Psalm 119
Het boek Psalmen

HSV

Vreugde over de wet

aleph

1Welzalig zijn de oprechten van wandel,

die Ps. 1:1in de wet van de HEERE gaan.

2Welzalig wie Zijn getuigenissen in acht nemen,

die Hem met heel hun hart zoeken,

3die ook geen onrecht bedrijven,

maar in Zijn wegen gaan.

4HEERE, Ú hebt geboden

om Uw bevelen ten zeerste in acht te nemen.

5Och, waren mijn wegen zo vast

om Uw verordeningen in acht te nemen!De SV heeft het werkwoord hier anders vertaald, namelijk met “gericht worden”. Eén van de critici merkt op: “Deze bede kan niet anders uitgelegd worden dan of de Heere Zelf zijn wegen in de juiste richting wil leiden” en concludeert dat de SV het geestelijk leven beter wist te vertolken dan de HSV. Blijkbaar waren de Statenvertalers het daar niet mee eens. De KT  zeggen namelijk: “Dat is, mijn gedachten, genegenheden, beraadslagingen en de uitwendige daden gericht, of vastgemaakt”. Zij laten beide mogelijkheden, “gericht worden” en “vast zijn”, dus open. Het Hebreeuwse grondwoord laat beide mogelijkheden inderdaad zonder meer toe. Waarom heeft de HSV dan voor de andere optie gekozen? In Spreuken 4:26 vinden we namelijk bijna dezelfde woorden. Daar heeft de SV echter gekozen voor “welgevestigd zijn”. De HSV heeft er de voorkeur aan gegeven om op beide plaatsen dezelfde uitdrukking te gebruiken. 

6Dan zou ik niet beschaamd worden,

als ik oog zou hebben voor al Uw geboden.

7Ik zal U loven met een oprecht hart,

wanneer ik Uw rechtvaardige bepalingen geleerd heb.

8Ik zal Uw verordeningen in acht nemen,

verlaat mij niet geheel en al.

beth

9Waarmee houdt een jongeman zijn pad zuiver?

Als hij dat bewaart overeenkomstig Uw woord.

10Ik zoek U met heel mijn hart,

laat mij van Uw geboden niet afdwalen.

11Ik heb Uw belofte in mijn hart opgeborgen,

opdat ik tegen U niet zondig.

12Geloofd zij U, HEERE,

leer mij Uw verordeningen.

13Ik heb met mijn lippen verteld

al de bepalingen van Uw mond.

14In de weg van Uw getuigenissen verblijd ik mij meer

dan in alle bezit.119:14 meer dan in alle bezit - Letterlijk: zoals over elk bezit.

15Ik overdenk Uw bevelen

en heb oog voor Uw paden.

16Ik verblijd mij in Uw verordeningen,

Uw woord vergeet ik niet.

gimel

17Wees Ps. 103:2; 116:7goed voor Uw dienaar, dan zal ik leven

en Uw woord in acht nemen.

18Ontsluit mijn ogen en laat mij aanschouwen

de wonderen van Uw wet.

19Ik ben Gen. 47:9; 1 Kron. 29:15; Ps. 39:13; Hebr. 11:13een vreemdeling op de aarde,

verberg Uw geboden niet voor mij.

20Mijn ziel wordt verteerd van verlangen

naar Uw bepalingen, te allen tijde.

21U bestraft de vervloekte hoogmoedigen,

die van Uw geboden afdwalen.

22Wentel smaad en verachting van mij af,

want ik heb Uw getuigenissen in acht genomen.

23Zelfs toen vorsten op hun troon gezeten tegen mij spraken,

overdacht Uw dienaar Uw verordeningen.

24Ps. 43:4Ja, Uw getuigenissen zijn mijn bron van blijdschap,

zij zijn mijn raadgevers.

daleth

25Mijn ziel kleeft aan het stof;

maak mij levend overeenkomstig Uw woord.

