Voer minimaal 2 tekens in.
… hoe zullen wij dan ontvluchten, als wij zo’n grote zaligheid veronachtzamen …?
– Hebreeën 2:3
Wat als …
De woorden van de wet kwamen op een verpletterende wijze tot het volk Israël. De Sinaï was volledig gehuld in rook, de berg trilde. De Heere daalde neer in vuur (Ex. 19:18). Die vuurvlammen waren de tienduizend heiligen, de engelen (Deut. 33:2).
Hun verschijning sprak van de wet. Maar nu is er een tweede spreken van God. God spreekt door Zijn Zoon (Hebr. 1:1). Als je Gods stem via engelen negeerde, was er rechtvaardige vergelding.
Maar wat als je nu Gods stem via Zijn eigen Zoon terzijde legt? Wij staan niet bij de Sinaï. Christus wordt ons voor de ogen geschilderd. We worden uitgenodigd om in geloof de diepe betekenis van de bittere dood van Gods geliefde Zoon te overdenken. Wat als we dat terzijde leggen, negeren? Dan drijven we niet alleen af, maar dan … (Hebr. 2:1). De schrijver geeft er geen woorden aan. Trek je eigen conclusie. Als ongehoorzaamheid aan de wet Gods toorn oproept, hoe zou het je dan vergaan als je ongehoorzaam bent aan Zijn Zoon?
‘De brief aan de Hebreeën is evangelisch, maar er staat toch veel in waardoor iemand het angstzweet uit kan breken.’ (Maarten Luther)