1 Korinthe 1
De eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente van Korinthe

HSV

Afzender, geadresseerden, groet

1Paulus, een geroepen apostel van Jezus Christus door de wil van God, en Sosthenes, de broeder,

2aan de gemeente van God die in Korinthe is, Joh. 17:19; Hand. 15:9; 1 Thess. 4:7aan de geheiligden in Christus Jezus, Rom. 1:7; Efez. 1:1geroepen heiligen, 2 Tim. 2:22met allen die de Naam van onze Heere Jezus Christus aanroepen, in elke plaats, zowel hun als onze Heere:

3Rom. 1:7; 2 Kor. 1:2; Efez. 1:2; 1 Petr. 1:2genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heere Jezus Christus.

Dankzegging voor de genade van God

4Ik dank mijn God altijd voor u, vanwege de genade van God die u gegeven is in Christus Jezus.

5Kol. 1:9U bent namelijk in alles rijk geworden in Hem, in alle spreken en alle kennis,

6naarmate het getuigenis van Christus bevestigd is onder u,

7zodat het u aan geen genadegave ontbreekt, Filipp. 3:20; Tit. 2:13terwijl u de openbaring van onze Heere Jezus Christus verwacht.

81 Thess. 3:13; 5:23God zal u ook bevestigen tot het einde toe, zodat u onberispelijk zult zijn op de dag van onze Heere Jezus Christus.

91 Kor. 10:13; 1 Thess. 5:24God is getrouw, door Wie u geroepen bent tot Jer. 32:40 enz.; Joh. 15:5; Gal. 2:20; 1 Joh. 1:3de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heere.

Verdeeldheid in de gemeente

10Maar ik roep u ertoe op, broeders, door de Naam van onze Heere Jezus Christus, Rom. 12:16; 15:5; Filipp. 2:2; 3:16; 1 Petr. 3:8dat u allen eensgezind bent in uw spreken,1:10eensgezind bent in uw spreken - Letterlijk: hetzelfde spreekt. en dat er onder u geen scheuringen zijn, maar dat u hecht aaneengesmeed bent, één van denken en één van gevoelen.

11Want mij is over u bekendgemaakt, mijn broeders, door de huisgenoten van Chloë, dat er ruzies onder u zijn.

12Ik bedoel dit, dat ieder van u zegt: 1 Kor. 3:4Ik ben van Paulus, ík van Hand. 18:24; 1 Kor. 16:12Apollos, ík van Kefas, en ík van Christus.

13Is Christus verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of bent u in de naam van Paulus gedoopt?

14Ik dank God dat ik niemand van u gedoopt heb dan Hand. 18:8Crispus en Rom. 16:23Gajus,

15zodat niemand kan zeggen dat ik in mijn naam gedoopt heb.

16Ik heb echter ook nog het huisgezin van 1 Kor. 16:15,17Stefanas gedoopt. Verder weet ik niet of ik nog iemand anders gedoopt heb.

17Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen, 1 Kor. 2:1,4; 2 Petr. 1:16niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus zijn inhoud niet verliest.

De wijsheid van de wereld en van God

18Want het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan wel dwaasheid, Rom. 1:16maar voor ons die behouden worden, is het een kracht van God.

19Want er staat geschreven: Job 5:12; Jes. 29:14Ik zal de wijsheid van de wijzen verloren doen gaan en het verstand van de verstandigen zal Ik tenietdoen.

20Jes. 33:18Waar is de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze wereld? Heeft God niet de wijsheid van deze wereld dwaas gemaakt?

21Matt. 11:25; Luk. 10:21Want omdat, in de wijsheid van God, de wereld door haar wijsheid God niet heeft leren kennen, heeft het God behaagd door de dwaasheid van de prediking zalig te maken hen die geloven.

22Immers, Matt. 12:38; 16:1; Joh. 4:48de Joden vragen om een teken en de Grieken zoeken wijsheid;

23wij echter prediken Christus, de Gekruisigde, Matt. 11:6. ; Joh. 6:60,66voor de Joden een struikelblok en voor de Grieken een dwaasheid.

24Maar voor hen die geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, prediken wij Christus, de kracht van God en Kol. 2:3de wijsheid van God.

25Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen.

26Let namelijk op uw roeping, broeders: Joh. 7:48; Jak. 2:5er zijn onder u niet veel wijzen naar het vlees, niet veel machtigen, niet veel aanzienlijken.

27Maar het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen.

28En het onaanzienlijke van de wereld en het verachte heeft God uitverkoren, en wat niets is, om wat iets is teniet te doen,

29opdat geen vlees voor Hem zou roemen.

