Toen zei Joab: Ik blijf zo niet bij u wachten. (…) Absalom had het ondernomen om nog tijdens zijn leven een zuil voor zich op te laten richten in het Koningsdal. – 2 Samuel 18:14 en 18
Dienen, maar wie? De beide legers treffen elkaar in het woud van Efraïm, een onherbergzaam bos. Er zijn zelfs meer mensen door de wildernis omgekomen dan door het zwaard. Waarschijnlijk gestruikeld over boomstronken, gevallen in spleten, enz. Ook Absalom wordt getroffen door de gevaren van het bos, een eik. David wilde zijn zoon sparen, maar Joab ziet in dat er dan geen vrede zal zijn. De mogelijkheid van verdeeldheid onder het volk zal blijven bestaan. Immers, Absalom is geheel op zichzelf gericht! Denk maar aan het standbeeld dat hij heeft gemaakt voor zichzelf. Joab is gericht op zowel het behoud van David als de rust in het land. Wanneer we deze twee personen naast elkaar zetten, kunnen we de vraag stellen: wie dienen wij? Zetten we onszelf centraal of gaat het om de Koning en daarmee het welzijn van de ander? Jezus zei dat Hij niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen. Wat betekent het om in navolging van Jezus (Matt. 20:28) te dienen?