Voer minimaal 2 tekens in.
HEERE, hoe talrijk zijn mijn tegenstanders; velen staan tegen mij op. (…) Het heil is van de HEERE; Uw zegen is over Uw volk.
– Psalm 3:2 en 9
Geen vrees
In dit hoofdstuk ontmoeten we vier personen. De eerste is Ziba. Op listige wijze probeert hij in een goed blaadje bij David te komen. David gelooft de leugen die hij uitspreekt over Mefiboseth.
De tweede persoon is Simeï. Deze man laat openlijk zijn vijandschap richting David blijken. Ondanks het verzoek van de legerleiding om er een eind aan te maken, legt David zijn leven in de hand van de HEERE (2 Sam. 16:12). De derde tegenstander is Achitofel. Hij adviseert Absalom om openlijk te laten merken dat er een breuk is met Davids huis. Absalom volgt deze raad op door seksueel contact te hebben met de bijvrouwen van David. De vierde persoon is Husai. Absalom is enigszins in verwarring wanneer hij de vriend van zijn vader ziet aankomen. Het antwoord van Husai is: ‘Nee, maar van hem die de HEERE verkiest … van hem ben ik …’ (2 Sam. 16:18).
Daarbij is het doel van David bereikt: een handlanger in het paleis!
Wat is de reden dat we boven dit hoofdstuk kunnen zetten: ‘Geen vrees’? Zie Psalm 3.