Voer minimaal 2 tekens in.
Laten wij er dan beducht voor zijn dat iemand van u ooit schijnt achter te blijven …
– Hebreeën 4:1
we naar een vermaning, de volgende dagen naar de aansporingen in Hebreeën 4. De vermaning is: let erop dat niemand achterblijft. Zelfs als iemand de schijn wekt achter te blijven, moet je op je hoede zijn. Het kan zomaar gebeuren. Het volk Israël was wonderlijk verlost en had een lange reis gemaakt, maar toch bleef het grootste deel achter. Ze gingen Kanaän niet binnen. Waarom niet? Ze wantrouwden God (vs. 2). Wij horen ook Gods stem, net als zij. Een belangrijke onderzoeksvraag is dus: wantrouw ik God? Reflecteer hierover al biddend.
Dit gaat ergens over. Wie niet gelooft, staat tegenover een toornig God. Dan zal God tegen je zeggen dat er voor jou geen plaats is in de rust. Integendeel.
‘De toorn en wraak van God over de zonde is zo groot dat niets die kan verzoenen behalve het bloed van Jezus Christus.’ (John Owen)