Romeinen 8
De brief van de apostel Paulus aan de Romeinen

HSV

Het leven door de Geest

1Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.Deze woorden komen niet in alle Griekse handschriften voor.

2Joh. 8:36; Rom. 6:18,22; Gal. 5:1Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en van de dood.

3Hand. 13:39; Rom. 3:28; Gal. 2:16; Hebr. 7:18Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees8:3 in een gedaante gelijk aan het zondige vlees - Letterlijk: in gelijkheid van het vlees van zonde. en dat omwille van de zonde, en 2 Kor. 5:21; Gal. 3:13de zonde veroordeeld in het vlees,

4opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.

51 Kor. 2:14Immers, zij die naar het vlees zijn, bedenken de dingen van het vlees, maar zij die naar de Geest zijn, de dingen van de Geest.

6Want het denken van het vlees is de dood, maar het denken van de Geest is leven en vrede.

7Immers, het denken van het vlees is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet.

8En zij die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen.

9Maar u bent niet in het vlees, maar in de Geest, wanneer althans8:9 wanneer althans - Of: omdat. de Geest van God 1 Kor. 3:16in u woont. Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die is niet van Hem.

10Als Christus echter in u is, dan is het lichaam wel dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid.

11En als de Geest van Hem Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, Rom. 6:4,5; 1 Kor. 6:14; 2 Kor. 4:14; Efez. 2:5; Kol. 2:13zal Hij Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, Die in u woont.

12Welnu, broeders, wij zijn aan het vlees niet verplicht om naar het vlees te leven.

13Want als u naar het vlees leeft, zult u sterven. Als u echter door de Geest de daden van het lichaam doodt, zult u leven.

14Gal. 5:18Immers, zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God.

151 Kor. 2:12; 2 Tim. 1:7Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, Jes. 56:5; Gal. 3:26; 4:5,6maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!

162 Kor. 1:22; 5:5; Efez. 1:13; 4:30De Geest Zelf getuigt met onze geest8:16 getuigt met onze geest - Of: getuigt mede aan onze geest. dat wij kinderen van God zijn.

17En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; 2 Tim. 2:11,12wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

De eerstelingen van de Geest

18Matt. 5:12; 2 Kor. 4:10,17; Filipp. 3:20; 1 Petr. 4:13; 1 Joh. 3:1,2Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.

19Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God.

20Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft,

21in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God.

22Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe.

23En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wijzelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijkLuk. 21:28de verlossing van ons lichaam.

24Want in de hoop zijn wij zalig geworden. Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen?

25Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding.Het woord lijdzaamheid dat de SV hier gebruikt betekent vandaag de dag: stille berusting, gelatenheid. Het heeft dus nu nagenoeg dezelfde gevoelswaarde als lijdelijkheid. Dat is absoluut niet de betekenis en de bedoeling van het Griekse grondwoord hupomonè. Dat is de reden dat het woord lijdzaamheid in de herziening het veld heeft moeten ruimen. Het grondwoord betekent: geduld, volharding, uithoudingsvermogen, standvastigheid.

26En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, Matt. 20:22; Jak. 4:3want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.

27En Hij Die de harten doorzoekt, weet wat het denken van de Geest is, omdat Hij naar de wil van God voor de heiligen pleit.

28En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn.

29Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij Kol. 1:18de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders.Omdat er geen enkel inhoudelijk verschil is tussen “verordineerd” en “bestemd” en “verordineren” volledig verouderd is, is in de herziening gekozen voor “bestemd”.

30En hen die Hij er van tevoren toe bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen, en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd, en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt.

Meer dan overwinnaars

31Wat zullen wij dan over deze dingen zeggen? Num. 14:8Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?

32Hoe zal Hij, Die zelfs Gen. 22:12; Jes. 53:5; Joh. 3:16Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken?

33Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God? Jes. 50:8God is het Die rechtvaardigt.

34Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, Hebr. 7:25Die ook voor ons pleit.

35Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard?

