Lukas 1
Het heilig evangelie naar de beschrijving van Lukas

HSV

Inleiding

1Aangezien velen ter hand genomen hebben een verslag op te stellen van de dingen die onder ons volkomen zekerheid hebben,

2zoals zij die van het begin af ooggetuigen en dienaren van het Woord zijn geweest, aan ons overgeleverd hebben,

3heeft het ook mij goedgedacht, na alles van voren af aan nauwkeurig onderzocht te hebben, het geordend voor u te beschrijven, hooggeachte Theofilus,

4opdat u de zekerheid kent van de dingen waarin u onderwezen bent.

Aankondiging van de geboorte van Johannes de Doper

5In de dagen van Herodes, de koning van Judea, was er een priester 1 Kron. 24:10van de afdeling van Abia, van wie de naam Zacharias was. En zijn vrouw behoorde tot de dochters van Aäron en haar naam was Elizabet.

6Zij waren beiden rechtvaardig voor God en wandelden onberispelijk volgens alle geboden en verordeningen van de Heere.

7En zij hadden geen kind, omdat Elizabet onvruchtbaar was en zij beiden op leeftijd1:7 op leeftijd - Letterlijk: ver op hun dagen; zie ook vers 18. gekomen waren.In de eerste uitgaven van de HSV stond hier op hoge leeftijd. De toevoeging van hoge is echter onnodig. Zie ook vers 18.

8Terwijl hij het priesterambt bediende voor God, toen het de beurt van zijn afdeling was, gebeurde het

9dat hij, volgens de gewoonte van de priesterdienst, door loting werd aangewezen Hebr. 9:6om de tempel van de Heere binnen te gaan en Ex. 30:7; Lev. 16:17het reukoffer te brengen.

10En heel de menigte van het volk was buiten aan het bidden op het uur van het reukoffer.

11En er verscheen aan hem een engel van de Heere, die aan de rechterzijde van het reukofferaltaar stond.

12En toen Zacharias hem zag, raakte hij in verwarring en vrees overviel hem.Ontroerd vs. in verwarring: Op het eerste gezicht lijkt er een groot verschil te zijn tussen het ontroerd worden van de SV en het in verwarring raken in de herziening. Dit is echter niet het geval. Ook hier heeft in de loop der jaren een betekenisverschuiving plaatsgehad. Ontroerd worden betekende in de tijd dat de SV ontstond iets anders dan wat wij er nu onder verstaan. Het Griekse grondwoord tarassoo betekent gewoonweg in verwarring raken. Zo is het ook overal in de HSV weergegeven, behalve in het Evangelie naar Johannes. Daar heeft het namelijk ook betrekking op de Heere Jezus (11:33; 12:27; 13:21) en is in verwarring raken minder gepast. Daarom is in dit boek gekozen voor in beroering raken.

13Maar de engel zei tegen hem: Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elizabet zal u een zoon baren en Vers 60u zult hem de naam Johannes geven.

14En er zal blijdschap en vreugde voor u zijn en velen Vers 58zullen zich over zijn geboorte verblijden,

15want hij zal groot zijn voor de Heere. Richt. 13:4Geen wijn en geen sterkedrank zal hij drinken en hij zal al van de moederschoot af met de Heilige Geest vervuld worden,

16en Mal. 4:6; Matt. 11:14hij zal velen van de Israëlieten bekeren tot de Heere, hun God.

17En hij Matt. 3:2; Mark. 9:12zal voor Hem uit gaan in de geest en de kracht van Elia, Mal. 4:6om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor de Heere een toegerust volk gereed te maken.

18En Zacharias zei tegen de engel: Hoe zal ik dat weten? Gen. 17:17Want ik ben oud en mijn vrouw is op leeftijd gekomen.

19En de engel antwoordde en zei tegen hem: Ik ben Gabriël, die voor God sta, en ik ben uitgezonden om tot u te spreken en u deze dingen te verkondigen.

20En zie, u zult zwijgen en niet kunnen spreken tot op de dag dat deze dingen gebeurd zijn, omdat u mijn woorden niet geloofd hebt, die vervuld zullen worden op hun tijd.

21En het volk stond te wachten op Zacharias; en ze waren verwonderd dat hij zo lang in de tempel bleef.

