Opgedroogd Er klinkt iets van de schepping door als het water na de vloed zakt. Totdat de aarde opgedroogd was. In Genesis 1 maakt God scheiding tussen het water en het droge; de mens krijgt weer grond onder de voeten. Opgedroogd, het is zichtbare grond van Gods genade. Bij de doop bidden we in het ‘zondvloedgebed’ over Noach en over het volk dat uit Egypte droogvoets door het water van de zee wordt geleid. Nederland kent een lange strijd met het water; een deel van ons land ligt onder de zeespiegel en toch hebben we droge voeten. Zo is ook vandaag het leven in het geloof. We leven op aarde, vaak onder de zeespiegel van de chaos en ellende, en toch hebben we grond onder de voeten, vaste grond. Het leven draait niet om de vraag of we onze schaapjes op het droge hebben, maar of we er zelf op staan. ‘Ik heb de vaste grond gevonden waarin mijn anker eeuwig hecht.’ (Lied 489, Weerklank)