Die dag verwachten In de Hebreeuwse Bijbel loopt hoofdstuk 3 door tot het eind. De oorspronkelijke handschriften hebben helemaal geen hoofdstukindeling. Er valt veel voor te zeggen om wat de HSV als hoofdstuk 4 heeft nauw te laten aansluiten op hoofdstuk 3. Het begint immers met het woordje ‘Want’. Nu wordt duidelijk waarin het verschil tussen de rechtvaardige en de goddeloze (3:18) te zien is. Het belang daarvan wordt nog eens onderstreept door het woordje ‘zie’: let op! Net als in Psalm 1 zal blijken dat de goddelozen als kaf, als stoppels worden. Ze worden zo weggeblazen. Het beeld van vuur wordt hier gebruikt om hun afloop te beschrijven: er blijft niets van over als ze weggebrand worden. Wat een indringende waarschuwing! Wij leven in de verwachting van de dag des HEEREN (‘die dag’). Maar dan komt het er wel op aan dat we door Christus te kennen aan het oordeel ontrukt worden. ‘God maakt Zijn dienaren soms benauwd voor het oordeel, opdat Hij ze zou aanzetten om zich te haasten, totdat Hij Zelf alles is in allen.’ (Johannes Calvijn)