26Ik heb U mijn wegen verteld en U hebt mij verhoord;

Ps. 25:4; 27:11; 86:11leer mij Uw verordeningen.

27Geef mij inzicht in de weg van Uw bevelen,

dan zal ik Uw wonderen overdenken.

28Mijn ziel weent tranen van verdriet;

richt mij op overeenkomstig Uw woord.

29Laat de weg van de leugen van mij wijken,

schenk mij genadig Uw wet.

30Ik heb de weg van de waarheid gekozen,

Uw bepalingen heb ik mij voor ogen gesteld.

31Ik kleef vast aan Uw getuigenissen;

HEERE, beschaam mij niet.

32Ik zal de weg van Uw geboden lopen,

wanneer U mijn hart verruimd hebt.

he

33HEERE, leer mij de weg van Uw verordeningen,

en ik zal die in acht nemen tot het einde toe.

34Geef mij inzicht, dan zal ik Uw wet in acht nemen;

ja, ik zal mij er met heel mijn hart aan houden.

35Doe mij treden op het pad van Uw geboden,

want daarin vind ik vreugde.

36Neig mijn hart naar Uw getuigenissen

en niet naar winstbejag.

37Wend mijn ogen af, zodat zij niet zien wat nutteloos is;

maak mij levend door Uw wegen.

38Bevestig Uw belofte aan Uw dienaar,

die Uw vreze is toegedaan.

39Wend van mij af de smaad, waarvoor ik beducht ben,

want Uw bepalingen zijn goed.

40Zie, ik verlang naar Uw bevelen,

maak mij levend door Uw gerechtigheid.

waw

41Laat Uw blijken van goedertierenheid over mij komen, HEERE,

Uw heil overeenkomstig Uw belofte.

42Dan heb ik hem die mij hoont iets te antwoorden,

want ik vertrouw op Uw woord.

43Ontruk het woord van de waarheid niet geheel en al aan mijn mond,

want ik hoop op Uw bepalingen.

44Dan zal ik steeds Uw wet in acht nemen,

voor eeuwig en altijd.

45Ik zal wandelen op ruime baan,

omdat ik Uw bevelen gezocht heb.

46Ook zal ik voor koningen spreken over Uw getuigenissen

en mij niet schamen.

47Ik verblijd mij in Uw geboden,

die ik liefheb.

48Ik hef mijn handen op naar Uw geboden,

die ik liefheb, en overdenk Uw verordeningen.

zain

49Denk aan het woord gesproken tot Uw dienaar,

waarop U mij deed hopen.

50Dit is mij tot troost in mijn ellende:

dat Uw belofte mij levend heeft gemaakt.

51De hoogmoedigen hebben mij ten zeerste bespot,

toch ben ik van Uw wet niet afgeweken.

52Ik heb gedacht aan Uw oordelen van oude tijden af, HEERE,

en heb mij getroost.

53Grote verontwaardiging heeft mij bevangen

vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten.

54Uw verordeningen zijn mijn gezangen geweest

op de plaats waar ik vreemdeling was.

55Ps. 16:7; 42:9HEERE, 's nachts heb ik aan Uw Naam gedacht

en ik heb Uw wet in acht genomen.

56Dat is aan mij gebeurd,

omdat ik Uw bevelen in acht genomen heb.

cheth

57De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd

dat ik Uw woorden in acht zal nemen.

58Ik heb met heel mijn hart getracht Uw aangezicht gunstig te stemmen;

wees mij genadig overeenkomstig Uw belofte.

59Ik heb mijn wegen overdacht,

en mijn voeten gekeerd naar Uw getuigenissen.

60Ik heb mij gehaast en niet geaarzeld

Uw geboden in acht te nemen.

61Benden goddelozen hebben mij omringd,

toch heb ik Uw wet niet vergeten.

62Midden in de nacht sta ik op

om U te loven voor Uw rechtvaardige bepalingen.

