Maleachi 4
Het boek van de profeet Maleachi

HSV

Verschijning van de Zon der gerechtigheid

1Want zie, die dag komt,

brandend als een oven.

Dan zullen alle hoogmoedigen

en allen die goddeloosheid doen, Obadja vs. 18stoppels worden.

En de dag die komt, zal ze in vlam zetten,

zegt de HEERE van de legermachten,

Die van hen

wortel noch tak zal overlaten.

2Maar voor u die Mijn Naam vreest,

zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn;

en u zult naar buiten gaan en dartelen

als kalveren uit de stal.

3U zult de goddelozen vertrappen.

Voorzeker, stof zullen zij worden

onder uw voetzolen

op die dag die Ik bereiden zal,

zegt de HEERE van de legermachten.

4Deut. 6:3Denk aan de wet van Mozes, Mijn dienaar,

die Ik hem geboden heb

op Horeb voor heel Israël,

aan de verordeningen en de bepalingen.

5Zie, Ik zend tot u

de profeet Matt. 11:14; 17:11,12,13; Mark. 9:11,12,13; Luk. 1:17Elia,

voordat de dag van de HEERE komt,

die grote en ontzagwekkende dag.Vreselijk vs. ontzagwekkend: In de SV vinden we hier het woord vreselijk. Op het eerste gezicht lijkt het dat het ontzagwekkend van de HSV een stuk zwakker is. Toch is dat niet terecht. Het woordje vreselijk had in de tijd van de Statenvertaling een heel andere betekenis dan nu. Het betekende letterlijk: iets om te vrezen, iets om ontzag voor te hebben. Tegenwoordig heeft het echter een uiterst negatieve betekenis die hier niet past.

6Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen,

en het hart van de kinderen tot hun vaders,

opdat Ik niet zal komen

en de aarde met de ban zal slaan.

SV

4

Verschijning van de Zon der gerechtigheid

1Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, Obadja vs. 18.een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal.

2Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.

3En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen as worden onder de zolen uwer voeten, te dien dage, dien Ik maken zal, zegt de HEERE der heirscharen.

4Deut. 6:3.Gedenk der wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hem bevolen heb op Horeb aan gans Israël, der inzettingen en rechten.

5Ziet, Ik zende ulieden den profeet Matt. 11:14. 17:11, 12, 13. Mark. 9:11, 12, 13. Luk. 1:7.Elía, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal.

6En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen; opdat Ik niet kome, en de aarde met den ban sla.