Mattheüs 9
Het heilig evangelie naar de beschrijving van Mattheüs

HSV

De genezing van een verlamde

1En nadat Hij in het schip gegaan was, voer Hij over en kwam in Zijn stad. Mark. 2:3; Luk. 5:18; Hand. 9:33En zie, men bracht een verlamde bij Hem, die op een bed lag.

2En Jezus, Die hun geloof zag, zei tegen de verlamde: Zoon, heb goede moed, uw zonden zijn u vergeven.

3En zie, sommigen van de schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: Ps. 32:5; Jes. 43:25Deze lastert God.

4En Jezus, Die hun gedachten zag, zei: Waarom overweegt u verkeerde dingen in uw hart?

5Want wat is gemakkelijker, te zeggen: De zonden zijn u vergeven? of te zeggen: Sta op en ga lopen?

6Maar opdat u zult weten dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde zonden te vergeven (toen zei Hij tegen de verlamde): Sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis.

7En hij stond op en ging naar zijn huis.

8Toen de menigten dit zagen, verwonderden ze zich en verheerlijkten God, Die zo'n macht aan de mensen gegeven had.

De roeping van Mattheüs

9Mark. 2:14; Luk. 5:27En Jezus ging vandaar verder en zag iemand in het tolhuis zitten, die Mattheüs heette; en Hij zei tegen hem: Volg Mij! En hij stond op en volgde Hem.

10En het gebeurde, toen Hij in het huis van Mattheüs aanlag, zie, veel tollenaars en zondaars kwamen en lagen met Jezus en Zijn discipelen aan.

11En toen de Farizeeën dat zagen, zeiden zij tegen Zijn discipelen: Waarom eet uw Meester met de tollenaars en zondaars?

12Maar Jezus, Die dat hoorde, zei tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.

13Maar ga heen en leer wat het betekent: Hos. 6:6; Micha 6:8; Matt. 12:7Ik wil barmhartigheid en geen offer; Mark. 2:17; Luk. 5:32; 19:10; 1 Tim. 1:15want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.

Het vasten

14Mark. 2:18; Luk. 5:33Toen kwamen de discipelen van Johannes bij Hem en zeiden: Waarom vasten wij en de Farizeeën veel en vasten Uw discipelen niet?

15Jezus zei tegen hen: 2 Kor. 11:2De bruiloftsgasten kunnen toch niet treuren zolang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen dat de Bruidegom van hen weggenomen zal zijn, en dan zullen zij vasten.

16Ook zet niemand een lap niet-gekrompen stof op een oud bovenkleed, want de daarop genaaide lap scheurt van het bovenkleed af, en er ontstaat een ergere scheur.

17Mark. 2:22Ook doet men geen nieuwe wijn in oude leren zakken; anders barsten de zakken, en de wijn stroomt eruit, en de zakken gaan verloren; maar men doet nieuwe wijn in nieuwe zakken, en beide blijven behouden.

Het dochtertje van Jaïrus en de bloedvloeiende vrouw

18Toen Hij deze dingen tot hen sprak, Mark. 5:22; Luk. 8:41zie, er kwam een leidinggevende, die Hem aanbad en zei: Mijn dochter is zojuist gestorven, maar kom, leg Uw hand op haar en zij zal leven.Het Griekse woord archoon geeft aan dat iemand een bestuurlijke positie heeft. In de SV is dit weergegeven met overste. In het hedendaags Nederlands heeft het woord overste echter een andere betekenis gekregen. Het wordt namelijk nagenoeg uitsluitend gebruikt om het hoofd van een rooms-katholieke gemeenschap, zoals een klooster, aan te duiden of het functioneert als militaire term (luitenant-kolonel). Daarom is in de HSV in dit verband gekozen voor leidinggevende.

19En Jezus stond op en volgde hem met Zijn discipelen.

20Lev. 15:25; Mark. 5:25; Luk. 8:43En zie, een vrouw die al twaalf jaar bloedvloeiingen had, kwam van achteren naar Hem toe en raakte de zoom van Zijn bovenkleed aan;

21want zij zei bij zichzelf: Als ik alleen maar Zijn bovenkleed aanraak, zal ik gezond worden.

22Jezus keerde Zich om, zag haar en zei: Mark. 5:34; Luk. 8:48Heb goede moed, dochter, uw geloof heeft u behouden. En de vrouw was vanaf dat moment gezond.

23Mark. 5:38; Luk. 8:51Toen Jezus in het huis van de leidinggevende kwam, en de fluitspelers en de misbaar makende menigte zag,Het Griekse woord archoon geeft aan dat iemand een bestuurlijke positie heeft. In de SV is dit weergegeven met overste. In het hedendaags Nederlands heeft het woord overste echter een andere betekenis gekregen. Het wordt namelijk nagenoeg uitsluitend gebruikt om het hoofd van een rooms-katholieke gemeenschap, zoals een klooster, aan te duiden of het functioneert als militaire term (luitenant-kolonel). Daarom is in de HSV in dit verband gekozen voor leidinggevende.

