Leven gegeven In deze psalm wordt de HEERE gedankt omdat Hij de koning, David, de wens van zijn hart heeft gegeven. Vijanden hadden kwaad beraamd tegen God en Zijn gezalfde. Maar zij bleken tot niets in staat. Want God toonde Zijn macht. Het zag er slecht uit voor de koning, maar hij bad om leven. God gaf het. Heil en rijke zegeningen. Hij heeft hem een gouden kroon opgezet en bekleed met majesteit en glorie. Door Gods hulp is zijn koninkrijk blijvend. Want hij vertrouwt op de HEERE. Door de trouw van de Allerhoogste wankelt hij niet. Maar Gods toorn zal de vijanden uitroeien. Het leven is de koning niet voor een tijd gegeven. Het wordt omschreven met: lengte van dagen, eeuwig en altijd. Voor eeuwig wordt de koning tot grote zegen gesteld. Die woorden overstijgen David en zijn nakomelingen. Ze worden vervuld in Christus. Hij is gezalfd tot onze eeuwige Koning. Christus verwierf door de dood het leven om het ons te geven.