Mattheüs 2
Mattheüs 2
Het heilig evangelie naar de beschrijving van Mattheüs
HSV

De wijzen uit het oosten

1Toen nu Jezus Luk. 2:4geboren was in Bethlehem, in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het oosten kwamen in Jeruzalem aan,

2en zeiden: Waar is de Koning van de Joden die geboren is? Want wij hebben Zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem te aanbidden.Een andere mogelijk vertaling is: Wij hebben Zijn ster in zijn opgang gezien, d.w.z. wij hebben Zijn ster voor het eerst zien opkomen.

3Toen koning Herodes dit hoorde, raakte hij in verwarring en heel Jeruzalem met hem.Ontroerd vs. in verwarring: Op het eerste gezicht lijkt er een groot verschil te zijn tussen het ontroerd worden van de SV en het in verwarring raken in de herziening. Dit is echter niet het geval. Ook hier heeft in de loop der jaren een betekenisverschuiving plaatsgehad. Ontroerd worden betekende in de tijd dat de SV ontstond iets anders dan wat wij er nu onder verstaan. Het Griekse grondwoord tarassoo betekent gewoonweg in verwarring raken. Zo is het ook overal in de HSV weergegeven, behalve in het Evangelie naar Johannes. Daar heeft het namelijk ook betrekking op de Heere Jezus (11:33; 12:27; 13:21) en is in verwarring raken minder gepast. Daarom is in dit boek gekozen voor in beroering raken.

4En nadat hij alle overpriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen had laten komen, wilde hij van hen weten waar de Christus geboren zou worden.

5Zij zeiden tegen hem: In Bethlehem, in Judea, want zo staat het geschreven door de profeet:

6Micha 5:1; Joh. 7:42En u, Bethlehem, land van Juda, bent beslist niet de minste onder de vorsten van Juda, want uit u zal de Leidsman voortkomen Die Mijn volk Israël weiden zal.

7Toen riep Herodes de wijzen onopgemerkt bij zich en vroeg hun nauwkeurig naar de tijd dat de ster verschenen was;

8en hij stuurde hen naar Bethlehem en zei: Ga erheen en doe nauwkeurig onderzoek naar dat Kind, en als u Het gevonden hebt, bericht het mij, zodat ook ik kom om Het te aanbidden.

9En nadat zij de koning aangehoord hadden, gingen zij op weg. En zie, de ster die zij in het oosten gezien hadden, ging hun voor, totdat hij boven de plaats kwam te staan waar het Kind was.

10Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde.

11En toen zij in het huis kwamen, vonden2:11 vonden - Letterlijk: zagen. zij het Kind met Maria, Zijn moeder, en zij vielen neer en aanbaden Het. Zij openden hun schatkisten en brachten Hem geschenken: goud en wierook en mirre.

12En nadat zij door een aanwijzing van God in een droom gewaarschuwd waren om niet terug te keren naar Herodes, keerden zij langs een andere weg terug naar hun land.

Naar Egypte

13Nadat zij vertrokken waren, zie, een engel van de Heere verschijnt Jozef in een droom en zegt: Sta op, en neem het Kind en Zijn moeder met u mee, en vlucht naar Egypte, en blijf daar totdat ik het u zal zeggen, want Herodes zal het Kind zoeken om Het om te brengen.

14Hij stond dan op, nam het Kind en Zijn moeder in de nacht met zich mee en vertrok naar Egypte.

15En hij bleef daar tot de dood van Herodes, opdat vervuld werd wat door de Heere gesproken is door de Hos. 11:1profeet: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.

De kindermoord in Bethlehem

16Toen werd Herodes, die zag dat hij door de wijzen bedrogen was, verschrikkelijk kwaad. Hij stuurde er soldaten op uit en bracht al de kinderen om die er binnen Bethlehem en in heel dat gebied waren, van twee jaar oud en daaronder, in overeenstemming met de tijd die hij bij de wijzen nauwkeurig nagevraagd had.In de eerste uitgaven van de HSV stond hier jongetjes. Dit is een onnodige afwijking van de SV en daarom geeft het HSV-bestuur de voorkeur aan kinderen. De grondtekst staat beide vertalingen toe.

17Toen is vervuld wat gesproken is door de profeet Jeremia:

18Jer. 31:15Een stem is in Rama gehoord, geklaag, gejammer en veel gekerm; Rachel huilde over haar kinderen, en wilde niet vertroost worden, omdat zij er niet meer zijn.

Naar Nazareth

19Toen Herodes gestorven was, zie, een engel van de Heere verschijnt Jozef in een droom, in Egypte,

20en zegt: Sta op, neem het Kind en Zijn moeder met u mee, en ga naar het land Israël, want zij die het Kind naar het leven stonden,2:20 die het Kind naar het leven stonden - Letterlijk: die de ziel van het Kind zochten. zijn gestorven.

