Openbaring 13
De Openbaring van Johannes

HSV

Het beest dat uit de zee opkomt

1En ik zag uit de zee Dan. 7:20; Openb. 17:3een beest opkomen, dat zeven koppen en tien hoorns had, en op zijn hoorns waren tien diademen, en op zijn koppen een godslasterlijke naam.

2En het beest dat ik zag, leek op een panter, en zijn poten waren als die van een beer, en zijn muil was als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht, zijn troon en grote macht.

3En ik zag een van zijn koppen als dodelijk gewond,13:3 dodelijk gewond - Letterlijk: geslacht. maar zijn dodelijke wond werd genezen. En de hele aarde ging het beest met verwondering achterna.

4En zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest macht gegeven had. En zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan dit beest Openb. 18:18gelijk? En wie kan er oorlog tegen voeren?

5En het werd een mond gegeven om grote woorden en godslasteringen te spreken, en het werd macht gegeven om dit Openb. 11:2tweeënveertig maanden lang te doen.

6En het opende zijn mond om God te lasteren, om Zijn Naam te lasteren en Zijn tent en hen die in de hemel wonen.

7En Dan. 7:21; Openb. 11:7het beest werd macht gegeven om oorlog te voeren tegen de heiligen en om hen te overwinnen, en hem werd macht gegeven over elke stam, taal en volk.

8En allen die op de aarde wonen, zullen het aanbidden, althans Ex. 32:33; Filipp. 4:3; Openb. 3:5; 20:12; 21:27van wie de namen niet zijn geschreven in het boek des levens van het Lam Dat geslacht is, Openb. 17:8van de grondlegging van de wereld af.

9Indien iemand oren heeft, laat hij horen.

10Als iemand in gevangenschap voert, die gaat zelf in gevangenschap. Gen. 9:6; Matt. 26:52Als iemand met het zwaard doodt, die moet zelf met het zwaard gedood worden. Openb. 14:12Hier is de volharding en het geloof van de heiligen.Het woord lijdzaamheid dat de SV hier gebruikt betekent vandaag de dag: stille berusting, gelatenheid. Het heeft dus nu nagenoeg dezelfde gevoelswaarde als lijdelijkheid. Dat is absoluut niet de betekenis en de bedoeling van het Griekse grondwoord hupomonè. Dat is de reden dat het woord lijdzaamheid in de herziening het veld heeft moeten ruimen. Het grondwoord betekent: geduld, volharding, uithoudingsvermogen, standvastigheid.

Het beest dat uit de aarde opkomt

11En ik zag een ander beest opkomen, Openb. 11:7uit de aarde, en het had twee hoorns, als die van het Lam, maar het sprak als de draak.

12En het oefent al de macht van het eerste beest Openb. 19:20voor zijn ogen uit, en het maakt dat de aarde en zij die er wonen het eerste beest aanbidden, waarvan de Vers 3dodelijke wond genezen was.

13En het doet 2 Thess. 2:9; Openb. 16:14grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerkomen op de aarde, voor de ogen van de mensen.

14En Deut. 13:1; Matt. 24:24; Openb. 16:14; 19:20het misleidt hen die op de aarde wonen door middel van de tekenen die het gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. En het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd.

15En hem werd macht gegeven om een geest te geven aan het beeld van het beest, opdat het beeld van het beest zelfs zou spreken, en zou maken dat allen die Openb. 19:20het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden.

16En het maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven Openb. 19:20een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd,

17en het maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft, of Openb. 14:11de naam van het beest of het getal van zijn naam.

18Hier is Openb. 17:9de wijsheid: wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig.

SV

Het beest, dat uit de zee opkomt

1En ik zag uit de zee Dan. 7:20. Openb. 17:3.een beest opkomen, hebbende zeven hoofden en tien hoornen; en op zijn hoornen waren tien koninklijke hoeden, en op zijn hoofden was een naam van godslastering.

2En het beest dat ik zag, was een pardel gelijk, en zijn voeten als eens beers voeten, en zijn mond als de mond eens leeuws; en de draak gaf hem zijn kracht, en zijn troon, en grote macht.

3En ik zag een van zijn hoofden als tot den dood gewond, en zijn dodelijke wonde werd genezen; en de gehele aarde verwonderde zich achter het beest.

4En zij aanbaden den draak, die het beest macht gegeven had; en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is dit beest Openb. 18:18.gelijk? wie kan krijg voeren tegen hetzelve?

5En hetzelve werd een mond gegeven, om grote dingen en godslasteringen te spreken; en hetzelve werd macht gegeven, om zulks te doen, Openb. 11:2.twee en veertig maanden.

6En het opende zijn mond tot lastering tegen God, om Zijn Naam te lasteren, en Zijn tabernakel, en die in den hemel wonen.

7En Dan. 7:21. Openb. 11:7.hetzelve werd macht gegeven, om den heiligen krijg aan te doen, en om die te overwinnen; en hetzelve werd macht gegeven over alle geslacht, en taal, en volk.

8En allen, die op de aarde wonen, zullen hetzelve aanbidden, Ex. 32:33. Filipp. 4:3. Openb. 3:5. 20:12. 21:27.welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens, des Lams, Dat geslacht is, Openb. 17:8.van de grondlegging der wereld.

9Indien iemand oren heeft, die hore.

10Indien iemand in de gevangenis leidt, die gaat zelf in de gevangenis; Gen. 9:6. Matt. 26:52.indien iemand met het zwaard zal doden, die moet zelf met het zwaard gedood worden. Openb. 14:12.Hier is de lijdzaamheid en het geloof der heiligen.

Het beest, dat uit de aarde opkomt

11En ik zag een ander beest Openb. 11:7.uit de aarde opkomen, en het had twee hoornen, des Lams hoornen gelijk, en het sprak als de draak.

12En het oefent al de macht van het eerste beest, Openb. 19:20.in tegenwoordigheid van hetzelve, en het maakt, dat de aarde, en die daarin wonen het eerste beest aanbidden, wiens Vers 3.dodelijke wonde genezen was.

13En het doet 2 Thess. 2:9. Openb. 16:14.grote tekenen, zodat het ook vuur uit den hemel doet afkomen op de aarde, voor de mensen.

14En Deut. 13:1. Matt. 24:24. Openb. 16:14. 19:20.verleidt degenen, die op de aarde wonen, door de tekenen, die aan hetzelve toe doen gegeven zijn in de tegenwoordigheid van het beest; zeggende tot degenen, die op de aarde wonen, dat zij het beest, dat de wond des zwaards had, en weder leefde, een beeld zouden maken.

15En hetzelve werd macht gegeven om het beeld van het beest een geest te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken, dat allen, die Openb. 19:20.het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden.

16En het maakt, dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, Openb. 19:20.een merkteken geve aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden;

17En dat niemand mag kopen of verkopen, dan die dat merkteken heeft, Openb. 14:11.of den naam van het beest, of het getal zijns naams.

18Hier is Openb. 17:9.de wijsheid: Die het verstand heeft, rekene het getal van het beest; want het is een getal eens mensen, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig.