Psalm 145
Het boek Psalmen

HSV

Loflied op de grootheid en goedheid van de HEERE

1Een lofzang van David.

Mijn God en Koning, ik zal U roemen aleph

en Uw Naam loven, voor eeuwig en altijd.

2Iedere dag zal ik U loven beth

en Uw Naam prijzen, voor eeuwig en altijd.

3Ps. 18:4; 150:2De HEERE is groot en zeer te prijzen, gimel

Job 5:9Zijn grootheid is niet te doorgronden.

4Deut. 4:9; 6:7Generatie op generatie zal Uw werken roemen, daleth

zij zullen Uw machtige daden verkondigen.

5Ik zal spreken van de heerlijke glorie van Uw majesteit, he

en van Uw wonderlijke daden.

6Zij zullen de kracht van Uw ontzagwekkende daden in herinnering roepen; waw

Uw grootheid, die zal ik vertellen.Vreselijk vs. ontzagwekkend: In de SV vinden we hier het woord vreselijk. Op het eerste gezicht lijkt het dat het ontzagwekkend van de HSV een stuk zwakker is. Toch is dat niet terecht. Het woordje vreselijk had in de tijd van de Statenvertaling een heel andere betekenis dan nu. Het betekende letterlijk: iets om te vrezen, iets om ontzag voor te hebben. Tegenwoordig heeft het echter een uiterst negatieve betekenis die hier niet past.

7Ps. 119:171Zij zullen de mond doen overvloeien van de gedachtenis aan Uw grote goedheid, zain

en vrolijk zingen van Uw gerechtigheid:

8Ex. 34:6,7; Num. 14:18; Ps. 86:15; 103:8Genadig en barmhartig is de HEERE, cheth

geduldig en groot aan goedertierenheid.Het begrip “lankmoedig” is zo verouderd dat niemand meer goed weet wat het betekent. Het gevolg is dat mensen betekenissen aan het woord gaan toekennen die het feitelijk niet bezit. Het Hebreeuwse grondwoord zou heel letterlijk vertaald kunnen worden met “lang van neusgaten”. In het Hebreeuwse taaleigen is er echter een verband tussen de neus en boosheid. Een iets vrijere vertaling is dan ook “traag tot toorn”. Het wordt zowel voor mensen (Spr 14:29) als voor God (Ex 34:6) gebruikt. Het is dus niet vol te houden dat het hier alleen om een goddelijke eigenschap zou gaan. Eén van de critici is van mening dat het woord “lankmoedig” in de Middeleeuwen nog niet bestond, en speciaal bedacht is ten dienste van de prediking van het Woord. Dat is echter onjuist. Het Nederlandse “lankmoedig” is weliswaar ontleend aan het Latijnse “longanimis”, dat vooral in Christelijk-Latijnse literatuur voorkomt (mogelijk een letterlijke vertaling van het Griekse “makrothumia”), maar alle handboeken geven aan dat dit woord in de Middeleeuwen reeds volop voorkwam, in de vorm van “lancmoedich” en “lancmoedicheit”. Dit woord is echter sterk verouderd en komt buiten de Bijbel steeds minder voor. Bovendien is er een uitstekend alternatief: “geduldig”. Dat “lankmoedig” een diepere lading zou hebben dan “geduldig”, spreken wij tegen.

9De HEERE is voor allen goed, teth

Zijn barmhartigheid rust op al Zijn werken.

10Al Uw werken zullen U loven, HEERE; jod

Uw gunstelingen zullen U danken.

11Zij zullen de heerlijkheid van Uw Koninkrijk in herinnering roepen kaph

en van Uw macht spreken,

12om de mensenkinderen Zijn machtige daden bekend te maken, lamed

de glorierijke heerlijkheid van Zijn Koninkrijk.

13Uw Koninkrijk is een Koninkrijk van alle eeuwen, mem

Uw heerschappij omvat alle generaties.145:13 alle generaties - Letterlijk: in elke generatie en generatie.

14De HEERE ondersteunt allen die vallen, samech

Hij richt alle gebogenen op.

15De Ps. 104:27ogen van allen wachten op U, ain

U geeft hun hun voedsel op zijn tijd.

16U doet Uw hand open pe

en verzadigt al wat leeft, naar Uw welbehagen.

17De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, tsade

goedertieren in al Zijn werken.

18De HEERE is allen nabij die Hem aanroepen, koph

allen die Hem in waarheid aanroepen.

19Hij vervult het verlangen van wie Hem vrezen, resj

Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen.

20De HEERE bewaart allen die Hem liefhebben, sjin

maar alle goddelozen vaagt Hij weg.

21Mijn mond zal van de lof van de HEERE spreken, taw

alle vlees zal Zijn heilige Naam loven,

voor eeuwig en altijd.

SV

Loflied op Gods grootheid en goedheid

1Een lofzang van David. Aleph. O mijn God, Gij Koning! ik zal U verhogen, en Uw Naam loven in eeuwigheid en altoos.

2Beth. Te allen dage zal ik U loven, en Uw Naam prijzen in eeuwigheid en altoos.

3Gimel. Ps. 18:4. 150:2.De HEERE is groot en zeer te prijzen, en Job 5:9.Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.

4Daleth. Deut. 4:9. 6:7.Geslacht aan geslacht zal Uw werken roemen; en zij zullen Uw mogendheden verkondigen.

5He. Ik zal uitspreken de heerlijkheid der eer Uwer majesteit, en Uw wonderlijke daden.

6Vau. En zij zullen vermelden de kracht Uwer vreselijke daden; en Uw grootheid, die zal ik vertellen.

7Zain. Ps. 119:171.Zij zullen de gedachtenis der grootheid Uwer goedheid overvloediglijk uitstorten, en zij zullen Uw gerechtigheid met gejuich verkondigen.

8Cheth. Ex. 34:6, 7. Num. 14:18. Ps. 86:15. 103:8.Genadig en barmhartig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid.

9Teth. De HEERE is aan allen goed, en Zijn barmhartigheden zijn over al Zijn werken.

10Jod. Al Uw werken, HEERE, zullen U loven, en Uw gunstgenoten zullen U zegenen.

11Caph. Zij zullen de heerlijkheid Uws Koninkrijks vermelden, en Uw mogendheid zullen zij uitspreken.

12Lamed. Om den mensenkinderen bekend te maken Zijn mogendheden, en de eer der heerlijkheid Zijns Koninkrijks.

13Mem. Uw Koninkrijk is een Koninkrijk van alle eeuwen, en Uw heerschappij is in alle geslacht en geslacht.

14Samech. De HEERE ondersteunt allen, die vallen, en Hij richt op alle gebogenen.

15Ain. Aller Ps. 104:27.ogen wachten op U; en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd.

16Pe. Gij doet Uw hand open, en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen.

17Tsade. De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken.

18Koph. De HEERE is nabij allen, die Hem aanroepen, allen, die Hem aanroepen in der waarheid.

19Resch. Hij doet het welbehagen dergenen, die Hem vrezen, en Hij hoort hun geroep, en verlost hen.

20Schin. De HEERE bewaart al degenen, die Hem liefhebben; maar Hij verdelgt alle goddelozen.

21Thau. Mijn mond zal den prijs des HEEREN uitspreken, en alle vlees zal Zijn heiligen Naam loven in der eeuwigheid en altoos.