Drie keer per jaar moet alles wat mannelijk is onder u, verschijnen voor het aangezicht van de HEERE (…): op het Feest van de ongezuurde broden, op het Wekenfeest en op het Loofhuttenfeest. Men mag echter niet met lege handen verschijnen … Deuteronomium 16:16
Dankdagen Het volk van Israël kent drie grote feesten: het Pascha, het Wekenfeest of Pinksteren, en het Loofhuttenfeest. Hier worden ze betrokken op de vreugde van de bevrijding uit Egypte. Je bent slaaf geweest en staat nu in de vrijheid. Gedenk dat drie keer per jaar in de tempel. In het oude Israël is dat verplicht voor alle mannen. Vrouwen staat het vrij. Tegelijk zijn deze feesten verbonden met de oogst. Je komt niet met lege handen, je brengt een geschenk al naargelang de grootte van je zegeningen. Hoe groter de zegen, des te groter het geschenk. Daarmee leert de HEERE ons wat danken is. Danken is Hem loven in Zijn huis om Zijn werken van bevrijding. Loof Hem Die je redt van de slavernij van de zonde en je een leven in vreugde om Zijn heil geeft. ‘De HEERE is goed in eeuwigheid. Dit zegg’ elk, die, gered door Hem van slaafse banden, in vrijheid is gezet uit ’s weêrpartijders handen.’ (Psalm 107:1, berijmd)