22Toen hij naar buiten kwam, kon hij niet tot hen spreken. Zij begrepen dat hij een verschijning in de tempel gezien had. Hij wenkte hun toe en bleef stom.

23En het gebeurde, toen de dagen van zijn dienstwerk voorbij waren, dat hij naar zijn huis ging;

24en na die dagen werd zijn vrouw Elizabet zwanger. En zij verborg zich vijf maanden en zei:

25Zo heeft de Heere voor mij gedaan in de dagen waarin Hij acht op mij geslagen heeft om Gen. 30:23; Jes. 4:1mijn smaad onder de mensen weg te nemen.

Aankondiging van de geboorte van Jezus

26In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, waarvan de naam Nazareth was,

27Matt. 1:18naar een maagd die ondertrouwd was met een man, van wie de naam Jozef was, uit het huis van David; en de naam van de maagd was Maria.Maagd vs. meisje: De betekenis van het Griekse parthenos heeft twee belangrijke aspecten, nl. (1) een ongehuwde jonge vrouw, en (2) een vrouw nog nooit met een man geslapen heeft. In de zeventiende eeuw had het Nederlandse woordje maagd min of meer dezelfde betekenis. Dat kunnen we heden ten dage niet meer zeggen. De beide aspecten vallen niet meer samen binnen één woord. Voor de ongehuwde jonge vrouw gebruiken we tegenwoordig het woord meisje en we kunnen er niet meer automatisch van uitgaan dat elk meisje een maagd is. Het woord maagd is in het Nederlands van vandaag de dag dan ook een specifieke term geworden voor een vrouw (de leeftijd doet nauwelijks meer ter zake) die nog geen geslachtsverkeer heeft gehad. Soms wordt het tegenwoordig zelfs voor mannen gebruikt! In Mattheüs 25 staat duidelijk het eerste aspect centraal. Het gaat daar om de jonge bruidsmeisjes die een belangrijke functie hadden bij een huwelijksvoltrekking. Hun maagdelijkheid is in dit verband van veel minder belang. Vandaar dat de HSV voor meisjes heeft gekozen. In Mattheüs 1:23 ligt het heel anders. Hier staat het wonder van de maagdelijke geboorte centraal en is voor maagd gekozen.

28En toen de engel bij haar binnengekomen was, zei hij: Wees gegroet, begenadigde. De Heere is met u. U bent gezegend onder de vrouwen.

29Toen zij hem zag, raakte zij in verwarring door zijn woorden, en zij vroeg zich af wat de betekenis van deze groet kon zijn.Ontroerd vs. in verwarring: Op het eerste gezicht lijkt er een groot verschil te zijn tussen het ontroerd worden van de SV en het in verwarring raken in de herziening. Dit is echter niet het geval. Ook hier heeft in de loop der jaren een betekenisverschuiving plaatsgehad. Ontroerd worden betekende in de tijd dat de SV ontstond iets anders dan wat wij er nu onder verstaan. Het Griekse grondwoord tarassoo betekent gewoonweg in verwarring raken. Zo is het ook overal in de HSV weergegeven, behalve in het Evangelie naar Johannes. Daar heeft het namelijk ook betrekking op de Heere Jezus (11:33; 12:27; 13:21) en is in verwarring raken minder gepast. Daarom is in dit boek gekozen voor in beroering raken.

30En de engel zei tegen haar: Wees niet bevreesd, Maria, want u hebt genade gevonden bij God.

31En Jes. 7:14zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de Matt. 1:21Naam Jezus geven.

32Jes. 54:5Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en 2 Sam. 7:12; Ps. 132:11; Jes. 9:6God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven,

331 Kron. 22:10; Ps. 45:7; 89:37; Jer. 23:5; Dan. 7:14,27; Micha 4:7; Hebr. 1:8en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen.

34Maria zei tegen de engel: Hoe zal dat mogelijk zijn, aangezien ik geen gemeenschap heb met een man?1:34 gemeenschap heb met een man - Letterlijk: een man ken.

35En de engel antwoordde en zei tegen haar: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom ook zal het Heilige Dat uit u geboren zal worden, Gods Zoon genoemd worden.

36En zie, uw nicht Elizabet is eveneens zwanger van een zoon, in haar ouderdom. Dit is de zesde maand voor haar, die onvruchtbaar genoemd werd.Een andere mogelijke vertaling is: familielid, bloedverwante.

