Voer minimaal 2 tekens in.
Eerste Paasdag
Jezus zei tegen haar: Maria! Zij keerde zich om en zei tegen Hem: Rabboeni; dat betekent: Meester.
Johannes 20:16
Horen, zien en geloven
Het is opvallend in het opstandingsevangelie hoe veel moeite het Jezus kost om de Zijnen ervan te overtuigen dat Hij echt is opgestaan. Er zijn allerlei tekenen: het lege graf, de keurig opgerolde doeken in het graf, engelen bij het graf, zelfs een eerste vriendelijke aanspraak van Jezus tot Maria Magdalena. Maar het mag allemaal niet baten. Het ongeloof wordt er niet door gebroken. En dan zegt Jezus: Maria! Bij het horen van Jezus’ stem breekt het ongeloof. Vol geloofsovergave roept Maria uit: ‘Rabboeni’, Meester. Vele getuigenissen volgen van het verbreken van het ongeloof. Ze hebben alle te maken met het in levenden lijve zien van Jezus, met het horen van Zijn stem en uiteindelijk ook met geloven dat Jezus Christus uit de doden is opgestaan. Al die getuigenissen hebben maar één doel: dat de volgende generaties tot op de laatste dag in Hem geloven zonder Hem te hebben gezien.
‘Zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven.’ (Joh. 20:29)