63Ik ben een metgezel van allen die U vrezen

en die Uw bevelen in acht nemen.

64HEERE, de aarde is vol van Uw goedertierenheid;

leer mij Uw verordeningen.

teth

65U bent goed voor Uw dienaar geweest, HEERE,

overeenkomstig Uw woord.

66Leer mij goed onderscheiden en kennen,

want ik heb in Uw geboden geloofd.

67Voordat ik verdrukt werd, dwaalde ik,

maar nu neem ik Uw woord in acht.

68U bent goed en U doet goed,

leer mij Uw verordeningen.

69Hoogmoedigen hebben mij met leugens besmeurd,

maar ík neem Uw bevelen met heel mijn hart in acht.

70Hun hart is zo ongevoelig als vet,

maar ík verblijd mij in Uw wet.

71Het is goed voor mij dat ik verdrukt ben geweest,

opdat ik Uw verordeningen zou leren.

72De wet uit Uw mond is mij beter

dan Ps. 19:11duizenden stukken goud of zilver.

jod

73Job 10:9; Ps. 139:13Uw handen hebben mij gemaakt en bereid;

geef mij inzicht, zodat ik Uw geboden leer.

74Wie U vrezen, zien mij en verblijden zich,

omdat ik op Uw woord gehoopt heb.

75Ik weet, HEERE, dat Uw oordelen rechtvaardig zijn

en dat U mij in Uw trouw verdrukt hebt.

76Laat toch Uw goedertierenheid er zijn om mij te troosten,

overeenkomstig Uw belofte aan Uw dienaar.

77Laat Uw barmhartigheid over mij komen,

dan zal ik leven, want Uw wet is mijn bron van blijdschap.

78Laten de hoogmoedigen beschaamd worden, die mij neerdrukten

met leugen, maar ík overdenk Uw bevelen.

79Laten zich tot mij keren wie U vrezen

en wie Uw getuigenissen kennen.

80Laat mijn hart oprecht zijn in Uw verordeningen,

dan zal ik niet beschaamd worden.

kaph

81Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil,

op Uw woord heb ik gehoopt.

82Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw belofte,

terwijl ik zei: Wanneer zult U mij troosten?

83Want ik ben geworden als een leren zak in de rook,

maar Uw verordeningen heb ik niet vergeten.

84Hoeveel zijn de dagen van Uw dienaar?

Wanneer zult U gericht oefenen over mijn vervolgers?

85De hoogmoedigen hebben kuilen voor mij gegraven

en dat is niet overeenkomstig Uw wet.

86Al Uw geboden zijn betrouwbaar;

met leugen vervolgen zij mij, help mij!

87Zij hebben mij op de aarde bijna vernietigd,

maar ík heb Uw bevelen niet verlaten.

88Maak mij levend overeenkomstig Uw goedertierenheid;

dan zal ik het getuigenis van Uw mond in acht nemen.

lamed

89Voor eeuwig, HEERE,

staat Uw woord vast in de hemel.

90Pred. 1:4Uw trouw duurt van generatie op generatie;

U hebt de aarde gegrondvest, zodat zij blijft staan.

91Volgens Uw bepalingen blijven zij ook heden nog staan,

want zij alle zijn Uw dienaren.

92Als Uw wet niet mijn bron van blijdschap geweest was,

dan was ik in mijn ellende vergaan.

93Ik zal Uw bevelen voor eeuwig niet vergeten,

want daardoor hebt U mij levend gemaakt.

94Ik ben de Uwe, verlos mij,

want ik heb Uw bevelen gezocht.

95Goddelozen hebben op mij geloerd om mij om te brengen;

ik let op Uw getuigenissen.

96Aan alles, hoe volmaakt ook, heb ik een einde gezien;

maar alleen Uw gebod is onbegrensd.119:96 onbegrensd - Letterlijk: zeer ruim.

mem

97Hoe lief heb ik Uw wet!

Hij is heel de dag mijn overdenking.

