Openbaring 20
De Openbaring van Johannes

HSV

De satan gebonden

1En ik zag een engel neerdalen uit de hemel Openb. 1:18met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand.

22 Petr. 2:4; Openb. 12:9En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar,

3en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, Vers 8; Openb. 16:14,16opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.

De eerste opstanding

4En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, Openb. 6:10en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag Openb. 6:9de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, en die Openb. 13:12het beest en Openb. 13:15zijn beeld niet hadden aanbeden, en die Openb. 13:16het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. Openb. 6:11En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang.

5Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren. Dit is de eerste opstanding.

6Zalig en heilig is hij die deelheeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen Jes. 61:6; 1 Petr. 2:9; Openb. 1:6; 5:10priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang.

De satan geheel overwonnen

7En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten.

8En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Ezech. 38:2; 39:1Gog en Magog, om hen Openb. 16:14te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee.

9En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen.

10En de duivel, die hen misleidde, Dan. 7:11; Openb. 19:20werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook Openb. 19:20het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht Openb. 14:10gepijnigd worden in alle eeuwigheid.

Het laatste oordeel

11En ik zag een grote witte troon, en Hem Die daarop zat. Voor Zijn aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg, zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was.

12En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek Ex. 32:32; Ps. 69:29; Filipp. 4:3; Openb. 3:5; 21:27des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, Ps. 62:13; Jer. 17:10; 32:19; Matt. 16:27; Rom. 2:6; 14:12; 2 Kor. 5:10; Gal. 6:5; Openb. 2:23overeenkomstig hun werken.Andere manuscrupten lezen hier “voor de troon”. In de KT lezen we: “Dat is, staande voor den troon of rechterstoel van Christus, 2 Kor. 5:10, waaruit blijkt dat Christus ook de waarachtige God is.”

13En de zee gaf de doden die in haar waren. Ook de dood en het rijk van de dood gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, ieder overeenkomstig zijn werken.Dit is een gevoelig begrip dat snel misverstanden op kan roepen. Bovendien kan de vraag ook door de formulering misverstanden oproepen. In de HSV is namelijk helemaal niet de grote lijn dat hel vervangen is door rijk van de dood. Drie woorden in de Bijbel kunnen door de Statenvertaling weergegeven worden met hel. Het betreft de woorden she'ol in het Oude Testament en de woorden hades en gehenna in het Nieuwe Testament. Wat het Nieuwe Testament betreft is in alle gevallen waar in het Grieks gehenna staat, de Statenvertaling gevolgd en heeft de HSV hier dus overal hel. Wat het begrip hades betreft, ligt het met de vertaling hetzelfde als met de vertaling van she'ol in het Oude Testament. Zie daarvoor Jes. 14:9. De voorkeur van de herzieners ging dus uit naar graf, maar soms is ook gekozen voor hel. Daar waar er namelijk een duidelijk contrast is met het woord hemel (Mattheüs 11:23), of waar het onomstotelijk vaststaat dat het daadwerkelijk om de hel gaat (Lukas 16:23). In het Nieuwe Testament wordt overigens in de HSV 17 keer het woord hel gebruikt. Ook op drie andere plaatsen in Openbaringen is gekozen voor rijk van de dood.

14En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood.

15En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen.

SV

20

De satan voor duizend jaren gebonden

1En ik zag een engel afkomen uit den hemel, Openb. 1:18.hebbende den sleutel des afgronds, en een grote keten in zijn hand;

22 Petr. 2:4. Openb. 12:9.En hij greep den draak, de oude slang, welke is de duivel en satanas, en bond hem duizend jaren;

3En wierp hem in den afgrond, en sloot hem daarin, en verzegelde dien boven hem, Vers 8. Openb. 16:14, 16.opdat hij de volken niet meer verleiden zou, totdat de duizend jaren zouden geëindigd zijn. En daarna moet hij een kleinen tijd ontbonden worden.

De eerste opstanding

4En ik zag tronen, en zij zaten op dezelve; Openb. 6:10.en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag Openb. 6:9.de zielen dergenen, die onthoofd waren om de getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en die Openb. 13:12.het beest, en Openb. 13:15.deszelfs beeld niet aangebeden hadden, en die Openb. 13:16.het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; Openb. 6:11.en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren.

5Maar de overigen der doden werden niet weder levend, totdat de duizend jaren geëindigd waren. Deze is de eerste opstanding.

6Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding; over deze heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen Jes. 61:6. 1 Petr. 2:9. Openb. 1:6. 5:10.priesters van God en Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen heersen duizend jaren.

De satan geheel overwonnen

7En wanneer de duizend jaren zullen geëindigd zijn, zal de satanas uit zijn gevangenis ontbonden worden.

8En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, Ezech. 38:2. 39:1.den Gog en den Magog, om hen Openb. 16:14.te vergaderen tot den krijg; welker getal is als het zand aan de zee.

9En zij zijn opgekomen op de breedte der aarde, en omringden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad; en er kwam vuur neder van God uit den hemel, en heeft hen verslonden.

10En de duivel, die hen verleidde, Dan. 7:11. Openb. 19:20.werd geworpen in den poel des vuurs en sulfers, alwaar Openb. 19:20.het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen Openb. 14:10.gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid.

Het laatste oordeel

11En ik zag een groten witten troon, en Dengene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvloden, en geen plaats is voor die gevonden.

12En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, Ex. 32:32. Ps. 69:29. Filipp. 4:3. Openb. 3:5. 21:27.dat des levens is: en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, Ps. 62:13. Jer. 17:10. 32:19. Matt. 16:27. Rom. 2:6. 14:12. 2 Kor. 5:10. Gal. 6:5. Openb. 2:23.naar hun werken.

13En de zee gaf de doden, die in haar waren; en de dood en de hel gaven de doden, die in hen waren; en zij werden geoordeeld, een iegelijk naar hun werken.

14En de dood en de hel werden geworpen in den poel des vuurs; dit is de tweede dood.

15En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in den poel des vuurs.