Voer minimaal 2 tekens in.
De HEERE gaf David de overwinning overal waar hij heen ging (…). Koning David heiligde ook die voor de HEERE …
– 2 Samuel 8:6 en 11
Geven
‘Wie ben ik, Heere HEERE, en wat is mijn huis dat U mij tot hiertoe gebracht hebt?’ zo begint David zijn dankgebed. Ootmoedig beseft hij dat de Heere hem al die jaren heeft geleid en bij hem is geweest. Dat geldt evenzo voor alle verslagen vijanden: de Filistijnen, Moabieten, Hadadezer, de Arameërs, Syriërs en de Edomieten. In al die overwinningen is er veel buit bemachtigd: zilver, goud en koper. Daarbij komt Joram hem feliciteren met de behaalde overwinningen en ontvangt hij veel kostbaar materiaal. David beseft dat hij alles heeft ontvangen, en dat is de reden dat hij het voor de Heere heiligt.
Wanneer we ons realiseren wat we van de Heere dagelijks ontvangen, zullen we beseffen hoe groot God is. Dat brengt ootmoed met zich mee. Juist daarom zegt Paulus: ‘En wat hebt u dat u niet hebt ontvangen?’ (1 Kor. 4:7). Dat roept op tot rentmeesterschap.
Wat vind je van de stelling: rentmeesterschap bestaat uit het ontvangen van de Heere en het geven aan Hem.