Voer minimaal 2 tekens in.
Toen vastten en baden zij, en nadat zij hun de handen opgelegd hadden, lieten zij hen gaan.
– Handelingen 13:3
Geen discriminatie in de gemeente van Christus
Terug in Antiochië, een moedergemeente van Christus, noemt Lukas vijf namen. ‘Niger’ doet denken aan iemand met een gebruinde huidskleur. Lucius kwam uit Cyrene, in Noord-Afrika. Mooi toch: een gemeente die zo kleurrijk is. In een van de gemeenten die ik mocht dienen, was er zo’n broeder in de kerkenraad, een echte broeder. In de gemeente van Goes, waartoe ik behoor, hebben we een brede Arabische gemeente, representant van Gods wereldkerk. Barnabas is werkzaam in de gemeente. Hij heeft om de gemeente toe te rusten Paulus opgezocht in Tarsus en hem gevraagd om de gemeente mee toe te rusten (Hand.11:25). Antiochië mag niet het eindpunt zijn voor de voortgang van het Evangelie. Holland en vele andere landen waren nog niet bereikt. Die wereld lag nog open om tot bekering op te roepen. Die roep klinkt vandaag zeker in Nederland, West-Europa, weer heftig en als overal het Evangelie is gebracht, daalt het Koninkrijk van God neer. Duidelijk wordt hier om de leiding van God gevraagd. Paulus en Barnabas gaan op weg met het Evangelie. Met handoplegging wordt hun Gods zegen meegegeven.
Aan Gods zegen is alles gelegen.