Een ondraagbaar juk Aan een houten halsjuk hangt aan weerskanten een ketting met een emmer eraan. Zo kun je twee volle emmers tegelijk vervoeren. Maar pas op, je kunt je vertillen. Op de vergadering van het apostelconvent staat slechts één punt op de agenda: de wet van Mozes voor bekeerde heidenen. Het gaat er heftig aan toe. Zo kan het ook in een kerkelijke vergadering gaan. Petrus staat op en neemt het woord. Hij wijst op Cornelius en op het werk van Gods Geest. Ze hebben reiniging van hun zonden ontvangen voordat er sprake kon zijn van besnijdenis. Die reiniging is van veel grotere waarde dan de besnijdenis, de joodse spijs- en reinigingswetten. Het koosjer eten waar orthodoxe Joden zich aan houden. De vele voorschriften, wetten en regels vormen zo’n zware last, te zwaar om te dragen, vindt Petrus. Hij heeft het niet over de Tien Geboden, waar Jezus Zelf de samenvatting helder van weergeeft. Joden en heidenen zijn niet aangewezen op de werken van de wet, maar op de genade van de Heere Jezus. ‘Samen in de Naam van Jezus heffen wij het loflied aan (…) en doet ons elkaar verstaan.’ (Lied 242:2, Weerklank)