37Job 42:2; Jer. 32:17; Zach. 8:6; Matt. 19:26; Luk. 18:27Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn.

38Maria zei: Zie, de dienares van de Heere, laat met mij geschieden overeenkomstig uw woord. En de engel ging van haar weg.Dienstmaagd vs. dienares: De Griekse woorden doulos (slaaf, dienaar) en doulè (slavin, dienares) zijn door de Statenvertalers consequent vertaald met resp. dienstknecht en dienstmaagd. Deze woorden zijn echter sterk verouderd. Bij het woord dienstmaagd denkt men veelal aan een ongetrouwde dienstbode. In gevallen waar het verband duidelijk over slaven spreekt, heeft de HSV deze woorden met slaaf en slavin vertaald. In andere gevallen is gekozen voor dienaar en dienares. Waar het om het dienen van God gaat, is gekozen voor dienstknecht en dienares.

Maria bij Elizabet

39In die dagen stond Maria op en reisde haastig naar het bergland, naar een stad van Juda,

40en zij kwam in het huis van Zacharias en groette Elizabet.

41En toen Elizabet de groet van Maria hoorde, gebeurde het dat het kindje opsprong in haar buik; en Elizabet werd vervuld met de Heilige Geest,

42en zij riep met luide stem en zei: Gezegend ben je onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van je buik.

43En waaraan heb ik dit te danken dat de moeder van mijn Heere naar mij toe komt?

44Want zie, toen het geluid van je groet in mijn oren klonk, sprong het kindje van vreugde op in mijn buik.

45Luk. 11:28En zalig is zij die geloofd heeft, want wat haar van de kant van de Heere gezegd is, zal volbracht worden.

De lofzang van Maria

46En Maria zei: Mijn ziel maakt de Heere groot,

47en mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker,

48omdat Hij heeft omgezien naar de nederige staat van Zijn dienares. Want zie, van nu aan zullen alle geslachten mij zalig spreken,

49want Hij Die machtig is, heeft grote dingen aan mij gedaan en heilig is Zijn Naam.

50Ex. 20:6En Zijn barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over hen die Hem vrezen.

51Jes. 51:9; 52:10Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm. Ps. 33:10; 1 Petr. 5:5Hij heeft hen die hoogmoedig zijn in de gedachten van hun hart, uiteengedreven.

52Hij heeft machtigen van de troon gestoten en 1 Sam. 2:8; Ps. 113:6nederigen heeft Hij verhoogd.

53Ps. 34:11Hongerigen heeft Hij met goede gaven verzadigd en rijken heeft Hij met lege handen weggezonden.

54Jes. 30:18; 41:9; 54:5; Jer. 31:2,20Hij heeft het opgenomen voor Israël, Zijn knecht, door aan Zijn barmhartigheid te denken,

55zoals Hij gesproken heeft Gen. 17:19; 22:18; Ps. 132:11tot onze vaderen, tot Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.

56En Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar en keerde terug naar haar huis.

De geboorte van Johannes de Doper

57De tijd van Elizabet werd vervuld dat zij baren zou, en zij baarde een zoon.

58En haar buren en familieleden hoorden dat de Heere haar grote barmhartigheid bewezen had, en Vers 14verheugden zich met haar.

59En het gebeurde op de Gen. 17:12; Lev. 12:3achtste dag dat zij kwamen om het kind te besnijden en ze noemden het Zacharias, naar de naam van zijn vader,

60maar zijn moeder antwoordde en zei: Nee, maar Vers 13hij zal Johannes heten!

61En ze zeiden tegen haar: Er is niemand in uw familie die die naam draagt,

62en zij gebaarden naar zijn vader hoe hij wilde dat het genoemd zou worden.

63En nadat hij om een schrijftafeltje gevraagd had, schreef hij de woorden: Johannes is zijn naam. En zij verwonderden zich allen.

64En onmiddellijk werd zijn mond geopend en zijn tong losgemaakt; en hij sprak en loofde God.

65En er kwam vrees over allen die rondom hen woonden, en in heel het bergland van Judea werd veel over al deze dingen gesproken.

66En allen die het hoorden, namen het ter harte en zeiden: Wat zal er toch van dit kind worden? En de hand van de Heere was met hem.