98Uw geboden maken mij wijzer dan mijn vijanden,

want zij zijn voor eeuwig bij mij.

99Ik ben verstandiger dan al mijn leraren,

want Uw getuigenissen zijn mij tot overdenking.

100Ik heb meer inzicht dan de ouderen,

omdat ik Uw bevelen in acht genomen heb.

101Ik heb mijn voeten weerhouden van alle slechte paden,

opdat ik mij aan Uw woord zal houden.

102Ik ben niet afgeweken van Uw bepalingen,

want Ú hebt mij onderwezen.

103Hoe Ps. 19:11; Spr. 8:11zoet zijn Uw woorden voor mijn gehemelte,

zoeter dan honing voor mijn mond.

104Door Uw bevelen krijg ik inzicht,

daarom haat ik elk leugenpad.

nun

105Uw woord is een lamp voor mijn voet

en een licht op mijn pad.

106Neh. 10:29Ik heb gezworen, en ik zal het gestand doen:

ik zal Uw rechtvaardige bepalingen in acht nemen.

107Ik ben ten zeerste verdrukt;

HEERE, maak mij levend overeenkomstig Uw woord.

108Aanvaard toch, HEERE, de vrijwillige gaven van mijn mond,

en leer mij Uw bepalingen.

109Mijn leven is voortdurend in gevaar,119:109 in gevaar - Letterlijk: in mijn hand.

toch vergeet ik Uw wet niet.

110De goddelozen hebben voor mij een strik gezet,

toch ben ik van Uw bevelen niet afgedwaald.

111Uw getuigenissen heb ik voor eeuwig in erfelijk bezit genomen,

want zij zijn de vreugde van mijn hart.

112Ik heb mijn hart geneigd om overeenkomstig Uw verordeningen te handelen,

voor eeuwig, tot het einde toe.

samech

113Ik haat de halfhartigen,

maar Uw wet heb ik lief.

114U bent mijn schuilplaats en mijn schild,

op Uw woord heb ik gehoopt.

115Ga weg van mij, kwaaddoeners,

zodat ik de geboden van mijn God in acht zal nemen.

116Ondersteun mij overeenkomstig Uw belofte, dan zal ik leven;

laat mij in mijn hoop niet beschaamd worden.

117Ondersteun mij, dan ben ik verlost

en vermaak ik mij voortdurend in Uw verordeningen.

118U verwerpt allen die van Uw verordeningen afdwalen,

want hun bedrog is leugen.

119U doet alle goddelozen van de aarde weg als schuim,

daarom heb ik Uw getuigenissen lief.

120Het haar van mijn lichaam is te berge gerezen uit grote vrees voor U,

ik heb gevreesd voor Uw oordelen.

ain

121Ik heb recht en gerechtigheid gedaan;

geef mij niet over aan mijn onderdrukkers.

122Wees borg voor het welzijn van Uw dienaar;

laat de hoogmoedigen mij niet onderdrukken.

123Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil

en naar de belofte van Uw rechtvaardigheid.

124Doe met Uw dienaar overeenkomstig Uw goedertierenheid,

en leer mij Uw verordeningen.

125Ik ben Uw dienaar; geef mij inzicht,

dan zal ik Uw getuigenissen kennen.

126Het is tijd voor de HEERE om te handelen,

want zij hebben Uw wet verbroken.

127Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud,

ja, meer dan zuiver goud.

128Daarom heb ik al Uw bevelen in alles voor recht gehouden,

maar elk leugenpad heb ik gehaat.

pe

129Uw getuigenissen zijn wonderen,

daarom zal mijn ziel die in acht nemen.

130Ps. 19:9Het opengaan van Uw woorden geeft licht,

het schenkt eenvoudigen inzicht.

131Ik sper mijn mond open en hijg,

want ik verlang naar Uw geboden.

132Wend U tot mij en wees mij genadig,

overeenkomstig het recht voor wie Uw Naam liefhebben.

