Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. De HEERE heeft ú uit alle volken die op de aardbodem zijn, uitgekozen om voor Hem een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is. – Deuteronomium 14:2
Leef rein De HEERE geeft Zijn volk een bijzondere positie. Het is Zijn persoonlijk eigendom. Dit heeft gevolgen voor het leven: je onderscheidt je van ongelovigen. Je mag niet meedoen met heidense rouwpraktijken. Je mag ook niet eten zoals heidenen. In het Oude Testament zijn er daarom voedselwetten. Wij begrijpen de achtergrond en logica daarvan niet een-twee-drie. De bedoeling van deze regels is wél duidelijk: je zult heilig leven. Je onderscheidt je van ongelovigen door rein te leven en te eten. Het Nieuwe Testament kent geen spijswetten, op één uitzondering na: je onthouden van het eten waarin bloed zit (Hand. 15:20). Vanuit het nieuwtestamentische getuigenis klinkt de aansporing tot matigheid. Alle overdaad is zonde en leidt je van de weg van God af. De vrucht van de Geest is matigheid en zelfbeheersing (Gal. 5:22). Wees daarmee een voorbeeld. ‘Leer ons voor overdaad ons wachten; dat w’ ons gedragen als ’t behoort; doe ons het hemelse betrachten; sterk onze zielen door Uw Woord.’ (Bedezang bij het eten)