Voer minimaal 2 tekens in.
En de HEERE beschikte een grote vis om Jona op te slokken. (…) Toen sprak de HEERE tot de vis, en hij spuwde Jona uit op het droge.
– Jona 1:17 en 2:10
Alles uit Gods hand
Gereformeerde gelovigen belijden dat toeval niet bestaat. Alle dingen staan onder Gods almachtig bestuur, komen uit Zijn vaderlijke (!) hand. Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus belijdt dit het meest uitgesproken. Het is wel een aangevochten belijdenis, trouwens. Want het stelt voor grote vragen als het gaat om God en het kwaad. Toch zien we in het leven van Jona dat het steeds de HEERE is Die alle dingen leidt: zowel bij de storm, als bij het opslokken en weer uitspuwen door de vis. Voor Jona is dat ook volstrekt duidelijk. Hij stelt niet de vraag: zou God er iets mee te maken hebben? Geen haar valt van Jona’s hoofd zonder de hemelse Vader. Het is misschien een aangevochten geloof, maar tegelijk een grote troost: niets bij toeval, ik ben geen speelbal van het lot! Het alternatief is erger: God staat erbij en kijkt ernaar, misschien medelijdend, maar ondertussen machteloos.
Wat vindt u van de belijdenis dat ‘alle dingen ons uit Zijn vaderlijke hand toekomen’ (Heidelbergse Catechismus, zondag 10)?