God ziet het wel! De reden dat Jona naar Ninevé moet, is dat het kwade dat zij deden is opgestegen voor Gods aangezicht. Niet dat het de Ninevieten wat kon schelen. Ninevé, hoofdstad van Assyrië, was oppermachtig in die tijd. En het was een wreed en gevreesd volk. Wie deed hun wat? Geen mens, en (een) God zeker niet! Dan zegt de HEERE: ‘Hun kwaad is opgestegen voor Mijn aangezicht.’ Oftewel: ‘Ik heb het gezien!’ Een waarschuwing en een troost tegelijk. Een waarschuwing voor wie denkt dat hij wegkomt met het kwaad. In het groot, want Ninevés heb je ook vandaag. Maar ook in het klein, in eigen gezin, werkomgeving, enzovoort. God ziet het wel! En een geweldige troost voor wie onderdrukt wordt. Wie zijn recht niet haalt in deze wereld. God ziet het, het kwaad stijgt op voor Zijn aangezicht, en eens maakt Hij er een einde aan. Het kwaad dat opstijgt voor Gods aangezicht is zowel een waarschuwing als een troost. Welke van beide is meer op u van toepassing?