Abba, Vader Stel je voor: je bent een erfgenaam die een groot landgoed gaat bezitten. Op een dag zal het van jou zijn. Door de belofte ben je al bezitter, maar nog geen ontvanger, omdat je een minderjarig kind bent, dat te vergelijken is met een knecht. Een knecht is onderworpen aan zijn heer en heeft geen vrijheid. Hij staat onder een wetsovereenkomst. Zo waren wij knechten zwak en ellendig om God te dienen. Maar op Gods tijd kwam er verlossing door Zijn dubbele zending: God de Vader zond Zijn Zoon in de wereld en zond Zijn Geest in onze harten. En toen de Geest in onze harten kwam, begon Hij onmiddellijk te roepen: ‘Abba, Vader!’ God verzekert door Christus’ Geest ons van het kindschap Gods. Wij zijn door genade Gods kinderen, die zeggen: ‘U bent mijn lieve Vader!’ Wij zijn geen knechten meer, maar kinderen, erfgenamen, en ontvangen de hemelse erfenis. Loslaten van jouw bezit betekent tijdelijk het houvast verliezen. Niet loslaten betekent voor altijd het houvast verliezen. Daarom, blijf volhardend vasthouden aan Gods belofte!