24zei Hij tegen hen: Vertrek, want het meisje is niet gestorven, maar het Joh. 11:11slaapt. En zij lachten Hem uit.

25Toen de menigte weggestuurd was, ging Hij naar binnen en greep haar hand; en het meisje stond op.

26En het gerucht hierover verspreidde zich door heel dat gebied.

De twee blinden

27En toen Jezus vandaar verderging, volgden Hem twee blinden, die riepen: Zoon van David, ontferm U over ons!

28Toen Hij in huis gekomen was, kwamen de blinden naar Hem toe. En Jezus zei tegen hen: Gelooft u dat Ik dat kan doen? Zij zeiden tegen Hem: Ja, Heere.

29Toen raakte Hij hun ogen aan en zei: Het zal u gaan naar uw geloof.

30En hun ogen werden geopend. Matt. 12:16; Luk. 5:14En Jezus vermaande hen streng en zei: Kijk uit, niemand mag het te weten komen!

31Mark. 7:36Maar zij gingen weg en maakten Hem bekend in heel dat gebied.

De bezetene die niet kon spreken

32Matt. 12:22; Luk. 11:14Toen dezen weggingen, zie, men bracht iemand bij Hem die niet kon spreken en door een demon bezeten was.Demonen: Er zijn in het Grieks twee verschillende woorden die in de SV allebei met duivel zijn vertaald zodat het onderlinge verschil niet meer zichtbaar is. Dat is in dit geval een gemis, omdat het verschil in betekenis tussen de twee betreffende termen niet zonder relevantie is. Het Griekse diabolos verwijst namelijk naar de duivel zelf, terwijl het woord daimoon betrekking heeft op een engel van de duivel. Vandaar dat besloten is om het eerste woord met duivel te vertalen en het tweede met demon.

33En toen de demon uitgedreven was, sprak hij die niet had kunnen spreken. En de menigte verwonderde zich en zei: Er is nog nooit zoiets in Israël gezien!Demonen: Er zijn in het Grieks twee verschillende woorden die in de SV allebei met duivel zijn vertaald zodat het onderlinge verschil niet meer zichtbaar is. Dat is in dit geval een gemis, omdat het verschil in betekenis tussen de twee betreffende termen niet zonder relevantie is. Het Griekse diabolos verwijst namelijk naar de duivel zelf, terwijl het woord daimoon betrekking heeft op een engel van de duivel. Vandaar dat besloten is om het eerste woord met duivel te vertalen en het tweede met demon.

34Maar de Farizeeën zeiden: Matt. 12:24; Mark. 3:22; Luk. 11:15Hij drijft de demonen uit door de aanvoerder van de demonen.Demonen: Er zijn in het Grieks twee verschillende woorden die in de SV allebei met duivel zijn vertaald zodat het onderlinge verschil niet meer zichtbaar is. Dat is in dit geval een gemis, omdat het verschil in betekenis tussen de twee betreffende termen niet zonder relevantie is. Het Griekse diabolos verwijst namelijk naar de duivel zelf, terwijl het woord daimoon betrekking heeft op een engel van de duivel. Vandaar dat besloten is om het eerste woord met duivel te vertalen en het tweede met demon.

De oogst is groot

35Mark. 6:6; Luk. 13:22En Jezus trok rond in al de steden en dorpen en gaf onderwijs in hun synagogen, en Hij predikte het Evangelie van het Koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk.

36Mark. 6:34Toen Hij de menigte zag, was Hij innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, Jer. 23:1; Ezech. 34:2zoals schapen die geen herder hebben.

37Toen zei Hij tegen Zijn discipelen: Luk. 10:2; Joh. 4:35De oogst is wel groot, maar er zijn weinig arbeiders.

382 Thess. 3:1Bid daarom tot de Heere van de oogst dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitzendt.

SV

9

Genezing van een verlamde

1En in het schip gegaan zijnde, voer Hij over en kwam in Zijn stad. Mark. 2:3. Luk. 5:18. Hand. 9:33.En ziet, zij brachten tot Hem een geraakte, op een bed liggende.

2En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon! wees welgemoed; uw zonden zijn u vergeven.

3En ziet, sommigen der schriftgeleerden zeiden in zichzelven: Ps. 32:5. Jes. 43:25.Deze lastert God.

4En Jezus, ziende hun gedachten, zeide: Waarom overdenkt gij kwaad in uw harten?

5Want wat is lichter te zeggen: De zonden zijn u vergeven? of te zeggen: Sta op en wandel?

6Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde, de zonden te vergeven (toen zeide Hij tot den geraakte): Sta op, neem uw bed op, en ga heen naar uw huis.

7En hij opgestaan zijnde, ging heen naar zijn huis.

