Want het is onmogelijk om hen die eens verlicht zijn geweest, die de hemelse gave geproefd hebben (…), en die daarna afvallig worden, weer opnieuw tot bekering te brengen. – Hebreeën 6:4-6
Herstel onmogelijk Deze tekst heeft velen beziggehouden. Wat staat er? Is dit de boodschap aan de lezers van de Hebreeënbrief, die – zoals we zagen – verachterd zijn in genade? Dat in ieder geval niet. Over hen zegt de schrijver: ‘Ook al spreken wij zo, geliefden, wat u betreft zijn wij echter overtuigd van betere dingen’ (vs. 9). Het gaat om mensen die veel hebben gezien, het Evangelie hebben gehoord en gesmaakt, maar het uiteindelijk bruusk hebben verworpen en onbereikbaar zijn geworden voor het woord van genade. Ze zijn als het volk Israël, dat aan de grenzen van Kanaän God op brutale wijze verwierp en uitdaagde. De dag erop wilden ze tegen Gods wil in op eigen kracht het land veroveren. Ze zijn gestorven in de woestijn. Zo waren er afvalligen die, na veel licht ontvangen te hebben, de gekruisigde Jezus verwierpen. Alsof ze op het tempelplein stonden en opnieuw schreeuwden: ‘Kruisig Hem!’ Voor hen was geen hoop meer. ‘De zonde tegen de Heilige Geest is een bewust en boosaardig afwijzen en haten van Gods goedheid die naar je toe komt.’ (Ds. Adriaan J. Molenaar)