Voer minimaal 2 tekens in.
Zij zei: Ja, Heere, maar de hondjes eten ook van de kruimels die er vallen van de tafel van hun bezitter.
Mattheüs 15:27
De voet tussen de deur
De deur gaat bijna dicht. Maar de moeder zet haar voet ertussen. Kruimels zijn ook brood. We zien een beeld voor ons. Een hondje scharrelend rond de etenstafel. Hongerig. Al zijn het maar wat kruimels … alstublieft! Waarom doet Jezus zo? Zo kennen we Hem toch niet? Nee, maar Hij is hier buiten Israël. Hij wil hier niet herkend worden. Aan Israël heeft Hij Zijn handen vol. Daar ligt Zijn eerste roeping. Deze heidin valt daarbuiten. Israël eerst, daarna de heidenen, de honden. Wie zou niet kwaad weglopen? Deze moeder blijft roepen. Ook al zorgt God eerst voor de Zijnen, er blijft toch wel iets over voor de hondjes? Alstublieft! Nu is Jezus in extase. Wat een geduld, wat een geloof. Een kruimelgeloof. De moeder zegt niet: ik heb er recht op en ik wil en ik zal en ik moet. Weet dat je, als je een beroep doet op Gods barmhartigheid, al sta je er voor je gevoel buiten, je door Hem geholpen wordt.
Geloven is bedelen om een stukje Brood des levens. Daarin ervaren we het volle heil.