Psalm 12
Het boek Psalmen

HSV

Alleen God is getrouw

1Een psalm van David, voor de koorleider, op ‘De achtste’.

2Breng verlossing, HEERE, want Jes. 57:1goedertieren mensen zijn er niet meer,

onder de mensenkinderen zijn er nog maar weinig trouw.

3Valse dingen spreekt men tot elkaar,

met vleiende lippen; dubbelhartig spreekt men.

4Laat de HEERE alle vleiende lippen afsnijden

en de tong vol grootspraak.

5Zij zeggen: Met onze tong zullen wij de overhand hebben!

Onze lippen zijn van ons! Wie is heer over ons?

6Om de verwoesting van de ellendigen en het gekerm van de armen

zal Ik nu opstaan, zegt de HEERE;

Ik zal in veiligheid brengen wie hij weg wil blazen.

72 Sam. 22:31; Ps. 18:31; 119:140; Spr. 30:5De woorden van de HEERE zijn reine woorden,

als zilver gelouterd in een aarden smeltkroes,

gezuiverd zevenmaal.

8Ú, HEERE, zult hen bewaren,

U zult hen beschermen tegen dit geslacht, voor eeuwig.

9Overal draven goddelozen rond,

wanneer de gemeensten onder de mensenkinderen verhoogd worden.

SV

12

God alleen is waarheid

1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Scheminîth.

2Behoud, o HEERE; want Jes. 57:1.de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen.

3Zij spreken valsheid, een ieder met zijn naaste, met vleiende lippen; zij spreken met een dubbel hart.

4De HEERE snijde af alle vleiende lippen, de grootsprekende tong.

5Die daar zeggen: Wij zullen de overhand hebben met onze tong; onze lippen zijn onze! Wie is heer over ons?

6Om de verwoesting der ellendigen, om het kermen der nooddruftigen, zal Ik nu opstaan, zegt de HEERE; Ik zal in behoudenis zetten, dien hij aanblaast.

72 Sam. 22:31. Ps. 18:31. 119:140. Spr. 30:5.De redenen des HEEREN zijn reine redenen, zilver, gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal.

8Gij, HEERE, zult hen bewaren; Gij zult hen behoeden voor dit geslacht, tot in eeuwigheid.

9De goddelozen draven rondom, wanneer de snoodsten van des mensenkinderen verhoogd worden.