Voer minimaal 2 tekens in.
Ik hield mijn schreden in Uw sporen, zodat mijn voetstappen niet zouden wankelen.
– Psalm 17:5
Vervolgd zonder reden
Jezus heeft gezegd: ‘Zij hebben mij zonder reden gehaat’ (Joh.
15:25). Dat overkwam ook David. En het overkomt veel gelovigen nog steeds. David bepleit zijn zaak bij de HEERE. Hij heeft niets gedaan wat de achtervolging door zijn vijanden rechtvaardigt.
Met onbedrieglijke lippen bidt hij om zijn recht. God weet toch wat er in zijn hart is. Hij heeft geen kwade bedoelingen.
Hij zegt geen verkeerde dingen. Hij heeft zich overeenkomstig Gods woord verre gehouden van misdadig gedrag. Hij heeft zich laten leiden door Gods wetten om niet in zonde te vallen. David is zich dus bewust van dat gevaar. Hij is geen zondeloos mens. Maar hij kent de HEERE. Hij roept God aan, omdat Hij hem verhoort. Hij bidt om een wonder van uitredding vanwege Gods verbondstrouw. Want hij neemt de toevlucht tot God, terwijl zijn vijanden door hun gedrag in opstand komen tegen God en Zijn gezalfde koning.
In het spoor van Gods wet word je behoed voor veel zonden.