Zie, ik houd u heden zegen en vloek voor … Deuteronomium 11:26 Zegen of vloek In Egypte was het voor de Israëlieten hard werken voor de kost. Dat was pure slavernij. In het beloofde land vloeit alles hun uit de hand van de HEERE toe. Ze hoeven hun voet maar op het land te zetten en het is voor hen. Het enige wat de HEERE vraagt is gehoorzaamheid. Gehoorzamen brengt zegen, ongehoorzaam zijn de vloek. Zegen en vloek worden verbeeld in de bergen Gerizim en Ebal. Gerizim is een begroeide berg, Ebal een kale berg. De begroeide berg beeldt Gods zegen uit. Het groen straalt je toe. De kale berg staat symbool voor onvruchtbaarheid. De leegte staart je aan. Op deze manier maakt de HEERE duidelijk waartoe ongehoorzaamheid leidt. Een goede gave kan zomaar in het tegendeel veranderen. Let dus op: je kunt door ongehoorzaam te zijn de zegen verspelen en de zegen veranderen in een vloek. ‘De zegen van de HEERE, die maakt rijk, Hij voegt er geen zwoegen aan toe.’ (Spr. 10:22)