Voer minimaal 2 tekens in.
Maar al die dingen zijn nog maar een begin van de weeën.
– Mattheüs 24:8
O wee …
Jezus verlaat de tempel. In plaats van een gebedshuis voor alle volken, waar de liefde van God en tot God en de naaste verkondigd en gevierd wordt, is hij door wanbeleid een rovershol geworden. De Thora wordt met voeten getreden. De discipelen kijken nog even om. Dat machtige bouwwerk! Voor Jezus is het een monument van versteend geloof, dat geen toekomst heeft. Hij voorziet en voorzegt wat er binnen afzienbare tijd gaat gebeuren. Maar die gebeurtenissen zijn nog niet het einde. Het zijn geboorteweeën van de nieuwe tijd. Met dat woord ‘weeën’ geeft Jezus aan dat Hij met deze apocalyptische woorden niet een onontkoombare catastrofe voorspelt, maar dat Hij de Zijnen veeleer bemoedigen wil om het in alle lijden uit te houden. Jezus bereidt de Zijnen voor op hun weg: door lijden tot heerlijkheid. Zoals de Meester, zo Zijn dienaren.
Wij WORDEN wederom-geboren door het geloof in Jezus. En in die weg weten we ook van weeën. Pijnlijk, maar met een blij vooruitzicht.
Lof aan de Heere, Die ons opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden. (naar 1 Petr. 1:3)