21Hij stond dan op, nam het Kind en Zijn moeder met zich mee, en kwam in het land Israël.

22Toen hij echter hoorde dat Archelaüs in Judea koning was in de plaats van zijn vader Herodes, was hij bevreesd daarheen te gaan. Maar nadat hij door een aanwijzing van God in een droom gewaarschuwd was, vertrok hij naar het gebied van Galilea.

23En toen hij daar gekomen was, ging hij wonen in een stad die Nazareth heette, opdat vervuld werd wat door de Jes. 11:1; 60:21; Zach. 6:12profeten gezegd is: dat Hij Nazarener genoemd zal worden.

2

De Wijzen uit het Oosten

1Toen nu Jezus Luk. 2:4.geboren was te Bethlehem, gelegen in Judéa, in de dagen van den koning Heródes, ziet, enige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen.

2Zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? want wij hebben gezien Zijn ster in het Oosten, en zijn gekomen om Hem te aanbidden.

3De koning Heródes nu, dit gehoord hebbende, werd ontroerd, en geheel Jeruzalem, met hem.

4En bijeenvergaderd hebbende al de overpriesters en schriftgeleerden des volks, vraagde van hen, waar de Christus zou geboren worden.

5En zij zeiden tot hem: Te Bethlehem, in Judéa gelegen; want alzo is geschreven door den profeet:

6Micha 5:1. Joh. 7:42.En gij Bethlehem, gij land Juda! zijt geenszins de minste onder de vorsten van Juda; want uit u zal de Leidsman voortkomen, Die Mijn volk Israël weiden zal.

7Toen heeft Heródes de wijzen heimelijk geroepen, en vernam naarstiglijk van hen den tijd, wanneer de ster verschenen was;

8En hen naar Bethlehem zendende, zeide: Reist heen, en onderzoekt naarstiglijk naar dat Kindeken, en als gij Het zult gevonden hebben, boodschapt het mij, opdat ik ook kome en Datzelve aanbidde.

9En zij, den koning gehoord hebbende, zijn heengereisd; en ziet, de ster, die zij in het oosten gezien hadden, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het Kindeken was.

10Als zij nu de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde.

11En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeken met Maria, Zijn moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelve aangebeden; en hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook, en mirre.

12En door Goddelijke openbaring vermaand zijnde in den droom, dat zij niet zouden wederkeren tot Heródes, vertrokken zij door een anderen weg weder naar hun land.

De vlucht naar Egypte

13Toen zij nu vertrokken waren, ziet, de engel des Heeren verschijnt Jozef in den droom, zeggende: Sta op, en neem tot u het Kindeken en Zijn moeder, en vlied in Egypte, en wees aldaar, totdat ik het u zeggen zal; want Heródes zal het Kindeken zoeken, om Hetzelve te doden.

14Hij dan opgestaan zijnde, nam het Kindeken en Zijn moeder tot zich in den nacht, en vertrok naar Egypte;

15En was aldaar tot den dood van Heródes; opdat vervuld zou worden hetgeen van den Heere gesproken is door den Hos. 11:1.profeet, zeggende: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.

De kindermoord

16Als Heródes zag, dat hij van de wijzen bedrogen was, toen werd hij zeer toornig, en enigen afgezonden hebbende, heeft omgebracht al de kinderen, die binnen Bethlehem, en in al deszelfs landpalen waren, van twee jaren oud en daaronder, naar den tijd, dien hij van de wijzen naarstiglijk onderzocht had.

17Toen is vervuld geworden, hetgeen gesproken is door den profeet Jeremia, zeggende:

18Jer. 31:15.Een stem is in Rama gehoord, geklag, geween en veel gekerm; Rachel beweende haar kinderen, en wilde niet vertroost wezen, omdat zij niet zijn!

De terugkeer uit Egypte

19Toen Heródes nu gestorven was, ziet, de engel des Heeren verschijnt Jozef in den droom, in Egypte.

20Zeggende: Sta op, neem het Kindeken en Zijn moeder tot u, en trek in het land Israëls; want zij zijn gestorven, die de ziel van het Kindeken zochten.

21Hij dan, opgestaan zijnde, heeft tot zich genomen het Kindeken en Zijn moeder, en is gekomen in het land Israëls.

22Maar als hij hoorde, dat Archeláüs in Judéa koning was, in de plaats van zijn vader Heródes, vreesde hij daarheen te gaan; maar door Goddelijke openbaring vermaand in den droom, is hij vertrokken in de delen van Galiléa.

23En daar gekomen zijnde, nam hij zijn woonplaats in de stad, genaamd Názareth; opdat vervuld zou worden, wat door de Jes. 11:1. 60:21. Zach. 6:12.profeten gezegd is, dat Hij Nazaréner zal geheten worden.