133Laat mijn voetstappen vaststaan in Uw woord,

laat geen enkel onrecht over mij heersen.

134Verlos mij van de onderdrukking door mensen,

dan zal ik Uw bevelen in acht nemen.

135Ps. 4:7Doe Uw aangezicht lichten over Uw dienaar,

en leer mij Uw verordeningen.

136Beken vol water stromen uit mijn ogen neer,

omdat men Uw wet niet in acht neemt.

tsade

137U bent rechtvaardig, HEERE,

en al Uw oordelen zijn juist.

138U hebt in Uw getuigenissen gerechtigheid uitgevaardigd

en grote trouw.

139Mijn ijver heeft mij verteerd,

want mijn tegenstanders hebben Uw woorden vergeten.

1402 Sam. 22:31; Ps. 12:7; 18:31; Spr. 30:5Uw woord is zeer gelouterd,

Uw dienaar heeft het lief.

141Ik ben klein en veracht,

maar Uw bevelen heb ik niet vergeten.

142Uw gerechtigheid is een gerechtigheid voor eeuwig

en Uw wet is waarachtig.

143Benauwdheid en nood hebben mij getroffen,

maar Uw geboden zijn mijn bron van blijdschap.

144Uw rechtvaardige getuigenissen zijn voor eeuwig;

geef mij inzicht, dan zal ik leven.

koph

145Ik heb met heel mijn hart geroepen;

verhoor mij, HEERE, ik zal Uw verordeningen in acht nemen.

146Ik heb U aangeroepen, verlos mij;

dan zal ik mij aan Uw getuigenissen houden.

147Ps. 5:4; 88:14; 130:6Ik ben de morgenschemering voor geweest en heb om hulp geroepen;

op Uw woord heb ik gehoopt.

148Ps. 63:2,7; 90:4Mijn ogen zijn de nachtwaken voor geweest

om Uw woord te overdenken.

149Hoor mijn stem overeenkomstig Uw goedertierenheid;

HEERE, maak mij levend overeenkomstig Uw recht.

150Wie schandelijk gedrag najagen, komen naderbij;

zij zijn ver van Uw wet verwijderd.

151Maar U, HEERE, bent nabij,

en al Uw geboden zijn waarachtig.

152Al vanouds weet ik van Uw getuigenissen,

ja, U hebt ze voor eeuwig gegrondvest.

resj

153Zie mijn ellende aan en red mij,

want Uw wet heb ik niet vergeten.

154Voer mijn rechtszaak en verlos mij;

maak mij levend overeenkomstig Uw belofte.

155Het heil is ver van de goddelozen,

want zij zoeken Uw verordeningen niet.

156Uw barmhartigheid is groot, HEERE;

maak mij levend overeenkomstig Uw bepalingen.

157Mijn vervolgers en tegenstanders zijn met velen,

maar van Uw getuigenissen wijk ik niet af.

158Ik zag hen die trouweloos handelen, en ik walgde,

omdat zij zich niet aan Uw woord hielden.

159Zie toch hoe ik Uw bevelen liefheb;

HEERE, maak mij levend overeenkomstig Uw goedertierenheid.

160Vanaf het begin is Uw woord waarachtig,

al Uw rechtvaardige bepalingen zijn voor eeuwig.

sin, sjin

161Vorsten hebben mij zonder reden vervolgd,

maar voor Uw woord heeft mijn hart diep ontzag gehad.

162Ik ben verblijd over Uw belofte,

als iemand die een grote buit vindt.

163Ik haat de leugen en heb er een afschuw van,

maar Uw wet heb ik lief.

164Ik loof U zevenmaal op een dag

om Uw rechtvaardige bepalingen.

165Wie Uw wet liefhebben, hebben diepe vrede;119:165 diepe vrede - Letterlijk: talrijke vrede.

voor hen ligt er geen struikelblok.

166Ik hoop op Uw heil, HEERE,

en doe Uw geboden.