8De scharen nu dat ziende, hebben zich verwonderd, en God verheerlijkt, die zodanige macht den mensen gegeven had.

Matthéüs geroepen tot apostel

9Mark. 2:14. Luk. 5:27.En Jezus, van daar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Matthéüs; en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.

10En het geschiedde, als Hij in het huis van Matthéüs aanzat, ziet, vele tollenaars en zondaars kwamen en zaten mede aan, met Jezus en Zijn discipelen.

11En de farizeeën, dat ziende, zeiden tot Zijn discipelen: Waarom eet uw Meester met de tollenaren en de zondaren?

12Maar Jezus, zulks horende, zeide tot hen: Die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn.

13Doch gaat heen en leert, wat het zij: Hos. 6:6. Micha 6:8. Matt. 12:7.Ik wil barmhartigheid, en niet offerande; Mark. 2:17. Luk. 5:32. 19:10. 1 Tim. 1:15.want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.

Het vasten

14Mark. 2:18. Luk. 5:33.Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem, zeggende: Waarom vasten wij en de farizeeën veel, en Uw discipelen vasten niet?

15En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook 2 Kor. 11:2.de bruiloftskinderen treuren, zolang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en dan zullen zij vasten.

16Ook zet niemand een lap ongevold laken op een oud kleed; want deszelfs aangezette lap scheurt af van het kleed, en er wordt een ergere scheur.

17Mark. 2:22.Noch doet men nieuwen wijn in oude lederzakken; anders zo bersten de lederzakken, en de wijn wordt uitgestort, en de lederzakken verderven, maar men doet nieuwen wijn in nieuwe lederzakken, en beide te zamen worden behouden.

Het dochtertje van Jaïrus opgewekt Een vrouw genezen

18Als Hij deze dingen tot hen sprak, Mark. 5:22. Luk. 8:41.ziet, een overste kwam en aanbad Hem, zeggende: Mijn dochter is nu terstond gestorven, doch kom en leg Uw hand op haar, en zij zal leven.

19En Jezus opgestaan zijnde, volgde hem, en Zijn discipelen.

20Lev. 15:25. Mark. 5:25. Luk. 8:43.(En ziet, een vrouw die twaalf jaren het bloedvloeien gehad had, komende tot Hem van achteren, raakte den zoom Zijns kleeds aan;

21Want zij zeide in zichzelven: Indien ik alleenlijk Zijn kleed aanraak, zo zal ik gezond worden.

22En Jezus, Zich omkerende, en haar ziende, zeide: Mark. 5:34. Luk. 8:48.Wees welgemoed, dochter! uw geloof heeft u behouden. En de vrouw werd gezond van dezelve ure af.)

23Mark. 5:38. Luk. 8:51.En als Jezus in het huis des oversten kwam, en zag de pijpers en de woelende schare,

24Zeide Hij tot hen: Vertrekt; want het dochtertje is niet dood, maar Joh. 11:11.slaapt. En zij belachten Hem.

25Als nu de schare uitgedreven was, ging Hij in, en greep haar hand; en het dochtertje stond op.

26En dit gerucht ging uit door dat gehele land.

Twee blinden genezen

27En als Jezus van daar voortging, zijn Hem twee blinden gevolgd, roepende en zeggende: Gij Zone Davids, ontferm U onzer!

28En als Hij in huis gekomen was, kwamen de blinden tot Hem. En Jezus zeide tot hen: Gelooft gij, dat Ik dat doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heere!

29Toen raakte Hij hun ogen aan, zeggende: U geschiede naar uw geloof.

30En hun ogen zijn geopend geworden. Matt. 12:16. Luk. 5:14.En Jezus heeft hun zeer gestrengelijk verboden, zeggende: Ziet, dat het niemand wete.

31Mark. 7:36.Maar zij, uitgegaan zijnde, hebben Hem ruchtbaar gemaakt door dat gehele land.

Een stomme genezen

32Matt. 12:22. Luk. 11:14.Als dezen nu uitgingen, ziet, zo brachten zij tot Hem een mens, die stom en van den duivel bezeten was.

33En als de duivel uitgeworpen was, sprak de stomme. En de scharen verwonderden zich, zeggende: Er is nooit desgelijks in Israël gezien!

34Maar de farizeeën zeiden: Matt. 12:24. Mark. 3:22. Luk. 11:15.Hij werpt de duivelen uit door den overste der duivelen.

35Mark. 6:6. Luk. 13:22.En Jezus omging al de steden en vlekken, lerende in hun synagogen, en predikende het Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekte en alle kwale onder het volk.

36Mark. 6:34.En Hij, de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, Jer. 23:1. Ezech. 34:2.gelijk schapen, die geen herder hebben.

37Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: Luk. 10:2. Joh. 4:35.De oogst is wel groot; maar de arbeiders zijn weinige;

382 Thess. 3:1.Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.