Efeze 3
De brief van de apostel Paulus aan de gemeente van Efeze

HSV

Het geheimenis van de roeping van de heidenen

1Om deze reden ben ik, Paulus, Hand. 21:33; Efez. 4:1; Filipp. 1:7,13,14,16; Kol. 4:3; 2 Tim. 1:8; Filem. vs. 1de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen bent,

2als u tenminste gehoord hebt van de uitdeling Rom. 1:5van de genade van God Vers 8; Hand. 13:2die aan mij gegeven is ten behoeve van u,

3dat Hij mij Hand. 22:17,21; 26:16,17; Gal. 1:11,12door openbaring Rom. 16:25dit geheimenis bekendgemaakt heeft (zoals ik eerder in het kort geschreven heb;

4waaraan u, als u dit leest, mijn inzicht kunt bemerken in het geheimenis van Christus),

5dat in andere tijden niet bekendgemaakt is aan de mensenkinderen, Hand. 10:28zoals het nu geopenbaard is aan Zijn heilige apostelen en profeten door de Geest,

6namelijk dat de heidenen mede-erfgenamen zijn en tot hetzelfde lichaam behoren en mededeelgenoten zijn van Zijn belofte in Christus, door het Evangelie,

7waarvan ik een dienaar geworden ben, krachtens de gave van de genade van God, die mij gegeven is, Efez. 1:19; Kol. 2:12overeenkomstig de werking van Zijn kracht.

8Mij, 1 Kor. 15:9; 1 Tim. 1:15de allerminste van alle heiligen, is deze genade gegeven, om Hand. 9:15; 13:2; 22:21; Gal. 1:16; 2:8; 1 Tim. 2:7; 2 Tim. 1:11onder de heidenen door het Evangelie de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen,

9en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap Rom. 16:25; Efez. 1:9; Kol. 1:26; 2 Tim. 1:10; Tit. 1:2; 1 Petr. 1:20aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen Gen. 1:3; Ps. 33:6; Joh. 1:3; Kol. 1:16; Hebr. 1:2geschapen heeft door Jezus Christus,

101 Petr. 1:12opdat nu door de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden,Het Griekse woord “eulogètos” wordt ook wel vertaald met “geprezen” (SV “geloofd”), zoals in 2 Korinthe 1:3 en 1 Petrus 1:3. In dit vers is echter voor het meer letterlijke “gezegend” gekozen. De apostel verwijst hier namelijk naar de woorden van het verbond uit Genesis 22:18: “in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden.”

11volgens het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus, onze Heere.

12Joh. 10:9; 14:6; Rom. 5:2; Efez. 2:18; Hebr. 10:19In Hem hebben wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen, door het geloof in Hem.

13Filipp. 1:14; 1 Thess. 3:3Daarom vraag ik u dat u de moed niet verliest vanwege mijn verdrukkingen Kol. 1:24omwille van u, want dat is uw heerlijkheid.

Paulus' voorbede om verdieping in het geloof

14Om deze reden buig ik mijn knieën voor de Vader van onze Heere Jezus Christus,

15naar Wie elk geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt,

16opdat Hij u geeft, naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid, met kracht Efez. 6:10gesterkt te worden door Zijn Geest in de innerlijke mens,

17opdat Christus door het geloof in uw harten woont en u in de liefde Kol. 2:7geworteld en gefundeerd bent,

18opdat u ten volle zou kunnen begrijpen, met alle heiligen, wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is,

19en u de liefde van Christus zou kennen, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld zou worden tot heel de volheid van God.

20Rom. 16:25Hem nu Die bij machte is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkzaam is,

21Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen.

SV

Paulus' apostelambt onder de heidenen

1Om deze oorzaak ben ik Paulus Hand. 21:33. Efez. 4:1. Filipp. 1:7, 13, 14, 16. Kol. 4:3. 2 Tim. 1:8. Filem. vs. 1.de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen zijt.

2Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling Rom. 1:5.der genade Gods, Vers 8. Hand. 13:2.die mij gegeven is aan u;

3Dat Hij mij Hand. 22:17, 21. 26:16, 17. Gal. 1:11, 12.door openbaring heeft bekend gemaakt Rom. 16:25.deze verborgenheid, (gelijk ik met weinige woorden te voren geschreven heb;

4Waaraan gij, dit lezende, kunt bemerken mijn wetenschap, in deze verborgenheid van Christus),

5Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, Hand. 10:28.gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest;

6Namelijk dat de heidenen zijn medeërfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie;

7Waarvan ik een dienaar geworden ben, naar de gave der genade Gods, die mij gegeven is, Efez. 1:19. Kol. 2:12.naar de werking Zijner kracht.

8Mij, 1 Kor. 15:9. 1 Tim. 1:15.den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om Hand. 9:15. 13:2. 22:21. Gal. 1:16. 2:8. 1 Tim. 2:7. 2 Tim. 1:11.onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus,

9En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap Rom. 16:25. Efez. 1:9. Kol. 1:26. 2 Tim. 1:10. Tit. 1:2. 1 Petr. 1:20.der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen Gen. 1:3. Ps. 33:6. Joh. 1:3. Kol. 1:16. Hebr. 1:2.geschapen heeft door Jezus Christus;

101 Petr. 1:12.Opdat nu, door de Gemeente, bekend gemaakt worde aan de overheden en de machten in den hemel de veelvuldige wijsheid Gods;

11Naar het eeuwig voornemen, dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus, onzen Heere;

12Joh. 10:9. 14:6. Rom. 5:2. Efez. 2:18. Hebr. 10:19.In Denwelken wij hebben de vrijmoedigheid, en den toegang met vertrouwen, door het geloof aan Hem.

13Filipp. 1:14. 1 Thess. 3:3.Daarom bid ik, dat gij niet vertraagt in mijn verdrukkingen Kol. 1:24.voor u, hetwelke is uw heerlijkheid.

Gebed van Paulus voor de Éfeziërs

14Om deze oorzaak buig ik mijn knieën tot den Vader van onzen Heere Jezus Christus,

15Uit Welken al het geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt,

16Opdat Hij u geve, naar den rijkdom Zijner heerlijkheid, met kracht Efez. 6:10.versterkt te worden door Zijn Geest in den inwendigen mens;

17Opdat Christus door het geloof in uw harten wone, en gij in de liefde Kol. 2:7.geworteld en gegrond zijt;

18Opdat gij ten volle kondet begrijpen met al de heiligen, welke de breedte, en lengte, en diepte, en hoogte zij,

19En bekennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot al de volheid Gods.

20Rom. 16:25.Hem nu, Die machtig is meer dan overvloediglijk te doen, boven al wat wij bidden of denken, naar de kracht, die in ons werkt,

21Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid in de Gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot alle eeuwigheid. Amen.