167Mijn ziel neemt Uw getuigenissen in acht,

want ik heb ze zeer lief.

168Ik neem Uw bevelen en getuigenissen in acht,

want al mijn wegen liggen voor U open.

taw

169Laat mijn roepen naderen voor Uw aangezicht, HEERE;

geef mij inzicht overeenkomstig Uw woord.

170Laat mijn smeken voor Uw aangezicht komen;

red mij overeenkomstig Uw belofte.

171Mijn lippen vloeien over van lofzang,

want U leert mij Uw verordeningen.

172Mijn tong zal Uw woorden bezingen,

want al Uw geboden zijn rechtvaardig.

173Laat Uw hand mij te hulp komen,

want ik heb Uw bevelen uitgekozen.

174HEERE, ik verlang naar Uw heil;

Uw wet is mijn bron van blijdschap.

175Laat mijn ziel leven, dan zal hij U loven;

laat Uw bepalingen mij helpen.

176Jes. 53:6; Luk. 15:4 enz.Ik heb gedwaald als een verloren schaap;

zoek Uw dienaar, want Uw geboden heb ik niet vergeten.

SV

119

De heerlijkheid van het goddelijke Woord

A l e p h

1Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die Ps. 1:1.in de wet des HEEREN gaan.

2Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;

3Ook geen onrecht werken, maar wandelen in Zijn wegen.

4HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.

5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!

6Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.

7Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.

8Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.

B e t h

9Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord.

10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.

11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

12HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.

13Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.

14Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.

15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.

16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.

G i m e l

17Doe Ps. 103:2. 116:7.wel bij Uw knecht, dat ik leve en Uw woord beware.

18Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.

19Ik ben Gen. 47:9. 1 Kron. 29:15. Ps. 39:13. Hebr. 11:13.een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden voor mij niet.

20Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.

21Gij scheldt de vervloekte hovaardigen, die van Uw geboden afdwalen.

22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.

23Als zelfs de vorsten zittende tegen mij gesproken hebben, heeft Uw knecht Uw inzettingen betracht.

24Ps. 43:4.Ook zijn Uw getuigenissen mijn vermakingen en mijn raadslieden.

D a l e t h

25Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend naar Uw woord.

26Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; Ps. 25:4. 27:11. 86:11.leer mij Uw inzettingen.

27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.

28Mijn ziel druipt weg van treurigheid; richt mij op naar Uw woord.

29Wend van mij den weg der valsheid, en verleen mij genadiglijk Uw wet.

30Ik heb verkoren den weg der waarheid, Uw rechten heb ik mij voorgesteld.

31Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o HEERE! beschaam mij niet.

32Ik zal den weg Uwer geboden lopen, als Gij mijn hart verwijd zult hebben.

H e

33HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.

34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.

35Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.

36Neig mijn hart tot Uw getuigenissen, en niet tot gierigheid.

37Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.

38Bevestig Uw toezegging aan Uw knecht, die Uw vreze toegedaan is.

39Wend mijn smaadheid af, die ik vreze, want Uw rechten zijn goed.

40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.

V a u

41Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o HEERE! Uw heil, naar Uw toezegging;

42Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.

43En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.

44Zo zal ik Uw wet steeds onderhouden, eeuwiglijk en altoos.

45En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.

46Ook zal ik voor koningen spreken van Uw getuigenissen, en mij niet schamen.

47En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.

48En ik zal mijn handen opheffen naar Uw geboden, die ik liefheb, en ik zal Uw inzettingen betrachten.

Z a i n

49Gedenk des woords, tot Uw knecht gesproken, op hetwelk Gij mij hebt doen hopen.

50Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.

51De hovaardigen hebben mij boven mate zeer bespot; nochtans ben ik van Uw wet niet geweken.

52Ik heb gedacht, o HEERE! aan Uw oordelen van ouds aan, en heb mij getroost.

53Grote beroering heeft mij bevangen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten.

54Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.