De lofzang van Zacharias

67En Zacharias, zijn vader, werd vervuld met de Heilige Geest en profeteerde:

68Geprezen zij de Heere, de God van Israël, want Hij heeft naar Zijn volk omgezien en er verlossing voor tot stand gebracht.

69Ps. 132:17En Hij heeft een hoorn van zaligheid voor ons opgericht in het huis van David, Zijn knecht,

70Ps. 72:12; Jes. 40:10; Jer. 23:6; 30:10; Dan. 9:27zoals Hij gesproken had bij monde van Zijn heilige profeten, die er door de eeuwen heen geweest zijn,

71namelijk verlossing van onze vijanden en bevrijding uit de hand van allen die ons haten,

72om barmhartigheid te bewijzen aan onze vaderen en te denken aan Zijn heilig verbond,

73Gen. 22:16; Ps. 105:9; Jer. 31:33; Hebr. 6:13,17de eed die Hij aan Abraham, onze vader, gezworen heeft om ons te geven,

74Hebr. 9:14dat wij, verlost uit de hand van onze vijanden, Hem zouden dienen zonder vrees,

751 Petr. 1:15in heiligheid en gerechtigheid voor Hem alle dagen van ons leven.

76Vers 17; Mal. 4:5En jij, kind, zult een profeet van de Allerhoogste genoemd worden, want je zult voor het aangezicht van de Heere uit gaan om Zijn wegen gereed te maken,

77Luk. 3:3en om Zijn volk kennis van de zaligheid te geven in de vergeving van hun zonden,

78door de innige gevoelens van barmhartigheid van onze God, waarmee de Mal. 4:2Opgang uit de hoogte naar ons omgezien heeft,

79Jes. 9:1; 42:7; 43:8; 49:9; 60:1om te verschijnen aan hen die gezeten zijn in duisternis en schaduw van de dood, en om onze voeten te richten op de weg van de vrede.

80Luk. 2:40Het kind groeide op en werd gesterkt in de geest, en het verbleef in de woestijnen tot de dag van zijn verschijning aan Israël.

SV

Inleiding

1Nademaal velen ter hand genomen hebben, om in orde te stellen een verhaal van de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben;

2Gelijk ons overgeleverd hebben, die van den beginne zelven aanschouwers en dienaars des Woords geweest zijn;

3Zo heeft het ook mij goed gedacht, hebbende alles van voren aan naarstiglijk onderzocht, vervolgens aan u te schrijven, voortreffelijke Theófilus!

4Opdat gij moogt kennen de zekerheid der dingen, waarvan gij onderwezen zijt.

Geboorte van Johannes den Doper aangekondigd

5In de dagen van Heródes, den koning van Judéa, was een zeker priester, met name Zacharías, 1 Kron. 24:10.van de dagorde van Abía; en zijn vrouw was uit de dochteren van Aäron, en haar naam Elizabet.

6En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk.

7En zij hadden geen kind, omdat Elizabet onvruchtbaar was, en zij beiden verre op hun dagen gekomen waren.

8En het geschiedde, dat, als hij het priesterambt bediende voor God, in de beurt zijner dagorde.

9Naar de gewoonte der priesterlijke bediening, hem te lote was gevallen, Hebr. 9:6.dat hij zoude ingaan in den tempel des Heeren om te Ex. 30:7. Lev. 16:17.reukofferen.

10En al de menigte des volks was buiten, biddende, ten ure des reukoffers.

11En van hem werd gezien een engel des Heeren, staande ter rechterzijde van het altaar des reukoffers.

12En Zacharías, hem ziende, werd ontroerd, en vreze is op hem gevallen.

13Maar de engel zeide tot hem: Vrees niet, Zacharías! want uw gebed is verhoord, en uw vrouw Elizabet zal u een zoon baren, en Vers 60.gij zult zijn naam heten Johannes.

14En u zal blijdschap en verheuging zijn, en velen Vers 58.zullen zich over zijn geboorte verblijden.

15Want hij zal groot zijn voor den Heere; Richt. 13:4.noch wijn, noch sterken drank zal hij drinken, en hij zal met den Heiligen Geest vervuld worden, ook van zijner moeders lijf aan.

16En Mal. 4:6. Matt. 11:14.hij zal velen der kinderen Israëls bekeren tot den Heere, hun God.

