Nahum 1
Het boek van de profeet Nahum

HSV

Opschrift

1De last1:1 De last - Dat wil zeggen: een woord van God dat de profeet als een last is opgelegd. van Ninevé. Het boek van het visioen van Nahum uit Elkos.

Loflied op de HEERE

2Een Ex. 20:5na-ijverig God en een Wreker is de HEERE, aleph

een Wreker is de HEERE, en zeer grimmig.1:2 zeer grimmig - Letterlijk: een Bezitter van grimmigheid.

Een Wreker is de HEERE voor Zijn tegenstanders,

en Hij handhaaft Zijn toorn jegens Zijn vijanden.

3De HEERE is geduldig, maar groot van kracht

en Hij houdt de schuldige zeker niet voor onschuldig.

De weg van de HEERE is in wervelwind en in storm, beth

wolken zijn het stof van Zijn voeten.Het begrip “lankmoedig” is zo verouderd dat niemand meer goed weet wat het betekent. Het gevolg is dat mensen betekenissen aan het woord gaan toekennen die het feitelijk niet bezit. Het Hebreeuwse grondwoord zou heel letterlijk vertaald kunnen worden met “lang van neusgaten”. In het Hebreeuwse taaleigen is er echter een verband tussen de neus en boosheid. Een iets vrijere vertaling is dan ook “traag tot toorn”. Het wordt zowel voor mensen (Spr 14:29) als voor God (Ex 34:6) gebruikt. Het is dus niet vol te houden dat het hier alleen om een goddelijke eigenschap zou gaan. Eén van de critici is van mening dat het woord “lankmoedig” in de Middeleeuwen nog niet bestond, en speciaal bedacht is ten dienste van de prediking van het Woord. Dat is echter onjuist. Het Nederlandse “lankmoedig” is weliswaar ontleend aan het Latijnse “longanimis”, dat vooral in Christelijk-Latijnse literatuur voorkomt (mogelijk een letterlijke vertaling van het Griekse “makrothumia”), maar alle handboeken geven aan dat dit woord in de Middeleeuwen reeds volop voorkwam, in de vorm van “lancmoedich” en “lancmoedicheit”. Dit woord is echter sterk verouderd en komt buiten de Bijbel steeds minder voor. Bovendien is er een uitstekend alternatief: “geduldig”. Dat “lankmoedig” een diepere lading zou hebben dan “geduldig”, spreken wij tegen.

4Hij bestraft de zee en maakt die droog, gimel

al de rivieren laat Hij verdrogen.

Basan en Karmel zijn verwelkt, daleth

de bloesem van Libanon is verwelkt.

5Ex. 19:18; Ps. 18:8; 29:5,6; 68:8; 97:4,5; 114:4De bergen beven voor Hem, he

de heuvels smelten weg,

de aarde rijst op voor Zijn aangezicht, waw

de wereld met al zijn bewoners.

6Wie kan standhouden voor Zijn gramschap? zain

Wie kan te midden van Zijn brandende toorn opstaan?

Zijn grimmigheid is uitgegoten als vuur, cheth

de rotsen worden door Hem stukgebroken.

7De HEERE is goed, teth

Joël 3:16Hij is tot een vesting op de dag van de benauwdheid.

Hij kent hen die tot Hem hun toevlucht nemen. jod

8En door een overstromende vloed

zal Hij een vernietigend einde maken aan zijn plaats kaph

en duisternis achtervolgt Zijn vijanden.

Profetie over Juda en Ninevé

9Wat u ook bedenkt tegen de HEERE,

Hij Zelf maakt er een vernietigend einde aan.

Geen tweede keer zal de benauwdheid opkomen.

10Omdat zij vervlochten zijn als dorens,

en dronken als dronkaards,

zullen zij volledig verteerd worden, als dorre stoppels.

11Uit u is iemand voortgekomen

die kwaad bedenkt tegen de HEERE,

een verderfelijke raadsman.