55Ps. 16:7. 42:9.HEERE! des nachts ben ik Uws Naams gedachtig geweest, en heb Uw wet bewaard.

56Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.

C h e t h

57De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd, dat ik Uw woorden zal bewaren.

58Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.

59Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.

60Ik heb gehaast, en niet vertraagd Uw geboden te onderhouden.

61De goddeloze hopen hebben mij beroofd; nochtans heb ik Uw wet niet vergeten.

62Te middernacht sta ik op, om U te loven voor de rechten Uwer gerechtigheid.

63Ik ben een gezel van allen, die U vrezen, en van hen, die Uw bevelen onderhouden.

64HEERE! de aarde is vol van Uw goedertierenheid; leer mij Uw inzettingen.

T e t h

65Gij hebt bij Uw knecht goed gedaan, HEERE, naar Uw woord.

66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.

67Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw woord.

68Gij zijt goed en goeddoende; leer mij Uw inzettingen.

69De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.

70Hun hart is vet als smeer; maar ik heb vermaak in Uw wet.

71Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw inzettingen leerde.

72De wet Uws monds is mij beter, dan Ps. 19:11.duizenden van goud of zilver.

J o d

73Uw Job 10:9. Ps. 139:13.handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere.

74Die U vrezen, zullen mij aanzien, en zich verblijden, omdat ik op Uw woord gehoopt heb.

75Ik weet, HEERE! dat Uw gerichten de gerechtigheid zijn, en dat Gij mij uit getrouwheid verdrukt hebt.

76Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.

77Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.

78Laat de hovaardigen beschaamd worden, omdat zij mij met leugen nedergestoten hebben; doch ik betracht Uw geboden.

79Laat hen tot mij keren, die U vrezen, en die Uw getuigenissen kennen.

80Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.

C a p h

81Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil; op Uw woord heb ik gehoopt.

82Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten?

83Want ik ben geworden als een lederen zak in den rook; doch Uw inzettingen heb ik niet vergeten.

84Hoe vele zullen de dagen Uws knechts zijn? Wanneer zult Gij recht doen over mijn vervolgers?

85De hovaardigen hebben mij putten gegraven, hetwelk niet is naar Uw wet.

86Al Uw geboden zijn waarheid; zij vervolgen mij met leugen, help mij.

87Zij hebben mij bijna vernietigd op de aarde, maar ik heb Uw bevelen niet verlaten.

88Maak mij levend naar Uw goedertierenheid, dan zal ik de getuigenis Uws monds onderhouden.

L a m e d

89O HEERE! Uw woord bestaat in der eeuwigheid in de hemelen.

90Pred. 1:4.Uw getrouwheid is van geslacht tot geslacht; Gij hebt de aarde vastgemaakt, en zij blijft staan;

91Naar Uw verordeningen blijven zij nog heden staan, want zij allen zijn Uw knechten.

92Indien Uw wet niet ware geweest al mijn vermaking, ik ware in mijn druk al lang vergaan.

93Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt.

94Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.

95De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.

96In alle volmaaktheid heb ik een einde gezien; maar Uw gebod is zeer wijd.

M e m

97Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.

98Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij.

99Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.

100Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.

101Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.

102Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd.

103Hoe Ps. 19:11. Spr. 8:11.zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!

104Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden.

N u n

105Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

106Neh. 10:29.Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.

107Ik ben gans zeer verdrukt, HEERE! maak mij levend naar Uw woord.

108Laat U toch, o HEERE! welgevallen de vrijwillige offeranden mijns monds, en leer mij Uw rechten.

109Mijn ziel is geduriglijk in mijn hand; nochtans vergeet ik Uw wet niet.

110De goddelozen hebben mij een strik gelegd; nochtans ben ik niet afgedwaald van Uw bevelen.

111Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.

112Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.

S a m e c h

113Ik haat de kwade ranken, maar heb Uw wet lief.

114Gij zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild; op Uw Woord heb ik gehoopt.

