Als stof onder je voeten Omdat dit vers naadloos aansluit bij het vorige, moeten de ‘u’ in dit vers wel dezelfden zijn als die in vers 2. Het zijn hier de rechtvaardigen, die de goddelozen zullen oordelen. De goddelozen zijn door het vuur verteerd (vs. 1) en worden nu als as (in dit verband een betere vertaling dan ‘stof’) worden vertrapt. Ook Psalm 149 spreekt van het oordelen door Gods gunstelingen. In 1 Korinthe 6:2 schrijft Paulus dat de heiligen de wereld zullen oordelen. Dat is een vreemde gedachte, die ons misschien niet zo aanspreekt. Moeten we niet voor de vijanden bidden? Jazeker, maar tot de dag van het oordeel. Dan zullen wij leren om helemaal aan Gods kant te komen staan en daarom in te stemmen met het oordeel. Immers, alleen in die weg kan alleen Zijn eer overblijven. Uiteindelijk moet en zal het ons daar om te doen zijn. Pas dan komt Gods bedoeling met de schepping terecht. ‘Het is een uitnemende vertroosting dat wij horen dat het oordeel over ons berust bij Hem Die bepaald heeft dat wij met Hem zullen oordelen in het gericht.’ (Johannes Calvijn)