Psalm 77
Het boek Psalmen

HSV

Vertrouwen in aanvechting

1Voor de koorleider, over Jeduthun, van Asaf, een psalm.

2Mijn stem klinkt tot God en ik roep,

mijn stem klinkt tot God en Hij zal mij aanhoren.De King James Version heeft hier de verleden tijd: “and he gave hear unto me”. De (H)SV kiest echter voor de toekomende tijd. Als de interpretatie van de KJV juist zou zijn, had hier een andere werkwoordsvorm moeten staan, de zogenaamde imperfectum consecutivum of wayyiqtol. De enige juiste vertaling van de hier gebruikte vorm is de toekomende tijd.

3Op de dag van mijn benauwdheid zocht ik de Heere,

mijn hand was 's nachts uitgestrekt en verslapte niet,

mijn ziel weigerde getroost te worden.

4Dacht ik aan God, dan kermde ik;

peinsde ik, dan bezweek mijn geest. Sela

5U hield mijn ogen wakend,77:5 U … wakend - Letterlijk: U hield de wachten van mijn ogen.

ik was verontrust en sprak niet.

6Ik overdacht de dagen vanouds,

de jaren van vroegere eeuwen.

7Ik dacht aan mijn snarenspel,

's nachts peinsde ik in mijn hart,

en mijn geest onderzocht:

8Zou de Heere dan in alle eeuwigheid verstoten

en voortaan niet meer goedgezind zijn?

9Houdt Zijn goedertierenheid voor altijd op?

Komt aan Zijn toezegging een einde, van generatie op generatie?

10Heeft God vergeten genadig te zijn?

Of heeft Hij Zijn barmhartigheid door toorn afgesloten? Sela

11Toen zei ik: Dit krenkt mij,

maar de rechterhand van de Allerhoogste verandert.77:11 maar … verandert - Of: dat de rechterhand van de Allerhoogste verandert.De King James Version heeft hier: “but I will remember the years of the right hand of the Most High.” De Hebreeuwse tekst is hier niet zo eenvoudig. De keuze van de KJV is op zich aantrekkelijk, maar alleen mogelijk als er een halve zin wordt toegevoegd (nl. de cursieve woorden but I will remember). De versie van (H)SV heeft ook goede papieren. Het Hebreeuwse “shenot” kan als zelfstanding naamwoord geïnterpreteerd worden (“jaren”), maar ook als een vorm van een werkwoord dat “veranderen” betekent. Het verwijt dat de (H)SV hier de Septuaginta zouden volgen is niet terecht. Deze interpretatie wordt wel degelijk ondersteund door het Hebreeuws.

12Ik zal de daden van de HEERE gedenken,

ja, ik zal denken aan Uw wonderen van oudsher.

13Ik zal al Uw werken overdenken

en over Uw daden spreken.

14O God, Uw weg is in het heiligdom.

Wie is een God zo groot als God?

15U bent de God Die Ex. 15:11wonderen doet,

U hebt Uw macht bekendgemaakt onder de volken.

16U hebt Uw volk door Uw sterke arm verlost,

de nakomelingen van Jakob en van Jozef. Sela

17De Ex. 14:21wateren zagen U, o God,

de wateren zagen U, zij beefden,

ook de diepe wateren sidderden.

18Ex. 14:24De wolken goten water uit,

de hemel gaf geluid,

ook vlogen Uw pijlen overal heen.

19Het geluid van Uw donder klonk in het rond,

de bliksemflitsen verlichtten de wereld,

de aarde sidderde en beefde.

20Uw weg was door de zee,

Uw pad door grote wateren,

en Uw voetstappen werden niet bekend.

21U leidde Uw volk Ps. 78:52; 80:2als een kudde

door de hand van Mozes en Aäron.

SV

77

Aanvechtingen der gelovigen en troostrijke herinneringen

1Een psalm van Asaf, voor den opperzangmeester, over Jedúthun.

2Mijn stem is tot God, en ik roep; mijn stem is tot God, en Hij zal het oor tot mij neigen.

3Ten dage mijner benauwdheid zocht ik den Heere; mijn hand was des nachts uitgestrekt, en liet niet af; mijn ziel weigerde getroost te worden.

4Dacht ik aan God, zo maakte ik misbaar; peinsde ik, zo werd mijn ziel overstelpt. Sela.

5Gij hieldt mijn ogen wakende; ik was verslagen, en sprak niet.

6Ik overdacht de dagen van ouds, de jaren der eeuwen.

7Ik dacht aan mijn snarenspel; in den nacht overlegde ik in mijn hart, en mijn geest onderzocht:

8Zal dan de Heere in eeuwigheden verstoten, en voortaan niet meer goedgunstig zijn?

9Houdt Zijn goedertierenheid in eeuwigheid op? Heeft de toezegging een einde, van geslacht tot geslacht?

10Heeft God vergeten genadig te zijn? Heeft Hij Zijn barmhartigheden door toorn toegesloten? Sela.

11Daarna zeide ik: Dit krenkt mij; maar de rechterhand des Allerhoogsten verandert.

12Ik zal de daden des HEEREN gedenken; ja, ik zal gedenken Uw wonderen van ouds her;

13En zal al Uw werken betrachten, en van Uw daden spreken.

14O God! Uw weg is in het heiligdom; wie is een groot God, gelijk God?

15Gij zijt die God, Die Ex. 15:11.wonder doet; Gij hebt Uw sterkte bekend gemaakt onder de volken.

16Gij hebt Uw volk door Uw arm verlost; de kinderen van Jakob en van Jozef. Sela.

17De Ex. 14:21.wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij beefden; ook waren de afgronden beroerd.

18Ex. 14:24.De dikke wolken goten water uit; de bovenste wolken gaven geluid; ook gingen Uw pijlen daarhenen.

19Het geluid Uws donders was in het ronde; de bliksemen verlichtten de wereld; de aarde werd beroerd en daverde.

20Uw weg was in de zee, en Uw pad in grote wateren, en Uw voetstappen werden niet bekend.

21Gij leiddet Uw volk, Ps. 78:52. 80:2.als een kudde door de hand van Mozes en Aäron.