U moet de weg voor u gereedmaken, en het gebied van uw land, dat de HEERE, uw God, u in erfbezit zal laten nemen, in drieën verdelen. Dit moet gebeuren zodat iedereen die een doodslag begaan heeft, daarheen kan vluchten. – Deuteronomium 19:3
Een uitwijkplaats Een ongeluk zit in een klein hoekje, zomaar tijdens je werk. Alleen: bewijs maar eens dat het een ongeluk was en geen opzet. Voor zulke omstandigheden geeft de HEERE Zijn volk vrijsteden. Zo’n vrijstad is een uitwijkplaats. Je bent er veilig totdat het gerechtelijk onderzoek is afgerond. Vrijsteden voorkomen de in die tijd gebruikelijke bloedwraak, waarmee een familie het recht in eigen hand neemt. Jozua 20 vertelt dat de hogepriester hierbij een verzoenende rol inneemt. Hij garandeert je vrijheid in de stad en, nadat hij is overleden, je vrijheid overal. Vraag die uit dit gedeelte tot je komt is: wie is werkelijk vrij? Wie is werkelijk onschuldig? We staan door onze zonden allen schuldig en hebben de doodstraf verdiend, maar God geeft Zijn Zoon als Hogepriester. Hij is onze Vrijstad, onze Uitwijkplaats. Neem tot Hem de wijk. ‘Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn.’ (Joh. 8:36)