12Zo zegt de HEERE:

Al gaat het hun goed en al zijn zij talrijk,

toch zullen zij worden weggeschoren: hij zal voorbijgaan!

Ik heb u wel vernederd,

maar Ik zal u niet meer vernederen.

13Nu dan, Ik zal zijn juk van u stukbreken

en uw banden verscheuren.

14Maar wat u betreft heeft de HEERE geboden:

Uw naam zal zich niet meer voortplanten.1:14 Uw naam … voortplanten - Letterlijk: Van uw naam zal niet meer gezaaid worden.

Uit het huis van uw god zal Ik

de gesneden en gegoten beelden uitroeien.

Ik zal uw graf toebereiden, want u bent verachtelijk.

15Jes. 52:7; Rom. 10:15Zie op de bergen

de voeten van hem die het goede boodschapt,

die vrede laat horen!

Vier uw feestdagen, Juda,

kom uw geloften na,

want de verderfelijke man zal voortaan niet meer

door u heen trekken,

hij is helemaal uitgeroeid.

SV

1

Gods rechtvaardigheid en goedertierenheid

1De last van Ninevé. Het boek des gezichts van Nahum, den Elkosiet.

2Een Ex. 20:5.ijverig God en een wreker is de HEERE, een wreker is de HEERE, en zeer grimmig; een wreker is de HEERE aan Zijn wederpartijders, en Hij behoudt den toorn Zijn vijanden.

3De HEERE is lankmoedig, doch van grote kracht, en Hij houdt den schuldige geenszins onschuldig. Des HEEREN weg is in wervelwind, en in storm, en de wolken zijn het stof Zijner voeten.

4Hij scheldt de zee, en maakt ze droog, en Hij verdroogt alle rivieren; Basan en Karmel kwelen, ook kweelt de bloem van Libanon.

5Ex. 19:18. Ps. 18:8. 29:5, 6. 97:4, 5. 114:4.De bergen beven voor Hem, en de heuvelen versmelten; en de aarde licht zich op voor Zijn aangezicht, en de wereld, en allen, die daarin wonen.

6Wie zal voor Zijn gramschap staan, en wie zal voor de hittigheid Zijns toorns bestaan? Zijn grimmigheid is uitgestort als vuur, en de rotsstenen worden van Hem vermorzeld.

7De HEERE is goed, Joël 3:16.Hij is ter sterkte in den dag der benauwdheid, en Hij kent hen, die op Hem betrouwen.

8En met een doorgaanden vloed zal Hij haar plaats te niet maken; en duisternis zal Zijn vijanden vervolgen.

9Wat denkt gijlieden tegen den HEERE? Hij zal zelf een voleinding maken; de benauwdheid zal niet tweemaal oprijzen.

10Dewijl zij in elkander gevlochten zijn als doornen, en dronken zijn, gelijk zij plegen dronken te zijn, zo worden zij volkomen verteerd, als een dorre stoppel.

11Van u is een uitgegaan, die kwaad denkt tegen den HEERE, een Belialsraadsman.

12Alzo zegt de HEERE: Zijn zij voorspoedig, en alzo velen, alzo zullen zij ook geschoren worden, en hij zal doorgaan; Ik heb u wel gedrukt, maar Ik zal u niet meer drukken.

13Maar nu zal Ik zijn juk van u breken, en zal uw banden verscheuren.

14Doch tegen u heeft de HEERE bevolen, dat er van uw naam niemand meer gezaaid zal worden; uit het huis uws gods zal Ik uitroeien de gesneden en gegoten beelden; Ik zal u daar een graf maken, als gij zult veracht zijn geworden.

15Jes. 52:7. Rom. 10:15.Ziet op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die vrede doet horen; vier uw vierdagen, o Juda! betaal uw geloften; want de Belials-man zal voortaan niet meer door u doorgaan, hij is gans uitgeroeid.