Vierde lijdenszondag … uit zijn mond moet men onderwijs in de wet zoeken, want hij is een gezant van de HEERE … Maleachi 2:7 Lippen als bewaarplaats Iemand schreef over dit vers dat het onovertroffen is in zijn beschrijving van het belang en de waardigheid van de priester. Daarom hebben we voor vandaag aan dit ene vers onze handen vol. Het begint al heel opmerkelijk: de kennis van de HEERE en Zijn wet wordt niet bewaard in het hart, maar op de lippen. Die kennis moet worden doorgegeven; dat is de prachtige roeping van de priester. Hij mag onderwijs geven over Gods wil. Hij is daarin een ‘gezant van de HEERE van de legermachten’. Letterlijk staat er, een ‘malach Jahweh’, en dat is duidelijk een toespeling op de naam van de profeet (Maleachi). Opnieuw klinkt de uitdrukking: HEERE van de legermachten. Wat een machtig God is het, Die de priester zendt. Ambtsdragers mogen dit vers wel boven hun bed hangen. Maar niet alleen zij. Heel de gemeente is geroepen kennis van Gods heil in Christus door te geven. ‘Het Koninkrijk der hemelen te openen voor de gelovigen door de prediking van het Evangelie wil zeggen: naar Christus’ bevel een ieder gelovige publiek vergeving van al hun zonde aan te zeggen en te betuigen.’ (Zacharias Ursinus)