, Gen. 1:1. Ps. 33:6. Joh. 1:10. Efez. 3:9. Kol. 1:16.dat de wereld door het woord Gods is toebereid, Rom. 4:17. Kol. 1:16.alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden.

4Door het geloof Gen. 4:4.heeft Abel een meerdere offerande Gode geofferd dan Kaïn, door hetwelk hij Matt. 23:35.getuigenis bekomen heeft, dat hij rechtvaardig was, alzo God over zijn gave getuigenis gaf; en door hetzelve geloof spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.

5Door het geloof is Gen. 5:24.Enoch weggenomen geweest, opdat hij den dood niet zou zien; en hij werd niet gevonden, daarom dat hem God weggenomen had; want vóór zijn wegneming heeft hij getuigenis gehad, dat hij Gode behaagde.

6Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.

7Door het geloof heeft Gen. 6:13.Noach, door Goddelijke aanspraak vermaand zijnde van de dingen, die nog niet gezien werden, en bevreesd geworden zijnde, de ark toebereid tot behoudenis van zijn huisgezin; door welke ark hij de wereld heeft veroordeeld, en is geworden een erfgenaam der rechtvaardigheid, die naar het geloof is.

8Door het geloof is Gen. 12:4.Abraham, geroepen zijnde, gehoorzaam geweest, om uit te gaan naar de plaats, die hij tot een erfdeel ontvangen zou; en hij is uitgegaan, niet wetende, waar hij komen zou.

9Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land der belofte, als in een vreemd land, en heeft in tabernakelen gewoond met Izak en Jakob, die medeërfgenamen waren derzelfde belofte.

10Want hij verwachtte de stad, die fondamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is.

11Door het geloof heeft ook Gen. 17:19. 21:2.Sara zelve kracht ontvangen, om zaad te geven, en Luk. 1:36.boven den tijd haars ouderdoms heeft zij gebaard; overmits zij Hem getrouw heeft geacht, Die het beloofd had.

12Daarom zijn ook van één, en dat een verstorvene, zovelen in menigte geboren, Gen. 15:5. 22:17. Rom. 4:18.als de sterren des hemels, en als het zand, dat aan den oever der zee is, hetwelk ontallijk is.

13Joh. 8:53.Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, Gen. 23:4. 47:9.dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren.

14Want die zulke dingen zeggen, betonen klaarlijk, dat zij een vaderland zoeken.

15En indien zij aan dat vaderland gedacht hadden, van hetwelk zij uitgegaan waren, zij zouden tijd gehad hebben, om weder te keren;

16Maar nu zijn zij begerig naar een beter, dat is, naar het hemelse. Daarom schaamt Zich God hunner niet, Ex. 3:6. Matt. 22:32. Hand. 7:32.om hun God genaamd te worden; want Hij had hun een stad bereid.

17Gen. 22:10.Door het geloof heeft Abraham, als hij verzocht werd, Izak geofferd, en hij, die de beloften ontvangen had, heeft zijn eniggeborene geofferd,

18(Tot denwelken gezegd was: Gen. 21:12. Rom. 9:7. Gal. 3:29.In Izak zal u het zaad genoemd worden) overleggende, dat God machtig was, hem ook uit de doden te verwekken;

19Waaruit hij hem ook bij gelijkenis wedergekregen heeft.

20Gen. 27:28, 39.Door het geloof heeft Izak zijn zonen Jakob en Ezau gezegend aangaande toekomende dingen.

21Gen. 48:15.Door het geloof heeft Jakob, stervende, een iegelijk der zonen van Jozef gezegend, Gen. 47:31.en heeft aangebeden, leunende op het opperste van zijn staf.

22Gen. 50:24.Door het geloof heeft Jozef, stervende, gemeld van den uitgang der kinderen Israëls, en heeft bevel gegeven van zijn gebeenten.

23Ex. 2:2. Hand. 7:20.Door het geloof werd Mozes, toen hij geboren was, drie maanden lang van zijn ouders verborgen, overmits zij zagen, dat het kindeken schoon was; en zij vreesden het gebod des konings niet.

24Door het geloof heeft Mozes, nu groot geworden zijnde, geweigerd een zoon van Faraö's dochter genoemd te worden;

25Ps. 84:11.Verkiezende liever met het volk van God kwalijk gehandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben;

26Achtende de versmaadheid van Christus meerderen rijkdom te zijn, dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons.

27Door het geloof heeft hij Egypte verlaten, niet vrezende den toorn des konings; want hij hield zich vast, als ziende den Onzienlijke.

28Ex. 12:21.Door het geloof heeft hij het pascha uitgericht, en de besprenging des bloeds, opdat de verderver der eerstgeborenen hen niet raken zou.

29Ex. 14:22.Door het geloof zijn zij de Rode zee doorgegaan, als door het droge; hetwelk de Egyptenaars, ook verzoekende, zijn verdronken.

30Joz. 6:20.Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen, als zij tot zeven dagen toe omringd waren geweest.

31Joz. 6:23. Jak. 2:25.Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, Joz. 2:1.als zij de verspieders met vrede had ontvangen.

32En wat zal ik nog meer zeggen? Want de tijd zal mij ontbreken, zou ik verhalen Richt. 6:11.van Gídeon, Richt. 4:6.en Barak, en Richt. 13:24.Samson, en Richt. 11:1. 12:7.Jeftha, en 1 Sam. 17:45.David, en 1 Sam. 12:20.Samuël, en de profeten;

33Welken door het geloof koninkrijken hebben overwonnen, gerechtigheid geoefend, de beloftenissen verkregen, Richt. 14:6. 1 Sam. 17:34. Dan. 6:23.de muilen der leeuwen toegestopt;

34Dan. 3:25.De kracht des vuurs hebben uitgeblust, 1 Sam. 20:1. 1 Kon. 19:3. 2 Kon. 6:16.de scherpte des zwaards zijn ontvloden, Job 42:10. Ps. 6:9. Jes. 38:21.uit zwakheid krachten hebben gekregen, in den krijg sterk geworden zijn, heirlegers der vreemden op de vlucht hebben gebracht;

351 Kon. 17:23. 2 Kon. 4:36.De vrouwen hebben hare doden uit de opstanding wedergekregen; Hand. 22:25.en anderen zijn uitgerekt geworden, de aangeboden verlossing niet aannemende, opdat zij een betere opstanding verkrijgen zouden.

36En anderen hebben bespottingen en geselen geproefd, en ook Jer. 20:2.banden en gevangenis;

371 Kon. 21:13.Zijn gestenigd geworden, in stukken gezaagd, verzocht, door het zwaard ter dood gebracht; hebben gewandeld 2 Kon. 1:8. Matt. 3:4.in schaapsvellen en in geitenvellen; verlaten, verdrukt, kwalijk gehandeld zijnde;

38(Welker de wereld niet waardig was) hebben in woestijnen gedoold, en op bergen, en in spelonken, en in holen der aarde.

39En deze allen, hebbende door het geloof getuigenis gehad, hebben de belofte niet verkregen;

40Alzo God wat beters over ons voorzien had, opdat zij zonder ons niet zouden volmaakt worden.