Psalm 3
Het boek Psalmen

HSV

Morgenlied

1Een psalm van David, toen hij 2 Sam. 15,16,17,18vluchtte voor zijn zoon Absalom.

2HEERE, hoe talrijk zijn mijn tegenstanders;

velen staan tegen mij op.

3Velen zeggen van mijn ziel:

Hij heeft geen heil bij God. Sela

4U echter, HEERE, bent een schild voor mij,

mijn eer; U heft mijn hoofd omhoog.

5Met mijn stem riep ik tot de HEERE,

en Hij verhoorde mij vanaf Zijn heilige berg. Sela

6Ps. 4:9Ik lag neer en sliep; ik ontwaakte,

want de HEERE ondersteunde mij.

7Ps. 27:3Ik vrees niet voor tienduizenden van het volk,

die zich aan alle kanten tegen mij opstellen.

8Sta op, HEERE,

verlos mij, mijn God,

want U hebt al mijn vijanden op de kaak geslagen,

de tanden van de goddelozen hebt U stukgebroken.

9Spr. 21:31; Jes. 43:11; Jer. 3:23; Hos. 13:4; Openb. 7:10; 19:1Het heil is van de HEERE;

Uw zegen is over Uw volk. Sela

SV

3

Een morgenlied

1Een psalm van David, als hij 2 Sam. 15. 16. 17. 18.vlood voor het aangezicht van zijn zoon Absalom.

2O HEERE! hoe zijn mijn tegenpartijders vermenigvuldigd; velen staan tegen mij op.

3Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela.

4Doch Gij, HEERE! zijt een Schild voor mij, mijn eer, en Die mijn hoofd opheft.

5Ik riep met mijn stem tot den HEERE, en Hij verhoorde mij van den berg Zijner heiligheid. Sela.

6Ps. 4:9.Ik lag neder en sliep; ik ontwaakte, want de HEERE ondersteunde mij.

7Ps. 27:3.Ik zal niet vrezen voor tienduizenden des volks, die zich rondom tegen mij zetten.

8Sta op, HEERE, verlos mij, mijn God; want Gij hebt al mijn vijanden op het kinnebakken geslagen; de tanden der goddelozen hebt Gij verbroken.

9Spr. 21:31. Jes. 43:11. Jer. 3:23. Hos. 13:4. Openb. 7:10. 19:1.Het heil is des HEEREN; Uw zegen is over Uw volk. Sela.