30Maar uit Hem bent u in Christus Jezus, Jer. 23:5; Joh. 17:19Die voor ons is geworden wijsheid van God en gerechtigheid, heiliging en verlossing,

31opdat het zal zijn zoals geschreven staat: Jes. 65:16; Jer. 9:23,24; 2 Kor. 10:17Wie roemt, laat hij roemen in de Heere.

SV

1

Opschrift, zegengroet en dankzegging

1Paulus, een geroepen apostel van Jezus Christus, door den wil van God, en Sósthenes, de broeder,

2Aan de Gemeente Gods, die te Korinthe is, Joh. 17:19. Hand. 15:9. 1 Thess. 4:7.den geheiligden in Christus Jezus, Rom. 1:7. Efez. 1:1.den geroepenen heiligen, 2 Tim. 2:22.met allen, die den Naam van onzen Heere Jezus Christus aanroepen in alle plaats, beide hun en onzen Heere:

3Rom. 1:7. 2 Kor. 1:2. Efez. 1:2. 1 Petr. 1:2.Genade zij u en vrede van God onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.

4Ik dank mijn God allen tijd over u, vanwege de genade Gods, die u gegeven is in Christus Jezus;

5Kol. 1:9.Dat gij in alles rijk zijt geworden in Hem, in alle rede en alle kennis;

6Gelijk de getuigenis van Christus bevestigd is onder u;

7Alzo dat het u aan gene gave ontbreekt, Filipp. 3:20. Tit. 2:13.verwachtende de openbaring van onzen Heere Jezus Christus.

81 Thess. 3:13. 5:23.Welke God u ook zal bevestigen tot het einde toe, om onstraffelijk te zijn in den dag van onzen Heere Jezus Christus.

91 Kor. 10:13. 1 Thess. 5:24.God is getrouw, door Welken gij geroepen zijt tot Jer. 32:40 enz. Joh. 15:5. Gal. 2:20. 1 Joh. 1:3.de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onzen Heere.

Waarschuwing tegen verdeeldheid

10Maar ik bid u, broeders, door den Naam van onzen Heere Jezus Christus, Rom. 12:16. 15:5. Filipp. 2:2. 3:16. 1 Petr. 3:8.dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in een zelfden zin, en in een zelfde gevoelen.

11Want mij is van u bekend gemaakt, mijn broeders, door die van het huisgezin van Chloë zijn, dat er twisten onder u zijn.

12En dit zeg ik, dat een iegelijk van u zegt: 1 Kor. 3:4.Ik ben van Paulus, en ik van Hand. 18:24. 1 Kor. 16:12.Apollos; en ik van Céfas; en ik van Christus.

13Is Christus gedeeld? Is Paulus voor u gekruist? Of zijt gij in Paulus naam gedoopt?

14Ik dank God, dat ik niemand van ulieden gedoopt heb, dan Hand. 18:8.Krispus en Rom. 16:23.Gajus;

15Opdat niet iemand zegge, dat ik in mijn naam gedoopt heb.

16Doch ik heb ook het huisgezin van 1 Kor. 16:15, 17.Stéfanus gedoopt; voorts weet ik niet, of ik iemand anders gedoopt heb.

De wijsheid van God en de wijsheid der wereld

17Want Christus heeft mij niet gezonden, om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen; 1 Kor. 2:1, 4. 2 Petr. 1:16.niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld worde.

18Want het woord des kruises is wel dengenen, die verloren gaan, dwaasheid; Rom. 1:16.maar ons, die behouden worden, is het een kracht Gods;

19Want er is geschreven: Job 5:12. Jes. 29:14.Ik zal de wijsheid der wijzen doen vergaan, en het verstand der verstandigen zal Ik te niet maken.

20Jes. 33:18.Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt?

21Matt. 11:25. Luk. 10:21.Want nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven;

22Overmits Matt. 12:38. 16:1. Joh. 4:48.de Joden een teken begeren, en de Grieken wijsheid zoeken;

23Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde, Matt. 11:6. Joh. 6:60, 66.den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid;

24Maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods, en Kol. 2:3.de wijsheid Gods.

25Want het dwaze Gods is wijzer dan de mensen; en het zwakke Gods is sterker dan de mensen.

26Want gij ziet uw roeping, broeders, Joh. 7:48. Jak. 2:5.dat gij niet vele wijzen zijt naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen.

27Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen;

28En het onedele der wereld, en het verachte heeft God uitverkoren, en hetgeen niets is, opdat Hij hetgeen iets is, te niet zou maken;

29Opdat geen vlees zou roemen voor Hem.

30Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Jer. 23:5. Joh. 17:19.Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing;

31Opdat het zij, gelijk geschreven is: Jes. 65:16. Jer. 9:23, 24. 2 Kor. 10:17.Die roemt, roeme in den Heere.