115Wijkt van mij, gij boosdoeners! dat ik de geboden mijns Gods moge bewaren.

116Ondersteun mij naar Uw toezegging, opdat ik leve; en laat mij niet beschaamd worden over mijn hope.

117Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken.

118Gij vertreedt al degenen, die van Uw inzettingen afdwalen, want hun bedrog is leugen.

119Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.

120Het haar mijns vleses is te berge gerezen van verschrikking voor U, en ik heb gevreesd voor Uw oordelen.

A i n

121Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers.

122Wees borg voor Uw knecht ten goede; laat de hovaardigen mij niet onderdrukken.

123Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid.

124Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen.

125Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.

126Het is tijd voor den HEERE, dat Hij werke, want zij hebben Uw wet verbroken.

127Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.

128Daarom heb ik al Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.

P e

129Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.

130Ps. 19:9.De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.

131Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.

132Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.

133Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord, en laat geen ongerechtigheid over mij heersen.

134Verlos mij van des mensen overlast, en ik zal Uw bevelen onderhouden.

135Ps. 4:7.Doe Uw aangezicht lichten over Uw knecht, en leer mij Uw inzettingen.

136Waterbeken vlieten af uit mijn ogen, omdat zij Uw wet niet onderhouden.

T s a d e

137HEERE! Gij zijt rechtvaardig, en elkeen Uwer oordelen is recht.

138Gij hebt de gerechtigheid Uwer getuigenissen, en de waarheid hogelijk geboden.

139Mijn ijver heeft mij doen vergaan, omdat mijn wederpartijders Uw woorden vergeten hebben.

1402 Sam. 22:31. Ps. 12:7. 18:31. Spr. 30:5.Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief.

141Ik ben klein en veracht, doch Uw bevelen vergeet ik niet.

142Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid.

143Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.

144De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven.

K o p h

145Ik heb van ganser harte geroepen: verhoor mij, o HEERE! ik zal Uw inzettingen bewaren.

146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.

147Ps. 5:4. 88:14. 130:6.Ik ben de morgenschemering voorgekomen, en heb geschrei gemaakt; op Uw woord heb ik gehoopt.

148Ps. 63:2, 7. 90:4.Mijn ogen komen de nachtwaken voor, om Uw rede te betrachten.

149Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o HEERE! maak mij levend naar Uw recht.

150Die kwade praktijken najagen, genaken mij, zij wijken verre van Uw wet.

151Maar Gij, HEERE! zijt nabij, en al Uw geboden zijn waarheid.

152Van ouds heb ik geweten van Uw getuigenissen, dat Gij ze in eeuwigheid gegrond hebt.

R e s c h

153Zie mijn ellende aan, en help mij uit, want Uw wet heb ik niet vergeten.

154Twist mijn twistzaak, en verlos mij, maak mij levend, naar Uw toezegging.

155Het heil is verre van de goddelozen, want zij zoeken Uw inzettingen niet.

156HEERE! Uw barmhartigheden zijn vele; maak mij levend naar Uw rechten.

157Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet.

158Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.

159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.

160Het begin Uws woords is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid.

S c h i n

161De vorsten hebben mij vervolgd zonder oorzaak; maar mijn hart heeft gevreesd voor Uw woord.

162Ik ben vrolijk over Uw toezegging, als een, die een groten buit vindt.

163Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief.

164Ik loof U zevenmaal des daags, over de rechten Uwer gerechtigheid.

165Die Uw wet beminnen, hebben groten vrede, en zij hebben geen aanstoot.

166O HEERE! ik hoop op Uw heil, en doe Uw geboden.

167Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.

168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.

T h a u

169O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.

170Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.

171Mijn lippen zullen Uw lof overvloediglijk uitstorten, als Gij mij Uw inzettingen zult geleerd hebben.

172Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.

173Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.

174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.

175Laat mijn ziel leven, en zij zal U loven, en laat Uw rechten mij helpen.

176Jes. 53:6. Luk. 15:4 enz.Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.