Hebreeën 4
De brief van de apostel Paulus aan de Hebreeën

HSV

De rust die God geeft

1Laten wij er dan beducht voor zijn dat iemand van u ooit schijnt achter te blijven, terwijl de belofte om in Zijn rust binnen te gaan nog van kracht is.4:1 van kracht is - Letterlijk: overgelaten is.

2Want ook aan ons is het Evangelie verkondigd, evenals aan hen. Maar het gepredikte woord bracht hun geen voordeel, omdat het niet met geloof gepaard ging bij hen die het hoorden.

3Wij die tot geloof gekomen zijn, gaan immers de rust binnen, zoals Hij gezegd heeft: Ps. 95:11Daarom heb Ik in Mijn toorn gezworen: Mijn rust zullen zij niet binnengaan! En dat terwijl Zijn werken al sinds de grondlegging van de wereld voltooid zijn.

4Want Hij heeft ergens over de zevende dag als volgt gesproken: Gen. 2:2; Ex. 20:11; 31:17En God heeft op de zevende dag van al Zijn werken gerust.

5En op deze plaats opnieuw: Zij zullen Mijn rust niet binnengaan!

6Omdat dus het feit blijft dat sommigen deze rust binnengaan, en dat zij aan wie het Evangelie eerst verkondigd was, niet binnengegaan zijn vanwege hun ongehoorzaamheid,

7bepaalt Hij opnieuw een zekere dag, namelijk heden, wanneer Hij zo lange tijd daarna door David zegt (zoals al eerder gezegd is): Ps. 95:7; Hebr. 3:7Heden, als u Zijn stem hoort, verhard dan uw hart niet.

8Want als Jozua hen al in de rust gebracht had, zou God daarna niet gesproken hebben over een andere dag.

9Er blijft dus nog een sabbatsrust over voor het volk van God,

10want wie Zijn rust binnengegaan is, die heeft zelf ook van zijn werken gerust, zoals God van de Zijne.

11Laten wij ons dan beijveren om die rust binnen te gaan, opdat niemand door het volgen van dit voorbeeld van ongehoorzaamheid ten val zal komen.

12Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper Pred. 12:11; Jes. 49:2; Efez. 6:17dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.

13Ps. 33:13En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem, maar alles ligt naakt en ontbloot voor de ogen van Hem aan Wie wij rekenschap hebben af te leggen.... aan Wie wij rekenschap hebben af te leggen: Letterlijk staat hier: ... tot wie aan ons het woord is. De SV heeft hier een ietwat vrijere vertaling , nl. ... met welken wij te doen hebben. Andere mogelijkheid zijn: ... tot wie wij spreken (in onze gebeden) en ... over wie wij spreken.

Vrijmoedig naderen

14Hebr. 3:1; 6:20; 8:1; 9:11Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden.

15Hebr. 2:18Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, Filipp. 2:7maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar Jes. 53:9; 2 Kor. 5:21; 1 Petr. 2:22; 1 Joh. 3:5zonder zonde.

16Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen Rom. 3:25tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip.

SV

1Laat ons dan vrezen, dat niet te eniger tijd, de belofte van in Zijn rust in te gaan nagelaten zijnde, iemand van u schijne achtergebleven te zijn.

2Want ook ons is het Evangelie verkondigd, gelijk als hun; maar het woord der prediking deed hun geen nut, dewijl het met het geloof niet gemengd was in degenen, die het gehoord hebben.

3Want wij, die geloofd hebben, gaan in de rust, gelijk Hij gezegd heeft: Ps. 95:11.Zo heb Ik dan gezworen in Mijn toorn: Indien zij zullen ingaan in Mijn rust! hoewel Zijn werken van de grondlegging der wereld af al volbracht waren.

4Want Hij heeft ergens van den zevenden dag aldus gesproken: Gen. 2:2. Ex. 20:11. 31:17.En God heeft op den zevenden dag van al Zijn werken gerust.

5En in deze plaats wederom: Indien zij in Mijn rust zullen ingaan!

6Dewijl dan blijft, dat sommigen in dezelve rust ingaan, en degenen, wien het Evangelie eerst verkondigd was, niet ingegaan zijn vanwege de ongehoorzaamheid,

7Zo bepaalt Hij wederom een zekeren dag, namelijk heden, door David zeggende, zo langen tijd daarna (gelijkerwijs gezegd is): Ps. 95:7. Hebr. 3:7.Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet.

8Want indien Jozua hen in de rust gebracht heeft, zo had Hij daarna niet gesproken van een anderen dag.

9Er blijft dan een rust over voor het volk Gods.

10Want die ingegaan is in zijn rust, heeft zelf ook van zijn werken gerust, gelijk God van de Zijne.

11Laat ons dan ons benaarstigen, om in die rust in te gaan; opdat niet iemand in hetzelfde voorbeeld der ongelovigheid valle.

12Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender Pred. 12:11. Jes. 49:2. Efez. 6:17.dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.

13Ps. 33:13.En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij te doen hebben.

Christus overtreft de hogepriesters van het oude verbond

14Hebr. 3:1. 6:20. 8:1. 9:11.Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden.

15Hebr. 2:18.Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, Filipp. 2:7.maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch Jes. 53:9. 2 Kor. 5:21. 1 Petr. 2:22. 1 Joh. 3:5.zonder zonde.

16Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan Rom. 3:25.tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.