Voer minimaal 2 tekens in.
Toen werden de zeelieden bevreesd en zij riepen, ieder tot zijn god. (…) Maar Jona was afgedaald in het ruim van het schip, was gaan liggen en was in een diepe slaap gevallen.
– Jona 1:5
In slaap gesukkeld
De bemanningsleden van het schip zijn ondanks hun ervaring doodsbang. Ze roepen het uit tot hun goden. En de landrot Jona ligt ondertussen lekker te slapen in het ruim van het schip? Hoe bestaat het! Slapen te midden van het onheil. Een mens kan dus bij God vandaan gaan, en er toch niet onrustig van worden. Sterker nog, je kunt jezelf in slaap sussen en je geweten het zwijgen opleggen. Diep in je hart weet je dat je op een heilloze weg bent, maar je doet er alles aan om dat te vergeten.
Slapen te midden van het onheil kan ook anders; zoals in Psalm 3. De dichter van die psalm wordt aan alle kanten bedreigd door gevaar, maar: Ik lag en sliep gerust, van ’s HEEREN trouw bewust, tot ik verfrist ontwaakte.
Want God was aan mijn zij, Hij ondersteunde mij in ’t leed dat mij genaakte.
Rust in je hart is een zegen, maar hoe weet je of je ‘in de Heere gerust’ bent? –