17En Matt. 3:2. Mark. 9:12.hij zal voor Hem heengaan, in den geest en de kracht van Elías, Mal. 4:6.om te bekeren de harten der vaderen tot de kinderen, en de ongehoorzamen tot de voorzichtigheid der rechtvaardigen, om den Heere te bereiden een toegerust volk.

18En Zacharías zeide tot den engel: Waarbij zal ik dat weten? Gen. 17:17.Want ik ben oud, en mijn vrouw is verre op haar dagen gekomen.

19En de engel antwoordde en zeide tot hem: Ik ben Gabriël, die voor God sta, en ben uitgezonden, om tot u te spreken, en u deze dingen te verkondigen.

20En zie, gij zult zwijgen, en niet kunnen spreken, tot op den dag, dat deze dingen geschied zullen zijn; om dies wil, dat gij mijn woorden niet geloofd hebt, welke vervuld zullen worden op hun tijd.

21En het volk was wachtende op Zacharías, en zij waren verwonderd, dat hij zo lang vertoefde in den tempel.

22En als hij uitkwam, kon hij tot hen niet spreken; en zij bekenden, dat hij een gezicht in den tempel gezien had. En hij wenkte hun toe, en bleef stom.

23En het geschiedde, als de dagen zijner bediening vervuld waren, dat hij naar zijn huis ging.

24En na die dagen werd Elizabet, zijn vrouw, bevrucht; en zij verborg zich vijf maanden, zeggende:

25Alzo heeft mij de Heere gedaan, in de dagen, in welke Hij mij aangezien heeft, om Gen. 30:23. Jes. 4:1.mijn versmaadheid onder de mensen weg te nemen.

Geboorte van Jezus aangekondigd

26En in de zesde maand werd de engel Gabriël van God gezonden naar een stad in Galiléa, genaamd Názareth;

27Matt. 1:18.Tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, wiens naam was Jozef, uit den huize Davids; en de naam der maagd was Maria.

28En de engel tot haar ingekomen zijnde, zeide: Wees gegroet, gij begenadigde; de Heere is met u; gij zijt gezegend onder de vrouwen.

29En als zij hem zag, werd zij zeer ontroerd over dit zijn woord, en overlegde, hoedanig deze groetenis mocht zijn.

30En de engel zeide tot haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade bij God gevonden.

31En Jes. 7:14.zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn Matt. 1:21.naam heten JEZUS.

32Jes. 54:5.Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en 2 Sam. 7:12. Ps. 132:11. Jes. 9:6.God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven.

331 Kron. 22:10. Ps. 45:7. 89:37. Jer. 23:5. Dan. 7:14, 27. Micha 4:7. Hebr. 1:8.En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn.

34En Maria zeide tot den engel: Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man bekenne?

35En de engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.

36En zie, Elizabet, uw nicht, is ook zelve bevrucht, met een zoon, in haar ouderdom; en deze maand is haar, die onvruchtbaar genaamd was, de zesde.

37Job 42:2. Jer. 32:17. Zach. 8:6. Matt. 19:26. Luk. 18:27.Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn.

38En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging weg van haar.

Maria bezoekt Elizabet

39En Maria, opgestaan zijnde in diezelfde dagen, reisde met haast naar het gebergte, in een stad van Juda;

40En kwam in het huis van Zacharías, en groette Elizabet.

41En het geschiedde, als Elizabet de groetenis van Maria hoorde, zo sprong het kindeken op in haar buik; en Elizabet werd vervuld met den Heiligen Geest;

42En riep uit met een grote stem, en zeide: Gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws buiks!

43En van waar komt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt?

44Want zie, als de stem uwer groetenis in mijn oren geschiedde, zo sprong het kindeken van vreugde op in mijn buik.

45Luk. 11:28.En zalig is zij, die geloofd heeft; want de dingen, die haar van den Heere gezegd zijn, zullen volbracht worden.

Lofzang van Maria

46En Maria zeide: Mijn ziel maakt groot den Heere;

47En mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker;

48Omdat Hij de nederheid Zijner dienstmaagd heeft aangezien; want zie, van nu aan zullen mij zalig spreken al de geslachten.

49Want grote dingen heeft aan mij gedaan Hij, Die machtig is, en heilig is Zijn Naam.

50Ex. 20:6.En Zijn barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over degenen, die Hem vrezen.

