Van klagen naar zingen In dit gebed gaat het van klagen naar zingen. David begint met de vraag: ‘Hoelang nog?’ Die vraag herhaalt hij viermaal. Hij heeft het gevoel dat hij het niet langer kan volhouden. Zal God hem voor altijd vergeten? Hoelang nog zal hij Gods gunst niet ervaren? Hoelang zal hij nog lopen piekeren? Hoelang zal zijn vijand nog op hem neerkijken? Hij bid dat de HEERE naar hem omziet, hem verhoort, hem weer vreugde geeft. Anders zal hij bezwijken. Dan zal zijn vijand de overwinning claimen. Dan is er vreugde aan die kant. Maar David vertrouwt op Gods goedertierenheid. Op Gods verbondstrouw. Op Zijn genadige goedheid. God zal hem Zijn heil schenken en hij zal zich daarin verheugen. Dan zal hij voor de HEERE zingen, omdat Hij goed voor hem is geweest. Als je vertrouwt op God krijg je hoop. Je kunt weer verder. Met volharding. Misschien zelfs zingend. Zing je weleens voor de HEERE?