Boven bidden, boven denken Petrus denkt dat hij droomt als hij buiten de poort van de gevangenis staat, wanneer een engel hem vraagt om zich reisvaardig te maken. Hij komt tot zichzelf en belijdt dat de Heere die engel gezonden heeft. Daar loopt hij door het nachtelijk duister en gaat naar het huis van Maria, naar de plaats waar gebeden wordt. Hij klopt aan en Rhodé hoort dat Petrus voor de deur staat. Zij is zó blij en rent naar de gebedskring. Zij geloven haar niet: Rhodé, je bent niet wijs. Hoe bijzonder is dit? Samen bidden, samen zoeken, samen uitkijken naar de verhoring van het gebed, naar de bevrijding van Petrus, en dan dit commentaar. Wat kan het vreemd gaan in de gemeente van Christus. Petrus staat aan de deur en blijft kloppen, immers, wie klopt zal opengedaan worden. Ik zou ook maar blijven kloppen, als je nog buiten staat, buiten Christus, want Hij heeft beloofd dat Zijn deur van heil, van vergeving, open zal gaan. Wat een vreugde ontspringt hier over Gods daad van bevrijding! Zit je gevangen? ‘Voer mij uit mijn gevangenis, tot roem van Uw Naam, Die heerlijk is!’ De HEERE regeert, de hoogste Majesteit.