51Jes. 51:9. 52:10.Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm; Ps. 33:10. 1 Petr. 5:5.Hij heeft verstrooid de hoogmoedigen in de gedachten hunner harten.

52Hij heeft machtigen van de tronen afgetrokken, en 1 Sam. 2:8. Ps. 113:6.nederigen heeft Hij verhoogd.

53Ps. 34:11.Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld; en rijken heeft Hij ledig weggezonden.

54Jes. 30:18. 41:9. 54:5. Jer. 31:2, 20.Hij heeft Israël, Zijn knecht, opgenomen, opdat Hij gedachtig ware der barmhartigheid.

55(Gelijk Hij gesproken heeft Gen. 17:19. 22:18. Ps. 132:11.tot onze vaderen, namelijk tot Abraham, en zijn zaad) in eeuwigheid.

56En Maria bleef bij haar omtrent drie maanden, en keerde weder tot haar huis.

Geboorte van Johannes den Doper

57En de tijd van Elizabet werd vervuld, dat zij baren zoude, en zij baarde een zoon.

58En die daar rondom woonden, en haar magen hoorden, dat de Heere Zijn barmhartigheid grotelijks aan haar bewezen had, en Vers 14.waren met haar verblijd.

59En het geschiedde, dat zij op den Gen. 17:12. Lev. 12:3.achtsten dag kwamen, om het kindeken te besnijden, en noemden het Zacharías, naar den naam zijns vaders.

60En zijn moeder antwoordde en zeide: Niet alzo, maar Vers 13.hij zal Johannes heten.

61En zij zeiden tot haar: Er is niemand in uw maagschap, die met dien naam genaamd wordt.

62En zij wenkten zijn vader, hoe hij wilde, dat hij genaamd zou worden.

63En als hij een schrijftafeltje geëist had, schreef hij, zeggende: Johannes is zijn naam. En zij verwonderden zich allen.

64En terstond werd zijn mond geopend, en zijn tong losgemaakt; en hij sprak, God lovende.

65En er kwam vrees over allen, die rondom hen woonden; en in het gehele gebergte van Judéa werd veel gesproken van al deze dingen.

66En allen, die het hoorden, namen het ter harte, zeggende: Wat zal toch dit kindeken wezen? En de hand des Heeren was met hem.

Lofzang van Zacharías

67En Zacharías, zijn vader, werd vervuld met den Heiligen Geest, en profeteerde, zeggende:

68Geloofd zij de Heere, de God Israëls, want Hij heeft bezocht, en verlossing te weeg gebracht Zijn volke;

69Ps. 132:17.En heeft een Hoorn der zaligheid ons opgericht, in het huis van David, Zijn knecht;

70Ps. 72:12. Jes. 40:10. Jer. 23:6. 30:10. Dan. 9:27.Gelijk Hij gesproken heeft door den mond Zijner heilige profeten, die van het begin der wereld geweest zijn;

71Namelijk een verlossing van onze vijanden, en van de hand al dergenen, die ons haten;

72Opdat Hij barmhartigheid deed aan onze vaderen, en gedachtig ware aan Zijn heilig verbond;

73Gen. 22:16. Ps. 105:9. Jer. 31:33. Hebr. 6:13, 17.En aan den eed, dien Hij Abraham, onzen vader, gezworen heeft, om ons te geven.

74Hebr. 9:14.Dat wij, verlost zijnde uit de hand onzer vijanden, Hem dienen zouden zonder vreze.

751 Petr. 1:15.In heiligheid en gerechtigheid voor Hem, al de dagen onzes levens.

76Vers 17. Mal. 4:5.En gij, kindeken, zult een profeet des Allerhoogsten genaamd worden; want gij zult voor het aangezicht des Heeren heengaan, om Zijn wegen te bereiden;

77Luk. 3:3.Om Zijn volk kennis der zaligheid te geven, in vergeving hunner zonden,

78Door de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods, met welke ons bezocht heeft de Mal. 4:2.Opgang uit de hoogte;

79Jes. 9:1. 42:7. 43:8. 49:9. 60:1.Om te verschijnen dengenen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods; om onze voeten te richten op den weg des vredes.

80Luk. 2:40.En het kindeken wies op, en werd gesterkt in den geest, en was in de woestijnen, tot den dag zijner vertoning aan Israël.