36Zoals geschreven staat: Ps. 44:23; 1 Kor. 4:9; 2 Kor. 4:11Want omwille van U worden wij de hele dag gedood, wij worden beschouwd als slachtschapen.

37Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad.

38Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen,Critici van de HSV stellen dat de vertaling door 'overtuigd' een verzwakking is van de oorspronkelijke betekenis en dat 'verzekerd' een betere weergave is. De eerste betekenis van het Griekse werkwoord dat hier gebruikt wordt (peithoo), is: (iemand) overtuigen, overreden. Ook de Kanttekeningen werpen hier licht op de zaak. Daarin staat: 'Of, ik ben overreed; namelijk door de belofte des heiligen Evangelies aan alle gelovigen, Joh. 5:24, en door de getuigenis des Heiligen Geestes in het hart'. De Engelse King James vertaalt hier: I am persuaded . Het gaat hier dus om een aanduiding van de vaste geloofsovertuiging, de volle zekerheid (H.N. Ridderbos). Inderdaad is waar dat ‘overtuigd’ zou kunnen worden opgevat als een subjectieve overtuiging. Maar datzelfde geldt ook van ‘verzekerd’. Geen enkele vertaling kan expliciet en in één zinsnede duidelijk maken dat het gaat om een overtuiging/zekerheid die verkregen is door Woord en Geest. En dat wordt uiteraard wel bedoeld.

39noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.

SV

8

De Geest der aanneming

1Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.

2Joh. 8:36. Rom. 6:18, 22. Gal. 5:1.Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.

3Hand. 13:39. Rom. 3:28. Gal. 2:16. Hebr. 7:18.Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, 2 Kor. 5:21. Gal. 3:13.de zonde veroordeeld in het vlees.

4Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.

51 Kor. 2:14.Want die naar het vlees zijn, bedenken dat des vleses is; maar die naar den Geest zijn bedenken, dat des Geestes is.

6Want het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede;

7Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.

8En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.

9Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods 1 Kor. 3:16.in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.

10En indien Christus in ulieden is, zo is wel het lichaam dood om der zonden wil; maar de geest is leven om der gerechtigheid wil.

11En indien de Geest Desgenen, Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, Rom. 6:4, 5. 1 Kor. 6:14. 2 Kor. 4:14. Efez. 2:5. Kol. 2:13.zo zal Hij, Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont.

12Zo dan, broeders, wij zijn schuldenaars niet aan het vlees, om naar het vlees te leven.

13Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven.

14Gal. 5:18.Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.

151 Kor. 2:12. 2 Tim. 1:7.Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; Jes. 56:5. Gal. 3:26. 4:5, 6.maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!

162 Kor. 1:22. 5:5. Efez. 1:13. 4:30.Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.

17En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; 2 Tim. 2:11, 12.zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

De eerstelingen des Geestes

18Matt. 5:12. 2 Kor. 4:10, 17. Filipp. 3:20. 1 Petr. 4:13. 1 Joh. 3:1, 2.Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.

19Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods.

20Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft;

21Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods.

22Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.

23En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijkLuk. 21:28.de verlossing onzes lichaams.

24Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt, is geen hoop; want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen?

25Maar indien wij hopen, hetgeen wij niet zien, zo verwachten wij het met lijdzaamheid.

26En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; Matt. 20:22. Jak. 4:3.want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.

27En Die de harten doorzoekt, weet, welke de mening des Geestes zij, dewijl Hij naar God voor de heiligen bidt.

28En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.

29Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij Kol. 1:18.de Eerstgeborene zij onder vele broederen.

30En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.

Zegelied

31Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Num. 14:8.Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?

32Die ook Gen. 22:12. Jes. 53:5. Joh. 3:16.Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?

33Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? Jes. 50:8.God is het, Die rechtvaardig maakt.

34Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Hebr. 7:25.Die ook voor ons bidt.

35Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard?

36(Gelijk geschreven is: Ps. 44:23. 1 Kor. 4:9. 2 Kor. 4:11.Want om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij zijn geacht als schapen der slachting.)

37Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.

38Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen,

39Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.