Openbaring 6
De Openbaring van Johannes

HSV

Opening van de eerste zes zegels

1En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de vier dieren met een stem als van een donderslag zeggen: Kom en zie!

2En ik zag en zie, Openb. 19:11een wit paard, en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen.De statenvertalers zagen dit als een verwijzing naar Christus. Om die reden heeft de HSV ook voor een hoofdletter gekozen.

3En toen het Lam het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie!

4En een ander paard, dat rood was, trok uit, en aan hem die erop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en te maken dat men elkaar zou afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven.

5En toen het Lam het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en zie, een zwart paard, en hij die erop zat, had een weegschaal in zijn hand.

6En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning6:6 penning - Letterlijk: denarie, dat is het dagloon van een arbeider. en drie maten gerst voor een penning. Openb. 9:4En breng de olie en de wijn geen schade toe.

7En toen het Lam het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie!

8En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde.Dit is een gevoelig begrip dat snel misverstanden op kan roepen. Bovendien kan de vraag ook door de formulering misverstanden oproepen. In de HSV is namelijk helemaal niet de grote lijn dat hel vervangen is door rijk van de dood. Drie woorden in de Bijbel kunnen door de Statenvertaling weergegeven worden met hel. Het betreft de woorden she'ol in het Oude Testament en de woorden hades en gehenna in het Nieuwe Testament. Wat het Nieuwe Testament betreft is in alle gevallen waar in het Grieks gehenna staat, de Statenvertaling gevolgd en heeft de HSV hier dus overal hel. Wat het begrip hades betreft, ligt het met de vertaling hetzelfde als met de vertaling van she'ol in het Oude Testament. Zie daarvoor Jes. 14:9. De voorkeur van de herzieners ging dus uit naar graf, maar soms is ook gekozen voor hel. Daar waar er namelijk een duidelijk contrast is met het woord hemel (Mattheüs 11:23), of waar het onomstotelijk vaststaat dat het daadwerkelijk om de hel gaat (Lukas 16:23). In het Nieuwe Testament wordt overigens in de HSV 17 keer het woord hel gebruikt. Ook op drie andere plaatsen in Openbaringen is gekozen voor rijk van de dood.

9En toen het Lam het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar Openb. 20:4de zielen van hen die geslacht waren omwille van het Woord van God, en Openb. 19:10omwille van het getuigenis dat zij hadden.

10En zij riepen met luide stem: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?

11En aan ieder van hen werd een lang wit gewaad gegeven. En tegen hen werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het aantal van hun mededienstknechten en hun broeders, die evenals zij gedood zouden worden, volledig zou zijn geworden.

12En ik zag toen het Lam het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, Hand. 2:20en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed,

13en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud.

14En de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold. En alle bergen en alle eilanden werden van hun plaats gerukt.

15En de koningen van de aarde, de groten, de rijken, de oversten over duizend, de machtigen en alle slaven en vrije mensen verborgen zich in de grotten en tussen de rotsen in de bergen.

16En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Jes. 2:19; Hos. 10:8; Luk. 23:30; Openb. 9:6Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam.

17Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven?

SV

6

Opening der eerste zes zegels

1En ik zag, toen het Lam een van de zegelen geopend had, en ik hoorde een uit de vier dieren zeggen, als een stem van een donderslag: Kom en zie!

2En ik zag, en ziet, Openb. 19:11.een wit paard, en Die daarop zat, had een boog; en Hem is een kroon gegeven, en Hij ging uit overwinnende, en opdat Hij overwonne!

3En toen Het het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie!

4En een ander paard ging uit, dat rood was; en dien, die daarop zat, werd macht gegeven den vrede te nemen van de aarde; en dat zij elkander zouden doden; en hem werd een groot zwaard gegeven.

5En toen Het het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en ziet, een zwart paard, en die daarop zat, had een weegschaal in zijn hand.

6En ik hoorde een stem in het midden van de vier dieren, die zeide: Een maatje tarwe voor een penning, en drie maatjes gerst voor een penning; Openb. 9:4.en beschadig de olie en den wijn niet.

7En toen Het het vierde zegel geopend had, hoorde ik een stem van het vierde dier, die zeide: Kom en zie!

8En ik zag, en ziet, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was de dood; en de hel volgde hem na. En hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel der aarde, met zwaard, en met honger, en met den dood, en door de wilde beesten der aarde.

9En toen Het het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar Openb. 20:4.de zielen dergenen, die gedood waren om het Woord Gods, en Openb. 19:10.om de getuigenis, die zij hadden.

10En zij riepen met grote stem, zeggende: Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet van degenen, die op de aarde wonen?

11En aan een iegelijk werden lange witte klederen gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een kleinen tijd rusten zouden, totdat ook hun mededienstknechten en hun broeders zouden vervuld zijn, die gedood zouden worden, gelijk als zij.

12En ik zag, toen Het het zesde zegel geopend had, en ziet, er werd een grote aardbeving; Hand. 2:20.en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed.

13En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij van een groten wind geschud wordt.

14En de hemel is weggeweken, als een boek, dat toegerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen.

15En de koningen der aarde, en de groten, en de rijken, en de oversten over duizend, en de machtigen, en alle dienstknechten, en alle vrijen, verborgen zichzelven in de spelonken, en in de steenrotsen der bergen;

16En zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Jes. 2:19. Hos. 10:8. Luk. 23:30. Openb. 9:6.Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams.

17Want de grote dag Zijns toorns is gekomen, en wie kan bestaan?